Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2006:AV0631

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
07-04-2006
Datum publicatie
07-04-2006
Zaaknummer
C05/013HR
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2006:AV0631
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Geschil tussen partijen bij een incasso-overeenkomst over uitleg van bepalingen in de algemene voorwaarden van het incassobedrijf (81 RO).

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81, geldigheid: 2006-04-07
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 218
RvdW 2006, 376
JWB 2006/122

Conclusie

Rolnr. C05/013HR

Mr. D.W.F. Verkade

Zitting 13 januari 2006

Conclusie inzake:

Duplicado BV

(hierna: Duplicado)

tegen:

Juresta Nederland BV

(hierna: Juresta)

1. Inleiding

1.1. Deze zaak betreft de uitleg van enige bepalingen in algemene voorwaarden van een incasso-onderneming (Juresta).

1.2. De tegen 's hofs oordeel gerichte klachten kunnen m.i. niet tot cassatie leiden. Rechtsvragen die beantwoording behoeven in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (in de zin van art. 81 RO) heb ik niet aangetroffen.

2. Feiten(1) en procesverloop

2.1. Op 11 augustus 1999 zijn partijen een incasso-overeenkomst aangegaan, waarvan onderdeel uitmaken de algemene voorwaarden van Juresta.

2.2. In het kader van deze overeenkomst heeft Duplicado onder meer aan Juresta ter incasso gegeven een vordering ad f 40.431,71 in hoofdsom op Global Computer Products BV wegens het zonder toestemming gebruik maken van fotomateriaal van Duplicado.

2.3. Terzake van deze incasso-opdracht heeft Juresta aan Duplicado in rekening gebracht een bedrag van f 7.404,83 inclusief BTW.

2.4. Bij inleidende dagvaarding van 20 juni 2001 heeft Juresta op grond van de incasso-overeenkomst betaling van haar factuur ad f 7.404,83 incl. BTW gevorderd, vermeerderd met contractuele rente, buitengerechtelijke kosten en veroordeling van Duplicado in de proceskosten.

2.5. Duplicado heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

2.6. Bij vonnis van 27 februari 2002, hersteld bij vonnis van 11 september 2002, heeft de rechtbank te Breda, sector kanton, de verweren van Duplicado verworpen en Duplicado veroordeeld tot betaling aan Juresta van de som van € 4.020,31, te vermeerderen met contractuele rente en wettelijke rente.

2.7. Duplicado is van dit vonnis in hoger beroep gekomen bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, onder aanvoering van vier grieven. In cassatie gaat het nog slechts om de tweede en de derde grief.

2.8. Juresta heeft de grieven gemotiveerd bestreden.

2.9. Het hof heeft op 20 januari 2004 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. De in cassatie relevante overwegingen luiden als volgt:

'4.3. Duplicado voert verder het verweer dat de algemene voorwaarden en met name de artikelen 1 B.g. en 2 aanhef sub C, voor wat betreft de financiële verplichtingen van de opdrachtgever onduidelijk zijn en niet ten nadele van de opdrachtgever kunnen worden uitgelegd.

4.3.1. Het hof overweegt dienaangaande het volgende. Het systeem in de algemene voorwaarden(2) is aldus, dat ervan uit wordt gegaan dat de (incasso)kosten/-provisie op de debiteur worden verhaald. Indien dit niet mogelijk is in verband met het ontbreken van verhaal bij de debiteur, worden geen extra kosten (buiten het abonnementsgeld) in rekening gebracht indien aan alle voorwaarden en verplichtingen van de overeenkomst is voldaan (art. 1 B.b.). Artikel 2 aanhef en sub C bevat één van de voorwaarden waaraan een te incasseren vordering moet voldoen opdat geen bijkomende kosten en/of incassoprovisie aan de opdrachtgever in rekening worden gebracht. De voorwaarde luidt dat het vorderingsrecht door de opdrachtgever bewezen moet kunnen worden. Deze voorwaarde is omschreven als één van de verplichtingen van de opdrachtgever. Wordt aan deze voorwaarde niet voldaan dan is de opdrachtgever in ieder geval de overeengekomen incassoprovisie verschuldigd.

4.3.2. Ook indien de vordering niet voldoet aan de voorwaarden c.q. de opdrachtgever niet voldoet aan zijn verplichtingen dan is Juresta ingevolge artikel 2 derde volzin van de algemene voorwaarden verplicht, behoudens indien zich de in dit geval niet aan de orde zijnde situatie van artikel 4 voordoet, de opdracht in behandeling te nemen, zij het dat zij dan het incassotarief bij de opdrachtgever in rekening mag brengen.

4.3.3. De tekst van de algemene voorwaarden is duidelijk en behoeft dan ook geen nadere uitleg. De door Duplicado voorgestane interpretatie dat, indien Juresta zonder commentaar de incasso-opdracht in behandeling neemt, de opdrachtgever ervan uit mag gaan dat deze incasso-opdracht volgens Juresta voldoet aan de voorwaarden, dat Juresta de vordering haalbaar acht en het bijbehorende procesrisico verantwoord vindt en dat geen kosten aan de opdrachtgever in rekening kunnen worden gebracht en het procesrisico bij Juresta ligt, vindt geen steun in de tekst van de algemene voorwaarden en wordt derhalve verworpen.

4.3.4. Ook de tekst van art. 1.B.g. van de algemene voorwaarden is duidelijk. In dit artikel is bepaald dat de opdrachtgever de volledige incassoprovisie, desnoods vermeerderd met de door Juresta gemaakte kosten waaronder het gederfde gemachtigde-salaris volgens het liquidatietarief, verschuldigd is indien de opdrachtgever:

- zonder toestemming van en/of overleg met Juresta een vordering zelf regelt,

- de incassowerkzaamheden belemmert, of

- de opdracht intrekt.

Het overleg, althans het ontbreken daarvan, heeft kennelijk slechts betrekking op het zelf regelen van de vordering en niet tevens op het belemmeren van de incassowerkzaamheden c.q. het intrekken van de opdracht, zoals door Duplicado is aangevoerd.

In dit geding is overigens niet zozeer aan de orde de vraag of Juresta na de brief van Duplicado van 25 juli 2000, zelfs indien Duplicado de opdracht toen zou hebben ingetrokken, de volledige incassoprovisie mocht vorderen, maar veeleer de belemmeringsgrond. Bij brief van 25 juli 2000 verzoekt de door Juresta ingeschakelde advocaat, mr. L.J. Krijgsman, Duplicado om instructies omtrent het al dan niet in rechte doorzetten van de incasso op Global Computer Products B.V. Bij brief van 13 november 2000 antwoordt Duplicado dat zij de beslissing aan Juresta c.q. mr. Krijgsman wenst over te laten, omdat Juresta alvorens de incasso in behandeling te nemen, zij het procesrisico had dienen in te schatten, zodat Duplicado hierover voordien een standpunt had kunnen innemen. Bij brief van 21 december 2000 verzoekt mr. Krijgsman Duplicado binnen twee weken haar standpunt schriftelijk te berichten. Bij brief van 2 januari 2001 herhaalt Duplicado haar standpunt dat Juresta dient te beslissen en verwijst naar haar brief van 13 november 2000. Aldus heeft Duplicado de incassowerkzaamheden belemmerd als bedoeld in artikel 1 B.g. van de algemene voorwaarden. Dat Juresta ingevolge de algemene voorwaarden beschikte over een onbeperkte volmacht heeft niet tot gevolg dat het Juresta was die de beslissing over het voortzetten van de incasso op Global Computer Products B.V. diende te nemen, zoals door Duplicado aangevoerd. Nu de kosten van een eventuele procedure voor rekening van Duplicado zouden komen, brengt een redelijke uitvoering van de overeenkomst mede dat Juresta terzake een uitspraak van Duplicado mag verlangen.

4.3.5. Ook grief II wordt derhalve verworpen en grief IV deels.

4.4. Duplicado betoogt middels grief III dat ingevolge artikel 2 tweede volzin van de algemene voorwaarden, bij niet-nakoming van de verplichtingen door opdrachtgever de incasso-opdracht is ontbonden en dat Juresta Duplicado eerst in de gelegenheid dient te stellen aan te geven of zij al dan niet de incasso wenst door te zetten tegen de overeengekomen tarieven alvorens Duplicado het incasso-tarief verschuldigd is. Zij verliest hierbij echter uit het oog dat in de derde volzin van art. 2 van de algemene voorwaarden de in de tweede volzin vermelde 'ontbinding' nader wordt uitgewerkt. Hieruit volgt, dat niet de gehele incasso-opdracht wordt ontbonden, maar dat slechts de verplichting van Juresta om de incasso-opdracht uit te voeren zonder bijkomende kosten is vervallen en dat de opdracht, zonder dat daarvoor een uitdrukkelijke nadere opdracht is vereist, is vervangen door een incasso-opdracht tegen de overeengekomen incassovergoeding (zie r.o. 4.3.2.). Ook grief III faalt derhalve.'

2.8. Tegen dit arrest heeft Duplicado tijdig(3) beroep in cassatie ingesteld, onder aanvoering van twee cassatiemiddelen, elk onderverdeeld in een aantal onderdelen. Juresta heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Beide partijen hebben de zaak schriftelijk doen toelichten. Partijen hebben niet gerepliceerd resp. gedupliceerd.

3. Bespreking van de cassatieklachten

Korte inleiding

3.1. Bij de behandeling van de middelen, die m.i. in de kern klagen over de begrijpelijkheid van de uitleg van het hof van de algemene voorwaarden, stel ik het volgende voorop. In het algemeen geldt dat in cassatie kan worden getoetst of de uitleg die de feitenrechter heeft gegeven aan een overeenkomst - waaronder de algemene voorwaarden - begrijpelijk is, alsmede of de feitenrechter daarbij van de juiste maatstaven is uitgegaan. Dit betekent dat vragen over uitleg niet als zuiver feitelijk worden gezien maar als gemengd (feitelijk-juridisch) van aard. (4)

3.2. De betekenis van een overeenkomst wordt eerst door uitleg vastgesteld.(5)

3.3. In het algemeen geldt dat de vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding tussen partijen is geregeld, niet kan worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van het contract. Het gaat om de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over een weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Bij die uitleg gelden een aantal in aanmerking te nemen gezichtspunten. Voorts geldt dat de rechter rekening dient te houden met alle bijzondere omstandigheden van het gegeven geval.(6)

3.4. Naast de hiervoor besproken zgn. Haviltex-norm geldt de zgn. CAO-norm. Deze norm is ook toegepast op andere geschriften (dan een CAO), die naar hun aard bestemd zijn om de rechtspositie van derden te beïnvloeden, zonder dat die derden invloed hebben op de inhoud of de formulering van die overeenkomst/regeling, terwijl de onderliggende partijbedoeling voor die derden niet kenbaar is.

3.5. Tussen de onder 3.3 bedoelde Haviltex-norm en de onder 3.4 genoemde CAO-norm bestaat geen tegenstelling, maar een vloeiende overgang.(7) Volgens Tjittes gaat het om loten van dezelfde stam, gebaseerd op een redelijke uitleg(8).

3.6. Bij de uitleg van algemene voorwaarden dient volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad de Haviltex-norm te worden toegepast.(9) De ratio hiervan kan worden gevonden in het idee dat contractspartijen de mogelijkheid hebben om bij overeenkomst af te wijken of bepalingen van de algemene voorwaarden uit te sluiten en derhalve invloed hebben.(10) In de literatuur worden wel kanttekeningen geplaatst bij toepassing van de Haviltex-norm op gestandaardiseerde contracten en - zoals in onderhavige zaak ook het geval is - overeenkomsten die worden beheerst door algemene voorwaarden(11). De middelen in onderhavige zaak geven echter geen aanleiding om hier verder op in te gaan, zodat ik volsta met de verwijzing naar de in de voetnoten genoemde literatuur.

De uit te leggen bepalingen

3.7. De in cassatie relevante bepalingen van de algemene voorwaarden waarvan het hof van is uitgegaan (rov. 4.1.1 verwijst naar de algemene voorwaarden zoals overgelegd bij conclusie van dupliek(12)) luiden als volgt:

'Artikel 1:

(...)

B.g. Indien opdrachtgever een vordering zelf, zonder toestemming van en/of zonder overleg met Juresta Nederland B.V., regelt, de incassowerkzaamheden belemmert of de opdracht intrekt, is de volledige incassoprovisie verschuldigd, desnoods vermeerdert(13) met door Juresta Nederland B.V. gemaakte kosten (w.o. het gederfde gemachtigden salaris volgens liquidatietarief).

Artikel 2: Verplichtingen van de opdrachtgever

De (in te dienen) incasso-opdrachten zijn onderworpen aan een aantal verplichtingen, waaraan de te incasseren vordering(en) moet(en) voldoen. Deze verplichtingen vormen uitdrukkelijk ontbindende voorwaarden. Niet nakoming van (een van) de verplichtingen impliceert aldus, dat Juresta Nederland B.V. wel de verplichting heeft om de opdracht in behandeling te nemen, echter in dat geval niet anders dan tegen betaling conform de tarieven, als vastgelegd in artikel 1.

De voorwaarden/verplichtingen luiden als volgt:

A. De vordering dient altijd tot stand te zijn gekomen onder de toepasselijkheid van de door opdrachtgever gehanteerde voorwaarden. (Aldus dient opdrachtgever de toepasselijkheid van de door opdrachtgever gehanteerde Algemene Voorwaarden binnen zijn leveringsovereenkomsten en overigens met zijn klanten overeen te komen).

B. De vordering moet een onafhankelijk karakter hebben en mag niet blootstaan aan aanspraken uit hoofde van een nog niet vervulde tegenprestatie.

C. Het vorderingrecht van de in behandeling gegeven opdracht moet door opdrachtgever kunnen worden bewezen.

D. Tegelijk met de incasso-opdracht wordt telkens door opdrachtgever ter hand gesteld:

1. Leverings- of andere overeenkomst, welke aan de vordering ten grondslag ligt (bijvoorbeeld ondertekende opdrachtbevestiging of ondertekende afleveringsbon).

2. Alle overige relevante stukken; waaronder de faktuur met specificaties, alsmede de aanmaningen en overige correspondentie van en met de debiteur.

E. Zodra een incasso-opdracht door opdrachtgever is verstrekt aan Juresta Nederland B.V., dient opdrachtgever zich geheel te onthouden van contacten met de debiteur. Opdrachtgever is gehouden om de debiteur telkens naar Juresta Nederland B.V. te verwijzen.

F. Betalingen, welke door opdrachtgever worden ontvangen op of na de datum van "bevestiging van inbehandelingname", welke door of namens Juresta Nederland B.V. per post telkens zal worden verzonden aan opdrachtgever, worden geacht door de maatregelen van Juresta Nederland B.V., welke starten met de zending van de sommatiebrief, tot stand te zijn gebracht. Deze betalingen zijn derhalve onderhavig aan de in artikel 1 van deze voorwaarden vastgestelde volgorde van incasso en afboeking met name met betrekking tot de incassokosten. Tevens heeft opdrachtgever de verplichting om aan hem gedane betalingen binnen 24 uren te melden aan Juresta Nederland B.V.'

De middelen en hun onderdelen

3.8. Middel I klaagt dat rov. 4.3 (4.3.1 t/m 4.3.5) in samenhang met rov. 4.10 (waarin het hof heeft overwogen dat geen van de grieven kan leiden tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank) en de beslissing onder 5 in het arrest van het hof onjuist is, althans, gezien de inhoud van de gedingstukken, onbegrijpelijk is. Onderdeel 1.1 bevat geen klacht.

3.9. Volgens onderdeel 1.2 heeft het hof in rov. 4.3.3 miskend dat de algemene voorwaarden van Juresta wél (nader) dienden te worden uitgelegd. De zinsnede in art. 2 'deze verplichtingen vormen uitdrukkelijk ontbindende voorwaarden' en de daarop volgende zin: 'Niet-nakoming van (een van) de verplichtingen impliceert aldus, dat Juresta wel de verplichting heeft om de opdracht in behandeling te nemen (...)' houden geen (logisch) verband met elkaar, volgens het onderdeel.

3.10. Het onderdeel merkt terecht op dat (ook) de onderhavige algemene voorwaarden moeten worden uitgelegd. De klacht faalt evenwel bij gebrek aan belang en mede bij gebrek aan feitelijke grondslag, nu het hof de algemene voorwaarden, na te hebben overwogen dat deze duidelijk zijn, niettemin hééft uitgelegd. Daarbij is het hof in rov. 4.3.3 en 4.3.4 uitvoerig ingegaan op de door het onderdeel verdedigde uitleg - dat de algemene voorwaarden onduidelijk zijn en niet ten nadele van de opdrachtgever kunnen worden uitgelegd - en hij heeft deze vervolgens verworpen.

3.11. Hierbij heeft het hof, wat art. 2 betreft, klaarblijkelijk geoordeeld dat, nadat de tweede volzin van art. 2 aangeeft dat de verplichtingen van de opdrachtgever uitdrukkelijk ontbindende voorwaarden vormen, de derde volzin van art. 2 aangeeft wat de gevolgen zijn van niet-nakoming van een of meer van die verplichtingen, en wel - voor zover hier van belang - dat Juresta wél de verplichting heeft om de opdracht in behandeling te nemen, maar in dat geval niet anders dan tegen betaling overeenkomstig de in art. 1 vastgestelde tarieven.

Het hof is bij deze uitleg niet uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting. Zijn uitleg is, als feitelijk van aard, in cassatie verder niet toetsbaar op juistheid doch slechts op begrijpelijkheid. Welnu, zij is (zeker) niet onbegrijpelijk.

3.12. Onderdeel 1.3 klaagt dat, anders dan het hof in rov. 4.3.4 heeft overwogen, (ook) art. 1 B.g van de algemene voorwaarden allerminst duidelijk is. Volgens het onderdeel is voor de in art. 1 B.g. bedoelde belemmering van de incassowerkzaamheden tenminste nodig dat er sprake was van de daar bedoelde situatie van 'zonder toestemming van en/of zonder overleg met Juresta'. Nu er correspondentie en daarmee overleg tussen partijen is geweest en nu het hof hierover anders heeft geoordeeld, is zijn uitleg onjuist althans onbegrijpelijk.

3.13. Voor zover het onderdeel voorbouwt op onderdeel 1.2, deelt het het lot daarvan.

Ook overigens faalt het omdat 's hofs uitleg dat de zinsnede 'zonder toestemming en/of overleg met Juresta' niet op alle drie in art. 1.B.g genoemde gevallen, maar alleen op het eerste betrekking heeft, zich in cassatie niet op juistheid maar slechts op begrijpelijkheid laat toetsen, en wederom niet onbegrijpelijk is. De zinsnede 'zonder toestemming en/of overleg met Juresta' staat immers bij de benoeming van het eerste van de drie gevallen ('opdrachtgever een vordering zelf, zonder toestemming van en/of zonder overleg met Juresta Nederland B.V., regelt,'), terwijl bovendien een lezing waarbij in de algemene voorwaarden rekening gehouden wordt met het geval dat de opdrachtgever mét 'toestemming en/of overleg met Juresta' 'de incassowerkzaamheden belemmert' (het bij het hof aan de orde zijnde tweede geval) m.i. bepaald minder aannemelijk zou zijn.

3.14. Onderdeel 1.4 deelt het lot van de voorafgaande onderdelen.

3.15. Middel II komt op tegen rov. 4.4 (en daarmee mede tegen rov. 4.10 en de uitspraak onder 5). Onderdeel 2.1 bevat geen klacht.

3.16. Onderdeel 2.2 betoogt opnieuw de onbegrijpelijkheid van genoemde overwegingen van het hof, met verwijzing naar de klachten van middel I. Voorts klaagt het onderdeel dat het hof, gegeven het ontbreken van een koppeling, laat staan een logische koppeling tussen art. 2, tweede volzin en art. 2, derde volzin van de algemene voorwaarden ten onrechte heeft geoordeeld dat in de derde volzin de in de tweede volzin vermelde 'ontbinding' nader wordt uitgewerkt.

3.17. Voor zover het onderdeel voorbouwt op eerdere onderdelen, deelt het het lot daarvan. Het onderdeel faalt voorts omdat het hof alleszins begrijpelijk in de derde volzin van art. 2 wél een uitwerking van de tweede volzin heeft gelezen. Ik meen zelfs dat de derde volzin redelijkerwijs niet anders dan als een uitwerking van de tweede volzin kán worden verstaan.

3.18. Onderdeel 2.3 betoogt dat noch uit de tekst noch uit de samenstelling van art. 2 van de algemene voorwaarden valt af te leiden dat de verplichting van Juresta is of wordt vervangen door een incasso-opdracht tegen de overeengekomen incassovergoeding in de door het hof bedoelde situatie. Volgens het onderdeel is niet slechts de verplichting van Juresta om de incasso-opdracht zonder bijkomende kosten uit te voeren vervallen, maar kan er rechtens ook van vervanging van de opdracht, zonder dat daarvoor een uitdrukkelijke nadere opdracht is vereist, geen sprake zijn; immers ook in de visie van Juresta zelf is nog steeds diezelfde incasso-opdracht aanwezig (alleen het tarief verandert). In dit licht zijn de overwegingen van het hof volgens het onderdeel onjuist en onbegrijpelijk.

3.19. Dit onderdeel kan evenmin tot cassatie leiden. Hoewel er begrip voor kan bestaan dat Duplicado - mede gezien de hoogte van Juresta's factuur - achteraf moeite heeft met de 'omzetting' volgens art. 2 van het voor de verdere uitvoering van opdracht in rekening te brengen tarief, kan dat niet afdoen aan de mogelijkheid dat een zodanige 'omzetting' overeengekomen was. Dat het hof - niet uitgaand van een onjuiste rechtsopvatting - heeft geoordeeld dat die 'omzetting' in art. 2 voldoende duidelijk verwoord is, is wederom een in cassatie niet op juistheid te toetsen feitelijk oordeel, en wederom een verre van onbegrijpelijk oordeel.

4. Conclusie

Mijn conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De procureur-generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden,

A-G

1 Ontleend aan rov. 4 van het bestreden arrest.

2 Het hof is - zoals blijkt uit rov. 4.1.1. - uitgegaan van de algemene voorwaarden zoals overgelegd bij conclusie van dupliek. Zie hierna nr. 3.7.

3 De cassatiedagvaarding is uitgebracht op 20 april 2004.

4 De uitleg van wilsverklaringen werd tot vlak voor het Haviltex-arrest (HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635) als feitelijk gezien; zie Veegens-Korthals Altes-Groen, Cassatie (2005) nrs. 107-109; zie ook Asser-Hartkamp 4-II (2005), nr. 284.

5 Asser-Hartkamp, a.w., nr. 285.

6 HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635 (Haviltex); HR 20 februari 2004, NJ 2005, 493 (DSM/Fox); zie verder bijv. Asser-Hartkamp, a.w., nrs. 279 e.v.; Tjittes, RMTh 2005-1, pp. 2-29.

7 HR 20 februari 2004, NJ 2005, 493, rov. 4.4. Zie ook: Wissink, WPNR 6579 (2004).

8 Tjittes, o.c. p. 28, r.k. bovenaan.

9 HR 30 november 2001, JOR 2002, 43 en zie ook: HR 23 maart 2001, NJ 2003, 715; HR 20 september 2002, NJ 2002, 610; HR 18 oktober 2002, NJ 2003, 258; HR 18 oktober 2002, NJ 2003, 503; Asser-Hartkamp, a.w., nr. 286b, p. 289 onderaan.

10 Asser-Hartkamp, a.w., nr. 286.

11 Zie o.a. verwijzingen in Asser-Hartkamp, a.w. nr. 286b onderaan; Tjittes, a.w. onder 4.3 e.v.; Wissink, a.w.

12 In het dossier zijn ook andere versies aan te treffen.

13 Spelling als in de algemene voorwaarden.