Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2008:BC5957

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
08-04-2008
Datum publicatie
09-04-2008
Zaaknummer
00071/07
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2008:BC5957
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Bewijsklacht. Schuldheling. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan niet worden afgeleid dat verdachte het bewezenverklaarde feit heeft begaan, met name niet vzv. de bewezenverklaring inhoudt dat verdachte t.t.v. het voorhanden krijgen van de fiets redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NS 2008, 177
NJ 2008, 228
JOL 2008, 276
RvdW 2008, 429

Conclusie

Nr. 00071/07

Mr Machielse

Zitting 12 februari 2008

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Het Gerechtshof te Amsterdam, enkelvoudige kamer, heeft verdachte op 21 augustus 2006 vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde en hem voor 1 (AM: lees: impliciet subsidiair). "schuldheling" veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één week, met een proeftijd van twee jaren.

2. Mr. P. Scholte, advocaat te Amsterdam, heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld. Mrs. J.W. Soeteman en K.P.C.M. Gimbrère, beiden advocaat te Amsterdam, hebben een schriftuur ingezonden, houdende één middel van cassatie. Het middel houdt in dat de bewezenverklaring niet door de bewijsmiddelen kan worden gedragen. Blijkens de toelichting kan volgens de stellers van het middel met name niet volgen dat de verdachte met de voor schuldheling vereiste grove of aanmerkelijke onvoorzichtigheid heeft gehandeld.

3.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 12 december 2005 te Amsterdam een fiets, merk Locomotief, voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen redelijkerwijs moest vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof."

3.2. Als bewijsmiddelen heeft het hof gebezigd:

"2. Een proces-verbaal van aangifte met bijiage met nummer 2005145247-1 van 17 juni 2005, opgemaakt op ambtsbelofte door de bevoegde verbalisant [verbalisant 3] medewerker van het regionaal politiekorps Amsterdam-Amstelland. Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van [betrokkene 1]:

Tussen donderdag 16 juni 2005 te 10.30 uur en donderdag 16 juni 2005 te 13.30 uur werd aan de [a-straat 1], [postcode] [plaats] weggenomen ondervermelde damesfiets.

Ik ben eigenaar van genoemde fiets. Op eerstgenoemde dag, datum en tijdstip heb ik mijn fiets geplaatst op genoemde locatie. Mijn fiets was terdege afgesloten door middel van een kabelslot van een fietsslot.

Toen ik op laatst genoemde dag, datum en tijdstip mijn flets wilde gebruiken, zag ik dat mijn fiets door onbekende(n) was weggenomen.

Aan niemand werd bet recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit. Bijiage goederen

Gestolen goed

Categorie omschrijving: Vervoermiddel

Object: Fiets (Damesfiets)

Merk/type: Locomotief Spirit Fashion

Kleur: Rood

Land: Nederland

Registratienummer: [001]

Bijzonderheden: Rood/zilver met fietstassen, kleur zwart

Eigenaar: [betrokkene 1].

3. Een proces-verbaal met nummer 2005145247-2, op ambtsbelofte opgemaakt door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beide aspirant agenten van het regionaal politiekorps Amsterdam-Amstelland. Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als mededelingen van verbalisanten:

Op maandag 12 december 2005 bevonden wij ons op de openbare weg 1e Constantijn Huygensstraat ter hoogte van perceel 80 te Amsterdam.

Aldaar zagen wij aan de overzijde van de straat een manspersoon fietsen op een damesfiets. Wij, verbalisanten, zagen dat deze fiets niet voorzien was van een fabriekswege aangebracht ringslot. Ambtshalve is ons, verbalisanten, bekend dat dit soort fietsen, indien niet voorzien van een dergelijk ringslot, vaak gestolen zijn. Daarop zijn wij, verbalisanten, de persoon achterna gegaan en hebben de persoon staande gehouden.

Wij, verbalisanten, zagen een framenummer op de fiets en hebben deze door de ter politie beschikbare opsporingssystemen laten controleren. Hieruit bleek dat de fiets als gestolen gesignaleerd stond.

Op maandag 12 december 2005 hebben wij de verdachte aangehouden ter zake heling.

4. Een proces-verbaal van afstandsverklaring inbeslagneming goed met nummer 2005145247-7 van 12 december 2005, opgemaakt op ambtsbelofte door [verbalisant 4], hoofdagent van politie van het regionaal politiekorps Amsterdam-Amstelland. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

[verdachte] verklaart ten aanzien van het bij hem inbeslaggenomen goed

Categorie omschrijving: Vervoermiddel

Object: Fiets (Damesfiets)

Merk/type: Locomotief Spirit Fashion

Kleur: Rood

Land: Nederland

Registratienummer: [001]

Bijzonderheden: Rood/zilver met fietstassen, kleur zwart

als houder daarvan afstand te doen.

5. Een proces-verbaal met nummer 2005 145247-6 van 12 december 2005, opgemaakt op ambtsbelofte door [verbalisant 4] en [verbalisant 5], hoofdagenten van politie van het regionaal politiekorps Amsterdam-Amstelland. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als tegenover verbalisanten voornoemd op voormelde datum afgelegde verklaring van verdachte:

Ik heb vandaag van iemand, van wie ik niet weet waar hij woont, een damesfiets geleend. Die damesfiets stond bij Praxis aan de Trompenburgerstraat (te Amsterdam, naar het hof begrijpt).

6. Een proces-verbaal met nummer 2005 145247-13 van 13 december 2005, opgemaakt op ambtsbelofte door [verbalisant 4] en [verbalisant 5], hoofdagenten van politie van het regionaal politiekorps Amsterdam-Amstelland. Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als tegenover verbalisanten voornoemd op voormelde datum afgelegde verklaring van [betrokkene 2]:

Ik heb geen fiets aan [verdachte] uitgeleend, ik heb helemaal geen fiets."

3.3. Het hof heeft als bewijsmiddel tevens gebezigd de verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep, inhoudende:

"Ik had de fietssleutel niet van de damesfiets, die ik op 12 december 2005 aan de Trompenburgerstraat te Amsterdam heb meegenomen. Een origineel slot, waar de politie het over had, zat er niet op."

3.4. Voorts heeft het hof nog als bewijsoverweging opgenomen:

"Het hof overweegt dat het onderdeel van de verklaring van verdachte dat hij de onderhavige fiets had geleend van ene [betrokkene 2] geen steun vindt in enig ander bewijsmiddel, integendeel door [betrokkene 2] wordt bestreden, en dit onderdeel van verdachtes verklaring evenmin anderszins aannemelijk is geworden, zodat het hof dit onderdeel van de verklaring van verdachte ter zijde stelt.

Nu de verdachte heeft verklaard dat hij de onderhavige damesfiets heeft geleend van iemand van wie hij niet weet waar deze woonachtig is, terwijl hij voorts heeft verklaard dat op die damesfiets geen origineel slot zat en verdachte kennelijk geen nadere vragen heeft gesteld over de herkomst van deze damesfiets treft hem schuldverwijt terzake van de omstandigheid dat deze damesfiets, die hij voorhanden heeft gekregen van misdrijf afkomstig was, hetgeen metterdaad het geval is gebleken te zijn."

3.5. Het hof heeft in de bewijsoverweging de omstandigheden aangegeven waaruit het hof heeft afgeleid dat in casu van schuldheling sprake is:

- verdachte heeft een fiets heeft geleend waar geen origineel slot op aanwezig was(1);

- deze fiets heeft hij geleend van iemand die dat uitlenen van de fiets ontkent; en

- verdachte heeft kennelijk geen andere vragen aan de uitlener gesteld over de herkomst van de fiets.

Kennelijk heeft het hof met de opmerking dat verdachte niet weet waar de uitlener woont, tot uitdrukking willen brengen deze uitlener aan verdachte overigens onbekend was.

3.7. De door het hof aangegeven omstandigheden kunnen voldoende zijn om tot een bewezenverklaring van schuldheling te kunnen komen.(2) 's Hofs oordeel, erop neerkomende dat een persoon die iets leent van een onbekende en geen nader onderzoek instelt terwijl dat wel op zijn weg had gelegen, zich schuldig kan maken aan schuldheling, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip "schuldheling".(3) In zoverre faalt het middel.

3.8. Ambtshalve wijs ik evenwel nog op het volgende. In zijn nadere bewijsoverweging heeft het hof overwogen dat het deel van de verklaring van verdachte dat hij de fiets had geleend van [betrokkene 2] geen steun vindt in enig ander bewijsmiddel. Kennelijk is het ontbreken van deze steun voor het hof redengevend geweest voor de bewezenverklaring. Maar dit gegeven vindt geen steun in een van de gebezigde bewijsmiddelen, noch heeft het hof aangeduid aan welk wettig bewijsmiddel het dit gegeven heeft ontleend.(4) Daarom is de bewezenverklaring ontoereikend met redenen omkleed.

4. Het middel is tevergeefs voorgesteld. Vernietiging dient evenwel naar mijn mening te volgen op de ambtshalve aangewezen grond.

5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, voor zover de verdachte daarbij is veroordeeld, en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam teneinde in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Kennelijk zat er wel een ander slot bij de fiets, nu verdachte blijkens zijn verklaring ter terechtzitting van het hof heeft verklaard niet over het sleuteltje van dat slot te beschikken.

2 Hoewel de omstandigheid dat de fiets geen origineel fabrieksslot heeft, mij op het eerste gezicht niet aanspreekt. Ik moge erop wijzen dat de aangifte rept over een "kabelslot van een fietsslot". Dat lijkt mij ook niet het originele slot. Wellicht zou ook aangeefster, als zij die dag op haar fiets door Amsterdam had gefietst, staande zijn gehouden. De verbalisanten weten kennelijk ambtshalve dat dit soort fietsen alleen maar worden verkocht met een van fabriekswege aangebracht ringslot en dat, als dat slot ontbreekt, dergelijke fietsen vaak gestolen zijn.

3 HR 17 december 2002, LJN AF0625; HR 13 mei 2003, NJ 2003, 460.

4 HR 24 juni 2003, NJ 2004, 165; HR 23 september 2003, NJ 2004, 166; HR 23 oktober 2007, LJN BA5851.