Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2007:BA7926

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
25-09-2007
Datum publicatie
26-09-2007
Zaaknummer
03041/06 H
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2007:BA7926
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Herziening. WAM-verklaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 608
RvdW 2007, 828

Conclusie

Nr. 03041/06 H

Mr. Fokkens

Zitting: 19 juni 2007

Conclusie inzake:

[Aanvrager]

1. Aanvrager van herziening is door de Rechtbank te Arnhem bij vonnis van 19 oktober 2005 ter zake van het "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden" veroordeeld tot een geldboete van € 450,-- subsidiair negen dagen hechtenis. Voorts heeft de Rechtbank aan de aanvrager een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opgelegd voor de duur van vijf maanden, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Die uitspraak is onherroepelijk nadat het Hof te Arnhem aanvrager op 29 september 2006 niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn beroep tegen dit vonnis.

2. De herzieningaanvraag is ingediend door mr. S. Demirtas, advocaat te Nieuwegein.

3. De aanvraag berust op de stelling dat de auto op de pleegdatum wel verzekerd was. Ter staving van deze stelling is bij de aanvraag een verklaring ex art. 34 WAM gevoegd welke op 10 november 2005 is afgegeven door Fortis ASR Schadeverzekering, inhoudende dat op de pleegdatum 15 september 2004 op naam van aanvrager een motorrijtuig met kenteken [AA-00-BB] was verzekerd.

4. Voornoemde door Fortis afgegeven verklaring, tot stand gekomen en afgegeven nadat de Rechtbank vonnis had gewezen, doet in ieder geval het ernstig vermoeden ontstaan dat de Rechtbank, ware zij daarmee bekend geweest, aanvrager zou hebben vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. Vgl. HR 10 oktober 2006, LJN0744, DD2007, 33.2.

5. Ik concludeer dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de Rechtbank van 19 oktober 2005 zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Arnhem opdat de zaak op de voet van art. 467 Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden