Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2007:AZ9687

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
05-06-2007
Datum publicatie
05-06-2007
Zaaknummer
00326/06 J
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2007:AZ9687
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Termijn ex art. 77z Sr. HR ambtshalve: De HR verstaat de bestreden uitspraak en het dictum daarvan aldus dat de door het hof als voorwaarde gestelde behandeling in de Glen Mills school neerkomt op een plaatsing in die inrichting. Dat brengt mee dat die voorwaarde is onderworpen aan de in art. 77z,.2 Sr gestelde eisen, inhoudende dat de rechter de termijn dient te bepalen bij het opleggen van de bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich zal laten opnemen in een inrichting, niet zijnde een inrichting a.b.i. in art. 1.b Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. Het hof heeft verzuimd deze termijn te bepalen en dat overgelaten aan de behandelaars van de Glen Mills school. Dit brengt mee dat de bestreden uitspraak voor wat de strafoplegging betreft moet worden vernietigd (HR LJN AZ0699).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2007, 399
RvdW 2007, 594
NJB 2007, 1412
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 00326/06 J

Mr. Knigge

Zitting: 27 maart 2007 (bij vervroeging)

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. De verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch wegens 1. "diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak", 2. "diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak", 3. "diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming", 4. "diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak" en 5. "diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen op de openbare weg" veroordeeld tot 22 maanden jeugddetentie waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zo spoedig mogelijk doch binnen één maand na onherroepelijk worden van dit arrest, zal hebben gemeld bij de behandelaars van de Glen Mills School te Wezep en voorts dat verdachte zal deelnemen aan het programma van die school zodra en zolang de behandelaars zulks gedurende de proeftijd nodig achten. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij Basisschool [A] toegewezen en de benadeelde partij [B] in haar vordering niet-ontvankelijk verklaard.

2. Namens de verdachte heeft mr. E.H.C.K. Reijans, advocaat te Echt, een middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt dat het Hof de bijzondere voorwaarde van de deelname aan het programma van de Glen Mills School te Wezep niet naar behoren met redenen heeft omkleed.

4. Met betrekking tot de deelname van verdachte aan het programma van de Glen Mills School heeft blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 19 september 2005 aldaar het volgende plaatsgevonden:

"De raadsman deelt mede -zakelijk weergegeven- dat de reden van het hoger beroep gelegen is in de omstandigheid dat verdachte het niet eens is met de door de eerste rechter gestelde bijzondere voorwaarde, te weten dat verdachte deel zal nemen aan het programma van de Glen Mills school te Wezep.

(...)

De voorzitter deelt mede de inhoud van het de verdachte betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 25 augustus 2005 alsmede de de verdachte betreffende rapporten van bureau Jeugdzorg d.d. 10 februari 2005 en 5 april 2005 en een afsluitrapportage van Jeugdreclassering d.d. 2 mei 2005.

Op vragen omtrent zijn persoonlijke omstandigheden verklaart de verdachte -zakelijk weergegeven- als volgt.

Op 2 september ben ik op vrije voeten gesteld. Ik heb tien maanden jeugddetentie uitgezeten. Ik vind dat - gezien de soort mensen die bij de Glen Mills school behandeld worden - ik een behandeling bij Glen Mills niet nodig heb. Ik heb op internet gelezen dat vooral mensen die problemen met hun ouders hebben daar worden behandeld. Ik heb geen probleem. Ik heb de onderhavige feiten gepleegd voor het geld. Nu is het probleem opgelost omdat ik werk aan het zoeken ben. Ik weet zeker dat ik in de toekomst geen strafbare feiten ga plegen. Op mijn school te [plaats] leer ik een vak en daar leer ik ook hoe ik met mensen om moet gaan. In augustus 2004 ben ik tot 3 maanden onvoorwaardelijke jeugddetentie veroordeeld.

Ik heb nog geen diploma behaald. Ik zit nu op school, te weten [C] te [plaats]. Het is een schakelklas. Ik trek niet meer met de verkeerde vrienden op. Ik ben niet gemotiveerd om naar Glen Mills te gaan.

Op vragen van de advocaat-generaal verklaar ik dat nadat ik begin september jl. ben vrijgekomen, ik naar huis ben gegaan. Via internet ben ik gaan MSN'en. Mijn gezinsvoogd heeft de school voor mij geregeld. Op vrijdag ben ik vrijgekomen en op woensdag had ik een gesprek op school. Ik heb veel vrienden in de buurt van mijn huis.

De moeder van verdachte, door de voorzitter daartoe in de gelegenheid gesteld, verklaart - zakelijk weergegeven - het volgende.

In de tien maanden die [verdachte] vast heeft gezeten is hij veranderd. Hij is mondiger geworden, hij praat makkelijker. Ik vind de feiten die hij heeft gepleegd verschrikkelijk. Vanaf zijn tiende hebben wij contact met de Jeugdzorg, maar hij is nooit de goede richting ingestuurd.

Jeugdzorg heeft hem geen hulp aangeboden. Nu hij bijna meerderjarig is willen ze hem snel corrigeren. Jeugdzorg wil nu op het allerlaatste moment tempo inzetten om te bewijzen dat ze niet hebben gefaald. Ik denk dat [verdachte] nu ongemotiveerd is om naar de Glen Mills school te gaan. Hij moet bewijzen dat hij het verleden achter zich heeft gelaten. Hij is bereid om een baan te zoeken. Ik denk niet dat Glen Mills hem zou kunnen helpen.

De advocaat-generaal voert het woord - zakelijk weergegeven - als volgt.

Het gaat in casu om de strafmodaliteit. Hierbij vind ik de navolgende factoren van belang:

- de enorme hoeveelheid strafbare feiten die verdachte heeft gepleegd;

- de aard van de delicten;

- de groepsbeïnvloeding;

- de leeftijd van de verdachte ten tijde van het plegen van de feiten;

- de huidige leeftijd van verdachte;

- het ontbreken van enig alternatief.

Op grond van deze factoren vind ik het van belang dat verdachte het programma van de Glen Mills school doorloopt. De toekomst van verdachte is zeer onzeker. Verdachte wil niet naar de Glen Mills school, echter gezien de zwaarte van de feiten ben ik van mening dat indien de bijzondere voorwaarde met betrekking tot de Glen Mills school niet wordt opgelegd, een hogere jeugddetentie dient te worden opgelegd, immers het gevaar voor herhaling is reëel en groot. (...)

De raadsman voert het woord tot verdediging en deelt mede - zakelijk weergegeven -:

Ten aanzien van de ten laste gelegde feiten, de ad informandum gevoegde feiten en de vorderingen van de benadeelde partijen refereer ik me aan het oordeel van uw hof.

Het hoger beroep is uitsluitend gericht tegen de bijzondere voorwaarde, te weten dat cliënt zal deelnemen aan het programma van de Glen Mills school te Wezep.

Cliënt wenst hieraan niet mee te werken. Hij is totaal ongemotiveerd. Hij zal daar als een zak patat zitten. Er is sprake van communicerende vaten. Hij zal een hogere jeugddetentie niet erg vinden. Wellicht dat bij oplegging van een eventueel hogere jeugddetentie een deel van de straf voorwaardelijk wordt opgelegd en dat als bijzondere voorwaarde wordt opgenomen dat hij zich aan de door de jeugdreclassering gestelde voorwaarden zal houden. Behalve de Glen Mills school is er een andere optie, te weten [betrokkene 1]. [Betrokkene 1] is een Marokkaanse orthopedagoog verbonden aan een Onderwijs Begeleidingsdienst in Noord-Brabant. Hij begeleidt leerlingen op diverse havo- en mbo-scholen in die regio. Marokkaanse deugnieten met leer- en gedragsproblemen op deze scholen komen bij hem terecht en worden door hem weer op het goede spoor gezet. Helaas is deze optie niet met jeugdzorg besproken.

De advocaat-generaal repliceert - zakelijk weergegeven - als volgt.

Ik realiseer me dat verdachte ongemotiveerd is voor de Glen Mills school. De eerste weken zullen verschrikkelijk voor hem zijn, maar daarna wordt het beter. Het is immers een straf. Het plegen van een delict wordt niet opgelost door een paar maandjes te gaan zitten. Door problemen kan verdachte vervallen in zijn oude gedrag. Hij heeft lang genoeg reclasseringscontacten gehad die bovendien hebben gefaald. De raadsman heeft wel een sterk punt wanneer hij stelt dat andere opties niet zijn onderzocht."

5. In zijn arrest overweegt het Hof ten aanzien van de strafoplegging het volgende:

" Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Daarbij is rekening gehouden met:

- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de omstandigheid dat de verdachte reeds eerder ter zake gekwalificeerde diefstal is veroordeeld;

- de mate waarin het bewezen verklaarde schade teweeg heeft gebracht;

- de omstandigheid dat het onder 4 bewezenverklaarde een voltooide inbraak in een woning betreft en door een woninginbraak de persoonlijke levenssfeer van anderen ernstig wordt geschonden;

- het gewelddadig karakter van het onder 5 bewezen verklaarde en de maatschappelijke onrust die daarvan het gevolg is.

- de professionele aanpak en het groot aantal inbraken gepleegd in een zeer korte periode van één maand;

- een tweetal rapporten respectievelijk d.d. 28 december 2001 en d.d. 5 september 2002 van L. Janssen, Raad voor de Kinderbescherming;

- een rapport d.d. 10 februari 2005 van K. Sniekers, Bureau Jeugdzorg, jeugdreclassering;

- een briefrapport d.d. 5 april 2005 van K. Sniekers, Bureau Jeugdzorg, jeugdreclassering;

- de afsluitrapportage jeugdreclassering d.d. 2 mei 2005;

- een briefrapport d.d. 13 september 2005 van mevr. L.J.G.Nillesen, jeugdbeschermer, werkzaam bij het Bureau Jeugdzorg.

Bij de straftoemeting heeft het hof ten bezware van de verdachte er rekening mee gehouden dat de verdachte heeft erkend zich schuldig te hebben gemaakt aan strafbare feiten, ad informandum vermeld op vordering nadere omschrijving tenlastelegging, en voor welke feiten verdachte niet afzonderlijk zal worden vervolgd te weten:

- diefstal door middel van braak van 2 computerkasten in BS Leeuwerveld in vereniging, gepleegd op 06 november 2004 te Reuver, Gemeente Beesel, aan de Gouverneur van Hövelllaan;

- poging tot diefstal in vereniging door middel van braak/verbreking bij Reclassering, gepleegd in de nacht van 20 op 21 oktober 2004 te Roermond, Gemeente Roermond aan de Olympialaan;

- diefstal in vereniging door middel van braak van computerkast in BS De Mussenberg; gepleegd in de nacht van 29 op 30 oktober 2004 te Horn, Gemeente Haelen, aan de Voogdenstraat;

- diefstal in vereniging door middel van braak van een beamer bij Fitlife Dennenmarken, gepleegd op 06 november 2004 Elmpterweg te Roermond, Gemeente Roermond;

- diefstal in vereniging dmv braak van GSM en beurs met geld in Restaurant de Gastronoom, gepleegd op 26 oktober 2004 te Tegelen, Gemeente Venlo,

- diefstal in vereniging van kassalade met 700 Euro uit tankstation Gaikhorst, gepleegd in of omstreeks de maand oktober 2004 te Melick, Gemeente Roerdalen, aan de Heinsbergerweg;

- diefstal van geld uit kassalade in vereniging door middel van braak, bij Fitlife Dennenmarken, gepleegd op 16 oktober 2004 te Roermond, Gemeente Roermond,

- diefstal in vereniging door middel van braak/inklimming van o.a. 20 laptops, gepleegd in of omstreeks de periode van 25 tot en met 28 oktober 2004 bij de Gildeopleiding te Roermond, Gemeente Roermond aan de Kerkeveldlaan,

- diefstal in vereniging door middel van braak van computerkast in BS Ankertje Compas, gepleegd op 19 oktober 2004, Kasteel Wassenbergstraat te Roermond, Gemeente Roermond,

- poging tot diefstal in kapsalon in vereniging door middel van braak, gepleegd op 29 oktober 2004 te Sittard, Gemeente Sittard-Geleen aan de Haspelsestraat.

Met oplegging van bovendien een gedeeltelijk voorwaardelijke jeugddetentie wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Bij de oplegging van de voorwaardelijke jeugddetentie acht het hof, geheel in overeenstemming met de inhoud van genoemde rapportages gedateerd 10 februari 2005, 5 april 2005, 2 mei 2005 en 13 september 2005, - anders dan de raadsman - naleving van de navolgende bijzondere voorwaarde passend en geboden."

6. In aanmerking genomen dat het hoger beroep uitsluitend was ingesteld omdat de verdachte bezwaar maakte tegen de oplegging van de bijzondere voorwaarde dat verdachte deel zou nemen aan het programma van de Glen Mills school, waarover ter terechtzitting ook uitvoerig is gesproken, doet de wijze waarop het Hof de oplegging van de bijzondere voorwaarde motiveert, nogal mager aan. Het Hof volstaat met een eenvoudige verwijzing naar de uitgebrachte rapportages. De vraag is of dat voldoende is in het licht van het gebrek aan motivatie dat de verdachte ter zitting etaleerde en het naar aanleiding daarvan door de raadsman aangedragen alternatief. Daarbij verdient aantekening dat de raadsman volgens de Advocaat-Generaal "een sterk punt [had] wanneer hij stelt dat andere opties niet zijn onderzocht."

7. De door het Hof genoemde rapportages, waarvan de inhoud ter terechtzitting van 19 september 2005 is medegedeeld, hebben minder om het lijf dan men wellicht zou verwachten. Zij houden - kort samengevat - het volgende in:

- Verdachte is op zeer jonge leeftijd crimineel gedrag gaan vertonen;

- de frequentie van de delicten nam steeds meer toe en ook de ernst ervan;

- straf, in de vorm van vastzitten, draagt niet bij in gedragsverandering of gewetensvorming

- na een eerdere detentie recidiveerde verdachte vrijwel meteen;

- de delicten worden gepleegd met een of meer anderen uit een vaste groep;

- verdachte is gevoelig voor de invloed van de groep en kan er geen afstand van nemen.

- verdachte wil aan een plaatsing niet meewerken, zegt "genoeg" te hebben van de begeleiding en wil niemand meer die hem regels oplegt. Verdachte ziet een behandeling in de Glen Mills School niet zitten.

8. Van de drie rapporteurs die het Hof noemt (Janssen, Sniekers en Nillesen) is het eigenlijk alleen Sniekers die plaatsing in Glen Mills adviseert.(1) In zijn rapport van 10 februari 2005 spreekt hij als zijn "persoonlijke overtuiging" uit dat verdachte mogelijk behandelbaar zou zijn binnen de Glen Mills School. Die overtuiging zou echter nog onderbouwd moeten worden door een uitgebreid persoonlijkheidsonderzoek. Daarvan is het echter niet gekomen. Op de zitting van 21 februari 2005 wees de Rechtbank het verzoek van de verdediging om een persoonlijkheidsonderzoek af met als reden dat dergelijk onderzoek geen vereiste was voor behandeling in Glen Mills. Wel hield de Rechtbank de zaak aan voor een intakegesprek. Dat intakegesprek vond niet plaats (omdat jongeren bij Glen Mills niet meer voor opname op intake komen), maar de Glen Mills School liet wel - op basis van een schriftelijke beoordeling - weten dat verdachte een geschikte kandidaat is voor behandeling aldaar (rapportage Sniekers dd 5 april 2005).

9. De bezwaren die de verdachte, zijn moeder en zijn raadsman ter terechtzitting tegen de oplegging van de bijzondere voorwaarde inbrachten, zijn weinig klemmend te noemen. Dat de verdachte zei geen probleem meer te hebben (omdat hij werk aan het zoeken was), wijst niet direct - gelet op de hardnekkige recidive die uit de rapportages spreekt - op een groot zelfinzicht en lijkt daarmee veeleer te onderstrepen dat ingrijpende maatregelen geboden zijn.(2) Dat de verdachte daarvoor verre van gemotiveerd was, was mevr. Sniekers bekend. Een nieuw gezichtspunt leverde dat dus niet op.

10. Ten aanzien van het betoog van de raadsman valt op dat een beargumenteerde bestrijding van de rapportages van de deskundigen en de door hen getrokken conclusies ontbreekt. De basis van het betoog van de raadsman wordt enkel en alleen gevormd door de gebleken onwil en het totale gebrek aan motivatie ("hij zal daar als een zak patat zitten") van de verdachte. Dat voor opname in Glen Mills enige vorm van motivitatie is vereist, werd echter niet gesteld. De door de raadsman aangedragen andere optie, te weten [betrokkene 1], een Marokkaanse orthopedagoog verbonden aan een Onderwijsbegeleidingsdienst in Noord-Brabant, lijkt daarbij uit de lucht gegrepen, of liever gezegd, van internet geplukt.(3) Dat de raadsman de haalbaarheid van deze optie heeft onderzocht en zich met (tegen)deskundigen heeft verstaan die deze optie realistisch achten, blijkt in elk geval niet. De raadsman stelt enkel dat deze optie "helaas" niet met jeugdzorg is besproken.

11. Anders dan in de toelichting op het middel wordt gesteld, kan mijns inziens niet gezegd worden dat uitvoerig is gemotiveerd waarom in casu de bijzondere voorwaarde niet als passend en geboden heeft te gelden. Dat het Hof zonder nadere motivering is voorbijgegaan aan de voorgeslagen optie maakt de motivering daarom in mijn ogen niet onbegrijpelijk. Ik merk daarbij op dat de verdachte, gelet op de grote hoeveelheid strafbare feiten die hij gepleegd heeft, absoluut niet meer lijkt te vallen in de categorie "Marokkaanse deugnieten met leer- en gedragsproblemen op een havo- of vmbo-school". Verdachte komt in de rapportages immers naar voren alls een veelpleger, die in zijn lange carrière nog niet heeft laten zien dat hij in staat is uit zichzelf tot een positieve verandering te kunnen komen. Ook teken ik aan dat de plaatsing in de Glen Mills School in feite het alternatief vormde voor een - door de verdachte overigens geprefereerde - langere onvoorwaardelijke jeugddetentie.(4)

12. Gelet op hetgeen is aangevoerd door verdachte en diens raadsman, in samenhang met de, ter zitting medegedeelde, inhoud van de rapportages waarnaar het Hof verwijst en met hetgeen het Hof verder overweegt omtrent de hoeveelheid door verdachte gepleegde strafbare feiten en de aard daarvan, heeft het Hof de oplegging van de bijzondere voorwaarde mijns inziens voldoende met redenen omkleed.

13. Het middel faalt derhalve en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.

14. Ambtshalve maak ik nog een tweetal opmerkingen. De eerste betreft de tijdsduur waarvoor de bijzondere voorwaarde geldt. Hoewel dat uit de formulering van de gestelde voorwaarde niet direct blijkt (verdachte dient zich te melden bij de behandelaars van de Glen Mills School in Wezep en deel te nemen aan het programma van die school) mag in cassatie als vaststaand worden aangenomen dat deze voorwaarde plaatsing in die inrichting inhoudt.(5) Dat betekent dat voldaan dient te zijn aan het bepaalde in art. 77z lid 2 Sr: de opneming dient te geschieden "gedurende een door de rechter te bepalen termijn, korter dan de proeftijd". Het Hof evenwel heeft deelname aan het programma voorgeschreven "zolang de behandelaars zulks gedurende de proeftijd nodig achten". Aan het bepaalde in art. 77z lid 2 Sr is derhalve niet voldaan.(6) Nu de strafoplegging in strijd is met de wet, terwijl het verzuim van het Hof bovendien een bijzondere voorwaarde betreft waartegen in cassatie door de verdachte wordt opgekomen, zie ik daarin reden voor ambtshalve cassatie.

15. De tweede opmerking betreft de redelijke termijn. De verdachte heeft op 12 oktober 2005 beroep in cassatie ingesteld. De stukken zijn vervolgens 7 februari 2006 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen, waarna de zaak ter zitting van de Hoge Raad van 6 februari 2007 voor het eerst is behandeld. Op dat moment was de 16-maanden-termijn, op een week na, reeds bereikt. Op het moment dat ik deze conclusie neem zal de redelijke termijn inmiddels met zo'n anderhalve maand overschreden zijn. Op het moment dat Uw Raad uitspraak doet zal de overschrijding nog groter zijn. Het komt mij voor dat dit moet leiden tot strafvermindering. Als de Hoge Raad op grond van het onder 14 aangedragen punt zou casseren, zal de rechter die na verwijzing of terugwijzing oordeelt, daarmee bij de strafoplegging rekening dienen te houden.

16. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Janssen adviseerde de oplegging van en werkstraf, Nillesen vatte - als vakantievervanger van Sniekers - slechts samen wat Sniekers adviseerde.

2 In zijn verklaring ter terechtzitting toont de verdachte zich grenzeloos optimistisch: "Ik weet zeker dat ik in de toekomst geen strafbare feiten ga plegen". Deze zekerheid kan echter niet gebaseerd zijn op ervaringsfeiten: op het moment dat verdachte dit verklaart is hij pas zo'n twee en een halve week weer vrij na een jeugddetentie van tien maanden.

3 De omschrijving die de raadsman geeft van [betrokkene 1] en diens werkzaamheden is letterlijk terug te vinden op de website http://mediatheek.thinkquest.nl/~kla005/strafwerkt/informatie/rechtenplichten/schoolnietuit/index.html . Saillant detail: deze site bevat als omschrijving van de Glen Mills school: "deze school in Wezep probeert met ijzeren discipline en een hiërarchisch systeem criminele jongeren weer op het rechte pad te krijgen. Deze school is ontstaan vanuit een Amerikaans initiatief en richt zich met name op jongeren die groepsgewijs "criminele activiteiten" ondernemen".

4 In eerste aanleg vorderde de OvJ dat de jeugddetentie zou worden tenuitvoergelegd in de Glen Mills School. Omdat dit wettelijk niet kon, koos de Rechtbank voor de constructie van de bijzondere voorwaarde.

5 Vergelijk HR 12 december 2006, NJ 2007, 14 waarin de Hoge Raad de als voorwaarde gestelde behandeling in de Glen Mills School verstond als plaatsing in die inrichting (rov. 3.4).

6 HR 12 december 2006, NJ 2007, 14.