Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2005:AU1649

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
08-11-2005
Datum publicatie
09-11-2005
Zaaknummer
02802/04
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2005:AU1649
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Geldigheid appèldagvaarding. Wanneer verdachte volgens opgave van de GBA naar een ander land is vertrokken, mag eerst dan worden aangenomen dat zijn woon- of verblijfplaats in het buitenland niet bekend is, indien bij de desbetreffende gemeente – zonder resultaat – navraag is gedaan of de verdachte bij zijn vertrek de voor de uitreiking van gerechtelijke mededelingen benodigde adresgegevens heeft opgegeven en of die gegevens zijn geadministreerd (HR NJ 2002, 317). Deze regel ziet niet op een geval als het onderhavige waarin verdachte volgens het GBA-overzicht is vertrokken “naar land onbekend”. Indien niet in de daartoe bestemde registers is geregistreerd naar welk land verdachte is vertrokken, moet worden aangenomen dat door verdachte geen opgave is gedaan aan de GBA van zijn vertrek naar een concreet land van bestemming. Bij gebreke van een dergelijke opgave moet er van worden uitgegaan dat door verdachte evenmin opgave is gedaan van adresgegevens in het buitenland, zodat het doen van navraag bij de gemeente naar die gegevens zinloos is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2005, 622
NJ 2006, 160
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 02802/04

Mr Jörg

Zitting 23 augustus 2005

Conclusie inzake:

[verzoeker = verdachte]

1. De enkelvoudige kamer van het hof te 's-Gravenhage heeft verzoeker bij arrest van 27 november 2003 bij verstek wegens onverzekerd rijden veroordeeld tot een geldboete van € 400,- te vervangen door acht dagen hechtenis en hem voor de duur van 4 maanden de bevoegdheid ontzegd motorrijtuigen te besturen.

2. Namens verzoeker hebben mr G.P. Hamer en A.M. Ficq-Kengen, beiden advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur houdende een middel van cassatie ingediend.

3. Het middel klaagt over de geldigheid van de appèldagvaarding. Het hof zou bij het beoordelen van de geldigheid ervan ten onrechte hebben nagelaten navraag te doen bij de betreffende gemeente of verzoeker bij zijn vertrek de voor de uitreiking van gerechtelijke mededelingen benodigde adresgegevens heeft opgegeven en of die gegevens zijn geadministreerd.

4. Ik laat het cassatiemiddel voor wat het is, aangezien ik de volgende ambtshalve opmerking moet maken.

5. De dagvaarding om te verschijnen op de terechtzitting van het hof van 27 november 2003 is blijkens de daaraan gehechte akte van uitreiking op 1 oktober 2003 uitgereikt aan de (waarnemend) griffier van de rechtbank te 's-Gravenhage "omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is".

6. Het aan de dagvaarding en de akte van uitreiking gehechte GBA-overzicht meldt vanaf 19 juni 2003 als adres van verzoeker: "vertrokken naar Land onbekend". Het GBA-overzicht dat is gehecht aan de akte van uitreiking van de aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv bevestigt dit. Hieruit blijkt echter ook dat verzoeker vanaf 3 november 2003 stond ingeschreven op het adres "[a-straat 1] [woonplaats]". Dit betekent dat nà de betekening van de appèldagvaarding doch vóór de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting alsnog een adres van de verdachte bekend is geworden waarop hij in de GBA is ingeschreven. Anders dan in HR 22 juni 2004, NJ 2004, 607 is dit niet door een VIPS-controle aan het hof bekend geworden, maar die controle had vlak voor de zitting nog moeten worden uitgevoerd (HR 12 maart 2002, NJ 2002, 317 m.nt. Sch, r.o. 3.24).

7. Gelet hierop is het kennelijke oordeel van het hof dat er geen reden bestond om het onderzoek ter terechtzitting te schorsen teneinde de verdachte in de gelegenheid te stellen om alsnog in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, zonder motivering, onbegrijpelijk. Dat leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en het naar aanleiding daarvan gewezen arrest (HR NJ 2004, 607 rov. 3.5.-3.6.).

8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG