Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2007:BA0473

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
15-05-2007
Datum publicatie
16-05-2007
Zaaknummer
01127/06
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2007:BA0473
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Ingetrokken appelakte. Bij de stukken van het geding bevinden zich a. een akte rechtsmiddel van 11-5-2005, waarin namens verdachte appel wordt ingesteld tegen het vonnis van de pr van 10-5-2005, en b. een akte rechtsmiddel van 10-3-2006 waarin namens verdachte dat appel wordt ingetrokken. De behandeling van de zaak heeft op de ttz van 14-3-2006 bij verstek plaatsgevonden. ’s Hofs in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel dat de zaak op een bestaand appel diende te worden behandeld, is gelet op de onder b genoemde akte niet begrijpelijk. De HR doet de zaak om doelmatigheidsredenen zelf af en verstaat dat het appel is ingetrokken. CAG over de ontvankelijkheid van het cassatieberoep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 345
RvdW 2007, 521
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 01127/06

Mr. Knigge

Zitting: 6 maart 2007

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch bij arrest van 28 maart 2006 wegens "mishandeling" veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf waarvan drie weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals in het arrest vermeld.

2. Namens verdachte heeft mr. M.Th.M. Zumpolle, advocaat te Utrecht, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel bevat de klacht dat het Hof ten onrechte, het door de verdachte ingestelde, maar vóór de behandeling van de zaak ingetrokken, hoger beroep heeft behandeld en arrest heeft gewezen.

4. Bij de aan de Hoge Raad gezonden gedingstukken bevinden zich:

- een akte beroep van 11 mei 2005, waarin mr. B.G.M. Frencken, advocaat te 's-Hertogenbosch, verklaart namens de verdachte - door deze daartoe bepaaldelijk gevolmachtigd - hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank 's-Hertogenbosch van 10 mei 2005;

- een door de griffier van de Rechtbank 's-Hertogenbosch gewaarmerkte fotokopie van een akte intrekking beroep van 10 maart 2006 waarin mr. C.A.T. Philipsen, advocaat te Utrecht, verklaart namens de verdachte - door deze daartoe bepaaldelijk gevolmachtigd - het door hem ingestelde hoger beroep tegen het vonnis van de Politierechter te 's-Hertogenbosch van 10 mei 2005 in te trekken;

- een telefaxbericht van 29 maart 2006 van mr. M.Th.M. Zumpolle, raadsman van verdachte, aan het Hof 's-Hertogenbosch waarin hij, onder gelijktijdige toezending van de daartoe strekkende akte, meedeelde dat het ingestelde beroep reeds op 10 maart 2006 is ingetrokken;

- een brief van 18 april 2006 van mr. A.J.M. Bark-van Gink, raadsheer bij het Hof 's-Hertogenbosch, die de behandeling van de onderhavige zaak door het Hof heeft voorgezeten, aan de griffier van de Hoge Raad, inhoudende:

"Nadat op 28 maart 2006 in deze arrest is gewezen, is op 29 maart 2006 een telefaxbericht van de raadsman van de verdachte, mr. M.Th.M. Zumpolle, bij het hof binnengekomen. Mr. Zumpolle deelde, onder gelijktijdige toezending van de daartoe strekkende akte, mede dat het ingestelde beroep reeds op 10 maart 2006 was ingetrokken. Dit is derhalve vier dagen voor de behandeling van de zaak ter terechtzitting.

Navraag bij de centrale informatie balie heeft geleerd dat het hoger beroep inderdaad op 10 maart 2006 is ingetrokken en dat verzuimd is de bewuste akte naar het hof te zenden. Het hof is derhalve, achteraf bezien, ten onrechte tot de behandeling van de zaak overgegaan. Het hof heeft evenwel niet de bevoegdheid deze kwestie te herstellen, reden waarom in overleg met mr. Zumpolle zijn telefaxbericht voornoemd is aangemerkt als een volmacht tot het instellen van cassatie en de zaak thans bij u ter beoordeling voorligt."

5. Alvorens ik het middel bespreek, vraag ik eerst aandacht voor de vraag of het ingestelde cassatieberoep ontvankelijk is. De zich bij de stukken bevindende cassatieakte maakt gewag van een "aan deze akte gehecht schrijven, welke door het gerechtshof gelezen wordt als volmacht tot het instellen van beroep in cassatie". Bedoeld schrijven is het hiervoor onder 4 genoemde telefaxbericht van de raadsman van de verdachte, mr Zumpolle. Het is vaste, op art. 450 lid 1 sub a Sv gebaseerde jurisprudentie dat voor het instellen van een rechtsmiddel door een advocaat, diens persoonlijke verschijning ter griffie is vereist. Een advocaat kan dus niet per brief namens zijn cliënt een rechtsmiddel aanwenden.(1) Daarmee stemt overeen dat hij ook niet per brief een medewerker van de griffie kan machtigen om namens de verdachte het rechtsmiddel aan te wenden.(2) In dit bijzondere geval komt het mij echter voor dat er reden is de gemaakte fout niet aan de verdachte toe te rekenen. De akte vermeldt immers dat het schrijven "door het gerechtshof" is verstaan als een bijzondere volmacht. Dit zal gelezen moeten worden in het licht van het hiervoor onder 4 vermelde schrijven van mr. Bark-van Gink, raadsheer bij het Hof. Een en ander brengt mijns inziens mee dat het er in dit bijzondere geval voor gehouden moet worden dat mr. Zumpolle heeft vertrouwd - en heeft mogen vertrouwen - op de onjuiste voorlichting die hem van de zijde van het Hof is gegeven. Mr. Zumpolle hoefde het niet beter te weten dan het Hof. Ik merk daarbij op dat een andere, meer formalistische benadering mogelijk strijd oplevert met het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op toegang tot de (cassatie)rechter.

6. Over het middel zelf kan ik korter zijn. In het licht van de inhoud van de onder 4 vermelde stukken moet er in cassatie van worden uitgegaan dat, als gevolg van een misslag, het Hof dat het bestreden arrest heeft gewezen niet bekend is geweest met de tijdige en geldige intrekking van het hoger beroep ex art. 453, eerste lid, Sv, zodat de zaak niet meer aan zijn oordeel onderworpen was.

7. Het middel is gegrond. Om redenen van proceseconomie kan de Hoge Raad de zaak zelf afdoen en verstaan dat het ingestelde hoger beroep is ingetrokken.(3)

7. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen en zal verstaan dat het door de verdachte ingestelde hoger beroep is ingetrokken.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Zie o.m. HR 15 oktober 1996, NJ 1997, 93 en HR 30 januari 2001, NJ 2001, 293 m.nt. JdH.

2 HR 25 maart 1997, NJ 1998, 50.

3 Vgl. HR 12 april 1988, NJ 1988, 932; HR 16 april 2002, nr. 00452/01 (niet gepubliceerd) en HR 5 juli 2005, nr. 01925/04 (niet gepubliceerd).