Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2007:BA2277

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
05-06-2007
Datum publicatie
05-06-2007
Zaaknummer
02758/06
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2007:BA2277
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Verjaring overtreding. Het feit is begaan op of omstreeks 4-5-02. Gelet op de verjaringstermijn ex art. 72.2 Sr, zoals dat luidde van 1-1-06 tot 7-7-06, van ten hoogste 2 keer 2 jr, is het recht tot strafvordering wegens verjaring vervallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 398
RvdW 2007, 600
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 02758/06

Mr. Vellinga

Zitting: 27 maart 2007

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage wegens "overtreding van artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990" veroordeeld tot een geldboete van € 570,=, subsidiair 11 dagen hechtenis, alsmede tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 maanden.

2. Namens verdachte heeft mr. H.P. Eckert, advocaat te Groningen, één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel bevat de klacht dat het recht tot strafvervolging wegens verjaring is komen te vervallen.

4. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 04 mei 2002 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, als bestuurder van een motorvoertuig (auto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg A4, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990/bord 1 van bijlage II van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (1966) - op welk bord een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van 182 kilometer per uur."

5. Dit feit is strafbaar gesteld bij art. 92 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (oud) en is op grond van art. 177 eerste lid onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (oud) een overtreding.

6. Ingevolge het bij Wet van 16 oktober 2005, Stb. 2005, 595, per 1 januari 2006 gewijzigde art. 72, tweede lid Sr, gold voor overtredingen een maximale verjaringstermijn van vier jaren; vgl. HR 30 mei 2006, NJ 2006, 366. De nadien in werking getreden wijziging van deze bepaling, bij Wet van 5 juli 2006, Stb. 2006, 310, in werking getreden op 7 juli 2006 heeft geen gevolgen voor feiten die voor die datum reeds zijn verjaard.

7. In aanmerking genomen dat op grond van art. 71 aanhef Sr de verjaringstermijn ten aanzien van het tenlastegelegde feit is aangevangen op 5 mei 2002, is de verjaring op grond van art. 72, tweede lid Sr (oud) voltooid op 5 mei 2006.

8. Het middel is dus terecht voorgesteld.

9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging van de verdachte.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG