Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2006:AX6409

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
27-06-2006
Datum publicatie
10-07-2006
Zaaknummer
01494/05
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2006:AX6409
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Aantekening vonnis Ktr. Ex art. 395a.4 (oud) Sv jo. art. 395.2.c (oud) Sv dient een vonnis van de Ktr, indien binnen 3 maanden na de uitspraak een gewoon rechtsmiddel wordt aangewend, te worden aangetekend in het pv van de terechtzitting op een wijze als door de MvJ te bepalen. Bij de gedingstukken bevindt zich enkel een pv van de terechtzitting van de Ktr van 24-6-04. Volgens dat pv heeft de Ktr uitspraak gedaan “conform aangehechte kopie van de aantekening mondeling vonnis”, die zich bij de stukken bevindt. De Ktr had niet mogen volstaan met een aantekening ex in art. 395a (oud) Sv, het zgn. stempelvonnis. Bedoeld verzuim brengt mee dat, nu niet kan worden vastgesteld of de in art. 80.2 RO bedoelde vormen zijn nageleefd, het bestreden vonnis niet in stand kan blijven en terugwijzing moet volgen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 01494/05

Mr. Vellinga

Zitting: 30 mei 2006

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage wegens overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 19 lid 1 van de Algemene Politieverordening voor 's-Gravenhage 1982" veroordeeld tot een geldboete van € 35,=, subsidiair 1 dag hechtenis.

2. Namens verdachte heeft mr. M. van Solingen, advocaat te 's-Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel bevat de klacht dat het vonnis van de Kantonrechter niet is aangetekend op de wijze als door de Minister van Justitie bepaald.

4. Ingevolge het bepaalde in art. 359 lid 2 onder c Sv wordt het vonnis van de Kantonrechter in het proces-verbaal van de terechtzitting aangetekend op de wijze door de Minister van Justitie te bepalen indien binnen drie maanden een gewoon rechtsmiddel tegen een op tegenspraak gewezen vonnis is aangewend. In dit geval is beroep in cassatie ingesteld op 1 juli 2004, terwijl het bestreden vonnis is gewezen op 24 juni 2004. Overeenkomstig het voorschrift van art. 395a lid 1 Sv is van de behandeling ter terechtzitting proces-verbaal opgemaakt. Blijkens dat proces-verbaal heeft de Kantonrechter uitspraak gedaan "conform aangehechte kopie van de aantekening mondeling vonnis". In het dossier bevindt zich deze aantekening mondeling vonnis. Daaruit blijkt van het feit dat het vonnis op tegenspraak is gewezen, van de kwalifcatie van het strafbare feit, de pleegdatum en de opgelegde straf.(1)

5. De wijze waarop het vonnis in het proces-verbaal van de zitting moet worden aangetekend is bepaald in de Ministeriële regeling van 2 oktober 1996.(2) Het tweede lid van die regeling schrijft voor dat het mondeling vonnis als bedoeld in art. 395 lid 2 Sv - kort gezegd en voor zover hier van belang - de volgende gegevens moet bevatten:

a. de inhoud van de tenlastelegging;

b. de bewijsmiddelen;

c. de bewezenverklaring;

d. de kwalificatie;

e. de toegepaste wettelijke voorschriften;

f. de beslissing omtrent de strafbaarheid van de verdachte en het feit;

g. (...)

h. de opgelegde straf of maatregel en in voorkomende gevallen de strafmotivering naar de eisen genoemd in art. 359 lid 4, 6, 7 en 8 Sv.

6. Uit het bovenstaande volgt dat het vonnis niet op de voorgeschreven wijze is aangetekend in het proces-verbaal van de terechtzitting. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of de in art. 80 lid 2 RO bedoelde vormen zijn nageleefd. Dit dient te leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak.(3)

7. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak vernietigt en de zaak terugwijst naar de Rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Zie art. 395a lid 2 onder 1° - 3° Sv. Navraag bij de griffie van het Kantongerecht heeft overigens uitgewezen dat alle beschikbare gedingstukken aan de Hoge Raad zijn toegezonden.

2 Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, economische politierechter, de kantonrechter en de enkelvoudige kamer voor de behandeling van strafzaken in hoger beroep (2 oktober 1996, Stcrt. 1996, 197).

3 Vgl. HR 3 januari 2006, 01040/05 (overeenkomstig het middel geconcentreerd op het ontbreken van de weerlegging van verweren), HR 22 feburari 2000, nr. 111.936, HR 1 februari 1985, NJ 1986, 4040, HR 20 maart 1984, NJ 1984, 550, HR 27 maart 1979, NJ 1979, 386.