Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2008:BC1332

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
22-01-2008
Datum publicatie
22-01-2008
Zaaknummer
00162/07
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2008:BC1332
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Meer en Vaart-verweer. Nu het Hof de juistheid van een met de inhoud van het gebezigde bewijsmiddel niet strijdige stelling in het midden heeft gelaten, is de met de bewezenverklaring onverenigbare mogelijkheid opengebleven dat op het in de bewezenverklaring genoemde tijdstip voor de onderhavige auto een verzekering overeenkomstig de WAM was gesloten en in stand gehouden. De bewezenverklaring is dus niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2008, 40
RvdW 2008, 168
VR 2008, 145
VR 2008, 98
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 00162/07

Mr Machielse

Zitting 20 november 2007

Conclusie inzake:

[verdachte](1)

1. Het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, enkelvoudige kamer, heeft verdachte op 18 september 2006 voor "Als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden", veroordeeld tot twee weken hechtenis. Voorts is hem de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen ontzegd voor de duur van vier maanden.

2. Namens verdachte is tijdig beroep in cassatie ingesteld. Mr. S. Schuurman, advocaat te Breukelen, heeft een schriftuur ingezonden, houdende één middel van cassatie.

3.1. Het middel klaagt erover dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd, nu 's hofs arrest als bewijsmiddel slechts één proces-verbaal heeft opgenomen, waarin geen feiten en omstandigheden staan opgenomen die door de verbalisant zelf zijn waargenomen of ondervonden.

3.2. Ten laste van verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 02 maart 2005 te Maarssen, als degene aan wie voor een motorrijtuig (personenauto) het kenteken [AA-BB-00] was opgegeven, en waarvoor een kentekenbewijs was afgegeven, niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen had gesloten en in stand gehouden."

3.3. Als bewijsmiddel heeft het hof het volgende opgenomen:

"1. het hiervoor in het proces-verbaal ter terechtzitting onder 1 vermelde proces-verbaal(2), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op 2 maart 2005, omstreeks 22.00 uur, heeft de Dienst Wegverkeer, Centrum voor Voertuigtechniek en Informatie, bureau Handhaving te Veendam door middel van registervergelijking geconstateerd dat in het CRWAM voor het motorvoertuig, zijnde een personenauto, voorzien van kenteken [AA-BB-00], geen geldige verzekering als bedoeld in artikel 30 Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen stond geregistreerd. Het kenteken stond op die datum op naam van: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1954 te [geboorteplaats], wonende [a-straat 1] te [woonplaats]."

3.4. Het bewijs van een strafbaar feit kan de rechter overeenkomstig het tweede lid van art. 344 Sv aannemen op één proces-verbaal van een opsporingsambtenaar. Dit proces-verbaal moet dan wel voldoen aan de wettelijke eisen. Zo moet het proces-verbaal origineel zijn, of voor kopie conform getekend zijn, en op ambtseed zijn opgemaakt en ondertekend door een opsporingsambtenaar, een en ander als omschreven in art. 153 Sv. Zo niet, dan degradeert het proces-verbaal tot een geschrift, en één geschrift is niet voldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.(3)

De verbalisant moet zoveel mogelijk(4) inzicht geven in de redenen van wetenschap.

Het bewezenverklaarde betreft een middels een registervergelijking geconstateerde overtreding van art. 30 WAM. Mij ontgaat hoe een verbalisant - anders dan bijvoorbeeld een snelheidsovertreding of het rijden door rood - dit "live" zou kunnen constateren. De Dienst Wegverkeer voert een registervergelijking uit, zet de bevindingen op papier in een proces-verbaal, voegt daaraan een uitdraai uit het systeem toe en levert dit aan. De verbalisant kan, lezende dit proces-verbaal met daarbij de bijlage, zelf waarnemen hetgeen door de Dienst Wegverkeer wordt geconstateerd. Daarmee zijn de redenen van wetenschap aangegeven.

De eis die de steller van het middel kennelijk stelt, is dat de verbalisant zelf de registervergelijking maakt. Die eis gaat niet op. De registervergelijking wordt automatisch uitgevoerd en de verbalisant neemt kennis van het resultaat. Er is niets op tegen dat de verbalisant proces-verbaal opmaakt van hetgeen hij bij lezing van het proces-verbaal van de Dienst Wegverkeer en de uitdraai vervolgens zelf constateert en ondervindt.(5) Het is aan de feitenrechter om het proces-verbaal vervolgens te waarderen op diens betrouwbaarheid en daaraan bewijskracht aan toe te kennen.

Ook in de door de steller van het middel aangehaalde arrest van Uw Raad van 26 januari 1999, NJ 1999, 511 kan mijns inziens uit rov. 5.4 worden afgeleid dat de verbalisant die kennis neemt van hetgeen door de Dienst Wegverkeer is geconstateerd, "waarneemt".

3.5. Het middel stelt voorts aan de orde of het hof tot een veroordeling is kunnen overgaan gelet op de verklaring van verdachte ter terechtzitting, inhoudende dat voor de auto bij de verzekering een voorlopige dekking gold. Als een verzekering voorlopige dekking verleent is voldaan aan de eisen van de WAM.(6) De vraag rijst of verdachte hier een verweer heeft gevoerd dat tot een nadere reactie van het hof had moeten leiden. Als dat zo is zou het bewijs van het onverzekerd zijn van de auto niet enkel op het proces-verbaal, onder 3 van de aantekening van het mondeling vonnis aangehaald, kunnen berusten. Voor de beantwoording van die vraag acht ik van belang dat verdachte niet bijgestaan werd door een advocaat en, gelet op zijn ter terechtzitting in hoger beroep van 18 september 2006 afgelegde verklaring, uit anderen hoofde (kennelijk langdurig) gedetineerd was. Gewoonlijk mag van de verdediging worden verwacht dat een verweer dat de strekking heeft een bewezenverklaring te doorkruisen beargumenteerd en gestaafd aan de rechter wordt voorgelegd.(7) De verdachte die verstoken is van deskundige bijstand zal wat dat betreft op een zekere coulance mogen rekenen. In ieder geval mag verwacht worden dat de rechter zo een bewering nader onderzoek en verdachte op dit punt nader ondervraagt. Wanneer een verdachte gedetineerd is is het niet waarschijnlijk dat hij zomaar de gegevens voorhanden heeft om zijn verweer mee te onderbouwen. Gelet op deze omstandigheden ben ik van oordeel dat het hof nader had moeten ingaan op de uitlating van verdachte dat de auto op 2 maart 2005 in voorlopige dekking was genomen.

Dit onderdeel van het middel komt mij gegrond voor.

4. Ambtshalve heb ik geen grond gevonden die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.

5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Deze zaak hangt samen met de strafzaken tegen de verdachte nrs. 00164/07 en 00165/07, in welke zaken ik heden eveneens concludeer.

2 AM, te weten: "een in de wettelijke vorm door [verbalisant 1], buitengewoon opsporingsambtenaar van het Centraal Justitieel Incasso Bureau te Leeuwarden, opgemaakt proces-verbaal, genummerd 12.60.4200.5014.9 en gesloten op 17 juni 2005, met bijlagen."

3 HR 16 januari 2007, LJN AZ2481.

4 "Zoveel mogelijk" in art. 153, tweede lid, Sv geeft al aan dat het geen absoluut vereiste is. Zie ook HR 5 november 1974, NJ 1975, 113 en HR 18 mei 1982, NJ 1983, 49.

5 Zie HR 3 april 2007, LJN AZ8376 m.b.t. het eerste middel (art. 81 RO); HR 9 september 2003, LJN AG2077, m.b.t het zesde middel.

6 HR 4 mei 1982, NJ 1982, 651.

7 Vgl. de conclusie van mijn voormalig ambtgenoot mr. Van Dorst over het zgn. "WAM-gat" vóór HR 1 december 1998, NJ 1999, 273.