Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2006:AZ1700

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
19-12-2006
Datum publicatie
19-07-2007
Zaaknummer
03198/05 H
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2006:AZ1700
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Herziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Griffienr. 03198/05 H

Mr. Wortel

Zitting:31 oktober 2006

Conclusie inzake:

[aanvrager]

1. Namens de bovengenoemde persoon - hierna te noemen: de aanvrager - heeft mr J.J.M. Goltstein, advocaat te Kerkrade, bij schriftuur herziening gevraagd van een bij verstek gewezen vonnis van de kantonrechter in de Rechtbank te Maastricht, zitting houdend te Heerlen, waarbij de aanvrager wegens "als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden" is veroordeeld tot twee weken hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden. Blijkens een mededeling van de griffier van die Rechtbank is dit vonnis onherroepelijk.

2. In de aanvrage wordt gesteld - kort gezegd - dat de aanvrager pas na het onherroepelijk worden van bovengenoemd vonnis (!) heeft bemerkt dat de strafzaak tegen hem was gevoerd, maar kan aantonen dat hij zijn auto op de in de bewezenverklaring genoemde datum wel degelijk had verzekerd. Ten bewijze daarvan is een verklaring als bedoeld in art. 34, tweede lid, WAM bij de aanvrage gevoegd.

3. In dit geschrift, opgesteld door een tussenpersoon (als gevolmachtigd agent) en gedateerd 15 november 2005, verklaart NV Schadeverzekering-Maatschappij Bovemij te Nijmegen dat op 31 maart 2001 voor het motorvoertuig voorzien van het kenteken [AA-00-BB] een verzekering van kracht was welke aan de op die datum door of krachtens de WAM gestelde eisen voldeed, afgesloten onder polisnummer [0001] "en dat het CRWAM, voor zover noodzakelijk, is aangevuld danwel gecorrigeerd".

4. De bewezenverklaring noemt 31 maart 2001 als datum waarop het feit is begaan, en het vonnis is gewezen op 23 september 2002. Op 29 januari 2002 had de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) nog eens bevestigd dat voor het voertuig met bovengenoemd kenteken op de peildatum 31 maart 2001 geen verzekering in het Centraal Register Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (CRWAM) geregistreerd had gestaan.

5. Dezerzijds is aan zowel de verzekeraar als de Rijksdienst voor het Wegverkeer verzocht te bevestigen dat er op 31 maart 2001 een verzekering voor de auto met het genoemde kenteken was gesloten, respectievelijk geregistreerd.

6. Daarop bevestigde de bovengenoemde tussenpersoon bij brief van 14 september jongstleden:

"dat op 31 maart 2001 een WAM-verzekering van kracht was voor het motorvoertuig met kenteken [AA-00-BB]. Hiervoor werd een Artikel 34-verklaring afgegeven.

Inmiddels hebben wij het CRWAM laten aanpassen."

Dat is door de RDW beaamd bij brief van 13 september jongstleden (mijn cursivering):

"Uit het Centraal Register WAM (het verzekeringsregister) blijkt dat voor het motorrijtuig met kenteken [AA-00-BB] op 12 september 2006 een verzekering is aangemeld. De startdatum van deze verzekering is 25 november 2000. Een uittreksel uit het verzekeringsregister treft u als bijlage aan."

7. Er zijn dus uiteenlopende mededelingen gedaan met betrekking tot het tijdstip waarop de verzekering is aangemeld en in het CRWAM geregistreerd, maar ik behoef niet in te gaan op de vraag aan wiens aanvankelijke nalatigheid of slordigheid dit te wijten is; die van de verzekeraar of zijn tussenpersoon, of die van de RDW. Niettemin verstout ik mij op te merken dat ik er al niet meer zo zeker van was, na diverse conclusies inzake herzieningsverzoeken van dezelfde strekking, dat het CRWAM een deugdelijke basis is voor het vervolgen en bestraffen van, kort gezegd, 'onverzekerd rijden'. Door deze zaak is die twijfel in achterdocht omgeslagen. Het kan heel goed zijn dat de Rijksdienst voor het Wegverkeer niets te verwijten valt, en dat men bij die dienst allerlei mutaties in het Centraal Register moet aanbrengen om slordigheden van verzekeringsmaatschappijen en hun agenten te herstellen, maar het systeem werkt lang niet altijd. Dat is griezelig, omdat de opgaven uit het CRWAM in de praktijk bepalend zijn voor strafvonnissen.

8. Intussen kan men, afgaande op de laatste mededeling van de RDW, deze aanvrage beschouwen als een novum tussen de herzieningszaken: in deze op 17 november 2005 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen aanvrage wordt een beroep gedaan op een omstandigheid die zich (volgens de meest recente opgave van de RDW) pas op 12 september 2006 materialiseerde.

9. Dat het een en ander een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid, aanhef en onder 2o Sv vormt, is evenwel aan geen enkele twijfel onderhevig.

10. Deze conclusie strekt ertoe dat de aanvraag gegrond zal worden verklaard; voor zoveel nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het op 23 september 2002 gewezen vonnis zal worden bevolen, en de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch zal worden verwezen teneinde op de voet van art. 467 Sv opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,