Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2007:BA7665

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
25-09-2007
Datum publicatie
25-09-2007
Zaaknummer
02132/06
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2007:BA7665
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

359.6 Sv. De overwegingen van het Hof bevatten in strijd met art. 359.6 Sv geen opgave van de redenen die in het bijzonder hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 597
RvdW 2007, 825

Conclusie

Nr. 02132/06

Mr Machielse

Zitting 12 juni 2007

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft verdachte op 13 juni 2006 - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde en voor 3. "diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming" veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf.

2. Mr. M.L. van Gaalen, advocaat te Amsterdam, heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld.

Mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftuur ingezonden, houdende één middel van cassatie.

3.1. Het middel klaagt dat het hof de opgelegging van de vrijheidsbenemende straf niet naar de eisen der wet met redenen heeft omkleed.

3.2. In de aantekening mondeling arrest heeft het hof slechts het volgende overwogen:

"Al het vorenstaande overwegende, acht het hof oplegging van de hierboven vermelde straffen (straf, AM) passend en geboden."

3.3. Met het "vorenstaande" zal het hof het oog hebben gehad op de bewezenverklaring, de kwalificatie en de bewijsmiddelen, waaruit de ernst van het feit blijkt. Daarnaast zal het hof, door aanhaling van het zestien bladzijden tellende uittreksel justitiële documentatie hebben gedoeld op de persoon van de verdachte. De (standaard)motivering dat het hof bij de oplegging van de straf heeft gelet op de ernst van het feit, de persoon van de verdachte en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zou hierin nog ingelezen kunnen worden. Maar een standaardmotivering is niet voldoende om te voldoen aan art. 359, zesde lid, Sv, nu het arrest geen opgave bevat van de redenen die in het bijzonder hebben geleid tot de keuze voor een vrijheidsbenemende straf.(1)

4. Het middel slaagt.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad het bestreden arrest zal vernietigen voor zover het betreft de strafoplegging en de zaak zal terugwijzen naar het Gerechtshof te Amsterdam teneinde opnieuw over de straftoemeting te beslissen. Ambtshalve heb ik geen andere gronden voor vernietiging aangetroffen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 Vgl. HR 29 augustus 2006, LJN AX6411 en LJN AX3925. Zie voorts HR 19 december 2006, LJN AZ1665 (alleen standaardmotivering); Over toen nog het zevende lid: HR 20 maart 1984, NJ 1984, 569 (bevestiging vonnis met daarin alleen een standaardmotivering) en HR 24 januari 1984, NJ 1984, 480 (alleen standaardmotivering).