Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2006:AX9184

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
19-09-2006
Datum publicatie
21-09-2006
Zaaknummer
02241/05
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2006:AX9184
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Tenlastelegging belaging ex art. 285b Sr waarin het woord ‘stelselmatig’ ontbreekt. Het hof heeft de tenlastelegging aldus verstaan dat verdachte belaging ex art. 285b Sr wordt verweten, en derhalve gedragingen met een stelselmatigheid als in die bepaling bedoeld. Gelet op de aard, de duur en de frequentie van de in de tenlastelegging nader omschreven gedragingen is die uitleg van het hof met de bewoordingen van de tenlastelegging niet onverenigbaar zodat deze in cassatie moet worden geëerbiedigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 541
RvdW 2006, 892

Conclusie

Nr. 02241/05

Mr. Machielse

Zitting 20 juni 2006

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 25 februari 2004 voor 1 primair; belaging, 2; mishandeling en 3; opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele al een ander toebehoort, vernielen, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen waarvan 95 dagen voorwaardelijk.

2. Verdachte heeft cassatie ingesteld. Mr. J. Boksem, advocaat Leeuwarden heeft een schriftuur ingezonden, houdende één middel van cassatie.

3.1. Het middel klaagt dat het onder 1 primair bewezenverklaarde geen strafbaar feit oplevert.

Bewezenverklaard is onder 1 primair het volgende:

"(dat) hij in de periode van juli 2000 tot en met oktober 2000 te Diemen en/of Uithoorn, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], met het oogmerk die [slachtoffer] vrees aan te jagen, door die [slachtoffer] meermalen op te bellen en te zeggen: "[Slachtoffer] je gaat eraan. Ik doe dit niet zelf, maar ik huur wel iemand in" en de politie een valse tip te geven over de aanwezigheid van drugs in de woning van die [slachtoffer] en een fax naar het werk van die [slachtoffer] te sturen waarin staat dat die [slachtoffer] naar een klant zou moeten gaan als escort."

De steller van het middel wijst erop dat in tenlastelegging noch in bewezenverklaring het stelselmatige karakter van de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is opgenomen. Omdat dit een essentieel delictsbestanddeel is had het hof het bewezenverklaarde feit niet als belaging mogen kwalificeren, maar had verdachte van alle rechtsvervolging moeten ontslaan.

3.2. Artikel 285b Sr heeft de volgende inhoud:

"1.

Hij, die wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maakt op eens anders persoonlijke levenssfeer met het oogmerk die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen wordt, als schuldig aan belaging, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vierde categorie.

2.

Vervolging vindt niet plaats dan op klacht van hem tegen wie het misdrijf is begaan."

3.3. Dat de tenlastelegging noch de bewezenverklaring het bestanddeel "stelselmatig" bevat, behoeft aan de kwalificatie van het bewezenverklaarde als belaging niet in de weg staan, mits uit de bewezenverklaring inderdaad blijkt dat stelselmatig inbreuk is gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de ander.

Voor de beantwoording van de vraag of de gedragingen van verdachte stelselmatig inbreuk hebben gemaakt op de persoonlijke levenssfeer moeten de aard, de duur en de frequentie van de gedragingen van verdachte en zijn, mede uit die gedragingen afgeleide bedoeling, in ogenschouw worden genomen.(1) Verdachte heeft meermalen in de bewezenverklaarde periode het slachtoffer opgebeld. Bewijsmiddel 2 houdt als verklaring van verdachte zelf in dat hij haar in één week wel honderdmaal heeft gebeld, hetgeen al voldoende is om aan te nemen dat het slachtoffer in haar persoonlijke levenssfeer is aangetast. Daarbij heeft verdachte het slachtoffer bedreigd, hetgeen aan te merken is als een zeer ingrijpende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Hetzelfde kan gezegd worden van de valse tip aan de politie, die ertoe heeft geleid dat de politie op 8 september 2000 met ongeveer acht mensen de woning die het slachtoffer met haar moeder bewoonde, heeft doorzocht (bewijsmiddelen 1 en 5). Volgens bewijsmiddel 2 heeft de verdachte de politie getipt om het slachtoffer een hak te zetten. Aan te nemen is dat zo een doorzoeking van de woning de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en haar moeder volledig op de kop heeft gezet. Hetzelfde geldt voor de fax die verdachte op 11 oktober 2000 heeft gestuurd naar het werkadres van het slachtoffer, welke fax de opdracht inhield dat het slachtoffer een escort moest verzorgen ten behoeve van een persoon op een in de fax gegeven adres (bewijsmiddel 1 en 2). In bewijsmiddel 3 verklaart verdachte dat hij het slachtoffer zwart wilde maken op haar werk en beoogde dat zij door deze fax haar werk zou verliezen. Ook deze actie van verdachte moet voor het slachtoffer bijzonder verontrustend zijn geweest. Er is duidelijk geen sprake geweest van een incidentele pesterij of van een geisoleerde intimidatie, maar van een handelen waarvoor de kwaadwillende bedoeling van verdachte het patroon heeft getekend.(2)

Hetgeen het hof heeft bewezenverklaard is, mede gelet op de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, als het opzettelijk stelselmatig inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer te kwalificeren.

Het middel faalt.

4. Het middel faalt en kan met de aan artikel 81 RO ontleende motivering worden verworpen. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.

5. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 HR 1 juni 2004, NJ 2004, 354; HR 29 juni 2004, NJ 2004, 426 (m.nt. D.H. de Jong); HR 15 november 2005, LJN AU3495; HR 7 februari 2006, LJN AU5787.

2 NLR 5/285b.