Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2005:AU8904

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
20-12-2005
Datum publicatie
07-02-2006
Zaaknummer
00480/05
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2005:AU8904
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Verstekmededeling en redelijke termijn. De HR heeft vastgesteld dat de betekening van de verstekmededeling betreffende het arrest van 17-6-98 rechtsgeldig is geschied op 11-9-00. Nu de verstekmededeling niet binnen een jaar na het bestreden arrest, doch eerst na bijna twee jaar en drie maanden nadat dat arrest is gewezen is betekend, komt een periode van bijna een jaar en drie maanden voor rekening van het OM. De na die rechtsgeldige betekening opgetreden vertraging komt echter voor rekening van verdachte omdat er redelijkerwijs van kan worden uitgegaan dat hij door die betekening op de hoogte is geraakt van die uitspraak (HR NJ 2000, 721).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2006, 84
RvdW 2006, 200
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Griffienr. 00480/05

Mr. Wortel

Zitting:20 december 2005

Conclusie inzake:

[verzoeker = verdachte]

1. Dit cassatieberoep betreft een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij verzoeker wegens "opzettelijk niet voldoen aan een wettige oproeping tot het vervullen van vervangende dienst" is veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden.

2. Namens verzoeker hebben mrs. G.P. Hamer en A.M. Ficq-Kengen, advocaten te Amsterdam, een schriftuur houdende cassatieklachten ingediend.

3. Het eerste middel bevat de klacht dat de redelijke termijn voor berechting, als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM, na verzoekers veroordeling in hoger beroep is overschreden doordat het Openbaar Ministerie na vergeefse aanbieding van de mededeling van het bij verstek gewezen arrest ruim zes jaar heeft laten verstrijken voordat een tweede poging werd gedaan om deze mededeling aan verzoeker te betekenen, en verzoeker al die tijd in een GBA ingeschreven is geweest.

4. De klacht is terecht voorgesteld. Dit moet voeren tot strafvermindering.

5. Het tweede middel keert zich tegen de strafoplegging met de klacht - samengevat - dat het Hof heeft nagelaten de straf te matigen wegens de in de strafmotivering genoemde verlichtende omstandigheden. Er wordt op gewezen dat het Hof als zodanige verlichtende omstandigheden heeft genoemd het afschaffen van de opkomstplicht waardoor niet langer kan worden gezegd dat elke gewetensbezwaarde dezelfde verplichtingen moet nakomen (als degenen die in werkelijke dienst zijn geroepen), alsmede het tijdsverloop in deze strafzaak. Er wordt voorts op gewezen dat in de laatste alinea van de strafoverwegingen is vermeld dat een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden passend is geacht doch de straf is bepaald op vijf maanden gevangenisstraf omdat verzoeker de gewone militaire dienst gedeeltelijk heeft vervuld. Derhalve heeft, zo wordt betoogd, het Hof alleen die laatstbedoelde strafverlichtende omstandigheid in aanmerking genomen, en geen rekening gehouden met de eerder genoemde strafverlichtende omstandigheden.

6. Kennelijk moeten de overwegingen ter motivering van de straf aldus worden verstaan dat het Hof rekening houdend met de afschaffing van de opkomstplicht en het (in verband daarmee) niet langer voor vervangende dienst oproepen van gewetensbezwaarden, en ook rekening houdend met de duur van de strafprocedure, een gevangenisstraf van zes maanden passend vond.

Dat oordeel onttrekt zich aan het onderzoek in cassatie. Daaraan doet niet af dat de eerste rechter reeds vijf maanden gevangenisstraf oplegde, aangezien de appèlrechter aan het in eerste aanleg bereikte oordeel omtrent de strafmaat niet gebonden is, en evenmin dat het Openbaar Ministerie in hoger beroep vijf maanden gevangenisstaf heeft geëist, aangezien effectief geen zwaardere straf is opgelegd dan gevorderd.

7. De klacht lijkt me dan ook kansloos.

8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend ten aanzien van de opgelegde straf, en vermindering van die straf.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden