Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2004:AR1783

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
12-11-2004
Datum publicatie
12-11-2004
Zaaknummer
R04/001HR
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2004:AR1783
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

12 november 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R04/001HR RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: DELFTSE TAXICENTRALE DELTAX B.V., gevestigd te Delft, VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. C.A.J. van der Meulen, t e g e n 1. TAXICENTRALE D.T.C. V.O.F., gevestigd te Delft, 2. [verweerder 2], wonende te [woonplaats], 3. [verweerder 3], wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. E. van Staden ten Brink. 1. Het geding in feitelijke instanties...

Wetsverwijzingen
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2004, 579
JWB 2004/390
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Rekestnr. R04/001HR

mr. L. Timmerman

Parket 3 september 2004

Conclusie in

Delftse Taxicentrale Deltax B.V.

tegen

1. Taxicentrale DTC v.o.f.

2. [verweerder 2]

3. [verweerder 3]

1. Feiten(1) en procesverloop

1.1 Het gaat in de onderhavige procedure om de vraag wie van partijen de lettercombinatie DTC in haar handelsnaam mag voeren. Niet in geschil is dat indien beide partijen de lettercombinatie in hun handelsnaam gebruiken er verwarring door het publiek tussen beide ondernemingen te duchten is.

1.2 Verzoekster tot cassatie, hierna: Delftse Taxicentrale Deltax, opgericht op 9 april 1937, staat in het handelsregister ingeschreven als Delftse Taxicentrale "Deltax" B.V. met als handelsnamen Delftse Taxicentrale "Deltax" B.V., Station-Taxi, Alltax en Deltax Tours.

1.3 Verweerders sub 2 en 3 zijn vennoten van verweerster sub 1, hierna: Taxicentrale DTC. Taxicentrale DTC staat sedert 19 maart 2001 in het handelsregister ingeschreven als vennootschap onder firma Taxicentrale DTC met als handelsnaam Taxicentrale DTC.

1.4 Delftse Taxicentrale Deltax en Taxicentrale DTC oefenen beide het taxibedrijf te Delft en omstreken uit.

1.5 Bij verzoekschrift ex artikel 6 Handelsnaamwet, ingekomen op 4 april 2003 bij de griffie van de Rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton locatie Delft, hierna: de Kantonrechter, heeft Delftse Taxicentrale Deltax de Kantonrechter, kort samengevat, verzocht om Taxicentrale DTC te veroordelen om, onder verbeurte van een dwangsom, haar handelsnaam te wijzigen, welke wijziging in ieder geval schrapping van de lettercombinatie DTC diende in te houden.

1.6 Taxicentrale DTC heeft bij brief van 9 mei 2003 bij de Kantonrechter een verweerschrift ingediend ter afwijzing van het verzoek van Delftse Taxicentrale Deltax, waarbij zij de Kantonrechter tevens heeft verzocht, voor zover hier nog van belang, om Delftse Taxicentrale Deltax te veroordelen om, onder verbeurte van een dwangsom, het gebruik van DTC in haar handelsnaam te staken.

1.7 Delftse Taxicentrale Deltax heeft aan haar verzoek primair ten grondslag gelegd dat het rechtmatig gebruik van de handelsnaam Delftse Taxicentrale Deltax impliceert dat zij het uitsluitende recht heeft op de afkorting DTC. Subsidiair heeft zij gesteld dat zij de afkorting DTC eerder gebruikte dan Taxicentrale DTC: ruim voor 2000 werd de telefoon opgenomen met DTC Deltax, op de ruim verspreide tarieflijst voor 2000/2001 staat D.T.C. Deltax B.V. en in het begin van de jaren negentig heeft zij aan de dienstkleding van haar personeel een blauwe stropdas met de letters D.T.C. toegevoegd.

1.8 De Kantonrechter heeft in zijn beschikking van 5 juni 2003 geoordeeld dat Taxicentrale DTC een ouder recht had op DTC, omdat niet aannemelijk was geworden dat Delftse Taxicentrale Deltax voor 19 maart 2001, de dag waarop Taxicentrale DTC naar onbetwist vaststaat de handelsnaam DTC is gaan gebruiken, op een zodanige wijze onder de naam DTC naar buiten is getreden dat daardoor voor haar het recht op het gebruik van die handelsnaam is ontstaan. Het verzoek van Delftse Taxicentrale Deltax werd afgewezen en dat van Taxicentrale DTC werd, voor zover hier nog van belang, toegewezen.

1.9 Delftse Taxicentrale Deltax is daartegen bij beroepschrift, op 2 juli 2003 ingekomen ter griffie van het gerechthof te 's-Gravenhage, met elf grieven in hoger beroep gekomen.

De grieven 1, 2, 3 en 11 zijn in cassatie niet meer van belang, de grieven 4 en 5 betreffen de vraag of het rechtmatig gebruik van de handelsnaam Delftse Taxicentrale Deltax impliceert dat zij het uitsluitende recht heeft op de afkorting DTC en de grieven 6 t/m 10 zijn gericht tegen de overweging van de Kantonrechter dat niet is komen vast te staan dat Delftse Taxicentrale Deltax voor 19 maart 2001 op een zodanige wijze onder de naam DTC naar buiten is getreden dat daardoor voor haar het recht op het gebruik van die handelsnaam is ontstaan.

1.10 Taxicentrale DTC heeft een verweerschrift in hoger beroep ingediend.

1.11 Nadat partijen hun zaak tijdens de mondelinge behandeling op 21 november 2003 hebben toegelicht, heeft het Hof de beschikking van de Kantonrechter bij beschikking van 12 december 2003 bekrachtigd.

Met betrekking tot de grieven 4 en 5 heeft het Hof als volgt overwogen:

"5. De rechtbank heeft overwogen dat Taxicentrale DTC een groot aantal producties heeft overgelegd waaruit juist volgt dat Delftse Taxicentrale Deltax zich afficheert met de naam Deltax. Deze overweging van de rechtbank is door Delftse Taxicentrale Deltax niet bestreden. Het ligt niet voor de hand dat Delftse Taxicentrale Deltax zich daarnaast tevens zou afficheren met de naam DTC. DTC is ook niet een voor de hand liggende afkorting van Delftse Taxicentrale Deltax. Daarom impliceert het rechtmatig gebruik van de handelsnaam Delftse Taxicentrale Deltax niet tevens het uitsluitend recht op de afkorting DTC. De grieven 4 en 5 falen."

Ten aanzien van de grieven 6 t/m 10 overweegt het Hof:

"7.1 Delftse Taxicentrale Deltax heeft gesteld dat zij reeds in het begin van de jaren negentig haar personeel heeft voorzien van een blauwe stropdas met de letters D.T.C., die haar personeel reeds in het begin van de jaren negentig als dienstkleding gebruikte. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft Delftse Taxicentrale Deltax stropdassen getoond met onder elkaar de letters D, T en C.

7.2 Verder heeft Delftse Taxicentrale Deltax gesteld dat reeds ruim voor 2000 de telefoon werd opgenomen met zowel "Deltax"als "DTC Deltax" Zij heeft echter niet gesteld met welke frequentie de telefoon werd opgenomen met "DTC Deltax" en met name niet dat dit structureel gebeurde. Uit hetgeen Delftse Taxicentrale Deltax heeft gesteld leidt het hof dan ook niet af dat het opnemen van de telefoon met "DTC Deltax" meer dan incidenteel gebeurde.

7.3 Tenslotte heeft Delftse Taxicentrale Deltax gesteld dat zij een tarieflijst 2000/2001, waarop staat "Taxitarieven D.T.C. Deltax B.V.", ruim voor 31 december 2001 heeft verspreid bij klanten, potentiële klanten en aanbrengers van klanten zoals horeca-ondernemers. Zij heeft echter niet gesteld op welke wijze deze prijslijst is verspreid, op welke schaal deze prijslijst is verspreid, aan wie in concreto deze prijslijst is verspreid en dat deze verspreiding voor 19 maart 2001 heeft plaatsgevonden. Het hof leidt uit de stellingen van Delftse Taxicentrale Deltax dan ook niet af dat het gebruik van deze prijslijst voor 19 maart 2001 meer dan incidenteel plaatsvond.

7.4 Het gebruik in de jaren negentig door personeel van een dienststropdas met de letters D, T, en C, het incidenteel opnemen van de telefoon met "DTC Deltax"en het incidenteel verspreiden van een prijslijst waarop "Taxitarieven D.T.C. Deltax B.V." stond, acht het hof onvoldoende om aan te nemen dat Delftse Taxicentrale Deltax reeds voor 19 maart 2001 de handelsnaam DTC voerde. Dit betekent dat de grieven 6, 7, 8, 9 en 10 falen."

1.12 Delftse Taxicentrale Deltax heeft tegen die beschikking van het Hof tijdig(2) beroep in cassatie ingesteld. Taxicentrale DTC heeft verzocht het cassatieberoep te verwerpen.

2. Bespreking van de cassatiemiddelen

2.1 Het cassatieberoep bestaat uit 5 middelen.

2.2 Middel 1 klaagt erover dat het Hof een aantal omstandigheden niet als vaststaande feiten in zijn beschikking heeft opgenomen, te weten dat:

- aan [verweerder 3] (verweerder in cassatie sub 3) toen hij Taxicentrale DTC in het handelsregister ging inschrijven is meegedeeld dat hij niet uitsluitend de naam DTC als handelsnaam mocht gebruiken, omdat Delftse Taxicentrale Deltax reeds in het handelsregister stond ingeschreven;

- Delftse Taxicentrale Deltax sinds 1999 een internet- en e-mailadres en recht op domeinnaam in gebruik heeft, waarin de afkorting DTC voorkomt;

- Delftse Taxicentrale Deltax haar personeel reeds vanaf het begin van de jaren negentig heeft voorzien van een stropdas met de letters DTC, die als dienstkleding werd gebruikt.

2.3 De klacht kan niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad is op grond van artikel 419 lid 3 Rv gebonden aan hetgeen in de bestreden uitspraak omtrent de feiten is vastgesteld. De aard van de cassatie brengt mee dat door de cassatierechter geen (nieuw) onderzoek naar de feiten kan worden ingesteld. Het vaststellen van feiten is aan de feitenrechter is voorbehouden en leent zich niet voor toetsing in cassatie.

2.4 Voor zover Delftse Taxicentrale Deltax erover bedoelt te klagen dat het Hof bovengenoemde door Delftse Taxicentrale Deltax gestelde omstandigheden niet heeft meegewogen in haar oordeel over de vraag of Delftse Taxicentrale Deltax reeds voor 19 maart 2001 de handelsnaam DTC voerde en aldus essentiële stellingen onbesproken heeft gelaten, kom ik daarop terug bij de bespreking van middel 4.

2.5 De middelen 2 en 3 zal ik hieronder gezamenlijk bespreken. Ze klagen over (de motivering) van het oordeel van het Hof dat het rechtmatig gebruik van de handelsnaam Delftse Taxicentrale Deltax niet het uitsluitende recht op de afkorting DTC impliceert (r.o. 5)

2.6 M.i. heeft het Hof terecht geoordeeld dat het rechtmatig gebruik van de handelsnaam Delftse Taxicentrale Deltax, althans het onderdeel 'Delftse Taxicentrale' niet, zoals Delftse Taxicentrale Deltax lijkt te betogen, zonder meer het uitsluitende recht op de afkorting DTC impliceert. Rechtmatig gebruik van een handelsnaam geeft de gebruiker niet vanzelfsprekend het uitsluitende recht op alle mogelijke afkortingen van die handelsnaam. Op grond van artikel 5 Hnw ontstaat ook het recht op een bepaalde afkorting pas als die afkorting ook daadwerkelijk en eerder dan een ander dat deed als handelsnaam wordt gevoerd.

2.7 Wel is het m.i. heel goed mogelijk dat het voeren van een afkorting van een bestaande handelsnaam verwarringsgevaar als bedoeld in artikel 5 Hnw met zich brengt. Dat gevaar zal groter zijn naarmate de afkorting meer voor de hand liggend is. Over deze kwestie heeft het Hof in r.o. 5 overwogen dat de afkorting DTC onder de gegeven omstandigheden niet voor de hand liggend was, en wel omdat:

(i) uit een groot aantal door Taxicentrale DTC overgelegde producties volgt dat Delftse Taxicentrale Deltax zich juist afficheert met Deltax;

(ii) het niet voor de hand ligt dat Delftse Taxicentrale Deltax zich daarnaast zou afficheren met DTC;

(iii) DTC niet een voor de hand liggende afkorting is van Delftse Taxicentrale Deltax.

Ik vind dit een goed gemotiveerde en begrijpelijke beslissing. De middelen 2 en 3 worden tevergeefs voorgesteld.

2.8 Middel 4 betreft de kern van het tussen partijen bestaande geschil, te weten wie van beiden als eerste de handelsnaam DTC rechtmatig voerde. Het middel komt met een aantal rechts- en motiveringsklachten op tegen het oordeel van het Hof dat het daaraan door Delftse Taxicentrale Deltax ten grondslag gelegde onvoldoende is om aan te nemen dat Delftse Taxicentrale Deltax reeds voor 19 maart 2001 de handelsnaam DTC voerde.

2.9 In het eerste onderdeel klaagt Delftse Taxicentrale Deltax erover dat het er niet om gaat of het Hof het door Delftse Taxicentrale Deltax gestelde "onvoldoende oordeelde om aan te nemen" dat Delftse Taxicentrale Deltax vóór 19 maart 2001 DTC als handelsnaam voerde, maar dat dat "in rechte vast moest komen te staan".

2.10 Los van het feit dat het in het civiele geding niet gaat om het leveren van wiskundig bewijs, maar om het overtuigen van de rechter(3), reden waarom de betekenis van "onvoldoende achten door de rechter" niet afwijkt van "in rechte vaststaan", faalt dit onderdeel. De vraag of een onderneming een handelsnaam voert in de zin van artikel 5 Hnw, dient te worden beantwoord aan de hand van de omstandigheden van het geval. Wil van het voeren van een handelsnaam sprake kunnen zijn, dan moet het gebruik ervan in voldoende mate tot het publiek doordringen. Het enkel mondeling voeren van een handelsnaam kan onder omstandigheden - echter niet al te snel - als het voeren van een handelsnaam worden beschouwd. Er is een zekere duurzaamheid vereist. Het één of enkele malen gebruiken van een bepaalde naam zal veelal onvoldoende zijn. (4) Het oordeel over de vraag of Delftse Taxicentrale Deltax reeds voor 19 maart 2001 de handelsnaam DTC zodanig gebruikte dat deze in voldoende mate tot het publiek is doorgedrongen, is dus een rechtsoordeel dat nauw is verweven met waarderingen van feitelijke aard. Een dergelijk oordeel is aan de feitenrechter voorbehouden.

2.11 Het tweede onderdeel is gericht tegen r.o. 7.2 van de bestreden beschikking.

Volgens Delftse Taxicentrale Deltax heeft het Hof ten onrechte niet uit haar stellingen afgeleid dat het opnemen van de telefoon met "DTC Deltax" meer dan incidenteel gebeurde, temeer niet nu Delftse Taxicentrale Deltax tevens onweersproken heeft gesteld dat bedrijven en klanten de volledige handelsnaam van Delftse Taxicentrale Deltax zijn gaan afkorten tot DTC en dat zij sinds 1999 ook een internetadres en domeinnaam met DTC in gebruik heeft. Dat zou volgens Delftse Taxicentrale Deltax nu juist impliceren dat de telefoon structureel met DTC Deltax zou zijn opgenomen.

2.12 De klacht, die gaat over de wijze waarop het Hof (een van) de stellingen van Delftse Taxicentrale Deltax heeft geïnterpreteerd, kan in cassatie slechts op begrijpelijkheid worden getoetst. Ervan uitgaande dat Delftse Taxicentrale Deltax betoogt dat de door het Hof getrokken conclusie in het licht van haar stellingen onbegrijpelijk is, het volgende. Het enige dat Delftse Taxicentrale Deltax heeft gesteld in verband met het mondelinge, met name telefonische, gebruik door haar van de lettercombinatie DTC staat in de pleitnota in hoger beroep:

"Zo werd ruim voor 2000 de telefoon opgenomen met D.T.C. Deltax, om de eenvoudige reden dat de zin Delftse Taxicentrale Deltax te lang is bij het opnemen van de telefoon."

2.13 Delftse Taxicentrale Deltax heeft inderdaad, zoals het hof aangeeft, niet gesteld dat zij in de jaren tachtig en negentig structureel de telefoon opnam met DTC of DTC Deltax. Anders dan Delftse Taxicentrale Deltax in cassatie betoogt, vloeit noch uit de stelling dat bedrijven en klanten de volledige handelsnaam van Delftse Taxicentrale Deltax zijn gaan afkorten tot DTC - waarbij Delftse Taxicentrale Deltax overigens nalaat te stellen of dat vóór 19 maart 2001 gebeurde - noch uit de stelling dat zij sinds 1999 een internetadres en domeinnaam met DTC in gebruik heeft - al aangenomen dat deze stelling juist is, maar daar kom ik bij onderdeel 4 van dit middel op terug - vanzelfsprekend voort dat Delftse Taxicentrale Deltax bedoelde te stellen dat de telefoon in de jaren tachtig en negentig wel structureel met DTC of DTC Deltax werd opgenomen. Het bestreden oordeel van het Hof is dan ook niet onbegrijpelijk, de klacht faalt.

2.14 Het derde onderdeel komt op tegen r.o. 7.3 van de bestreden beschikking. Volgens Delftse Taxicentrale Deltax heeft het Hof ten onrechte niet uit haar stellingen afgeleid dat het gebruik van de tarieflijst 2000/2001 voor 19 maart 2001 meer dan incidenteel plaatsvond.

2.15 Ten aanzien van de tarieflijst heeft Delftse Taxicentrale Deltax in haar verzoekschrift in hoger beroep in de toelichting op grief 6 gesteld:

"Ook de prijslijst dateert uit 2000/2001 hetgeen blijkt uit het gebruik van Nederlandse guldens in plaats van euro's. Deze lijst is extern verspreid, bij klanten, potentiële klanten en aanbrengers van klanten zoals horeca-ondernemers. Er heeft derhalve verspreiding onder het relevante publiek plaatsgevonden. Op de tarievenlijst staat heel duidelijk "DTC Deltax" derhalve de handelsnaam van appellante in afgekorte vorm."

In zijn pleitnotities heeft de advocaat van Delftse Taxicentrale Deltax daaraan toegevoegd:

"Bij het verzoekschrift is de tarieflijst 2000/2001 in het geding gebracht waar heel uitdrukkelijk D.T.C. Deltax B.V. als handelsnaam opstaat, gelet op het feit dat de tarieflijst in Nederlandse guldens is, is deze van ruim voor 31 december 2001. Deze lijst was uiteraard niet voor intern gebruik, maar is op grote schaal verspreid."

2.16 Ook deze klacht betreft de wijze waarop het Hof (een van) de stellingen van Delftse Taxicentrale Deltax heeft geïnterpreteerd en kan in cassatie slechts op begrijpelijkheid worden getoetst. Uit de stelling van Delftse Taxicentrale Deltax dat zij de tarieflijst ruim voor 31 december 2001 extern heeft verspreid, heeft het Hof kennelijk opgemaakt dat dat misschien ook al wel eens, maar niet structureel, voor 19 maart 2001 is gebeurd. Nu Delftse Taxicentrale Deltax niet expliciet heeft gesteld dat die prijslijst voor 19 maart 2001 - en dat is nu eenmaal de datum waar het in casu om gaat - is verspreid, is die gevolgtrekking door het Hof niet onbegrijpelijk. Ook deze klacht faalt.

2.17 Het vierde onderdeel klaagt erover dat het Hof niet in zijn oordeel heeft betrokken:

(i) de omstandigheid dat (de vennoten van) Taxicentrale DTC op het moment van inschrijving in het handelsregister de wetenschap hadden dat het gebruik van DTC (sec) niet was toegestaan wegens strijd met de volledige handelsnaam van verzoekster; en

(ii) de (niet betwiste) stelling van Delftse Taxicentrale Deltax dat deze sinds 1999 van een internet- en e-mailadres (domeinnaamrecht) van de handelsnaam DTC Deltax gebruik maakt.

2.18 Ik overweeg daarover als volgt.

Ad (i):niet alleen is deze omstandigheid niet door Delftse Taxicentrale Deltax aan haar verzoek ten grondslag gelegd, maar slechts door Taxicentrale DTC tijdens de mondelinge behandeling in de eerste aanleg naar voren gebracht, ook is die omstandigheid niet relevant, laat staan essentieel voor de vraag die aan het Hof is voorgelegd, te weten of Delftse Taxicentrale Deltax reeds voor 19 maart 2001 de handelsnaam DTC zodanig gebruikte dat deze in voldoende mate tot het publiek is doorgedrongen. De klacht faalt dan ook.

2.19 Ad (ii): uit het proces-verbaal van de zitting van 15 mei 2003 blijkt dat de advocaat van Delftse Taxicentrale Deltax tijdens die zitting naar voren heeft gebracht dat Delftse Taxicentrale Deltax in 1999 een internet- en e-mailadres in gebruik heeft genomen waarin de afkorting DTC voorkomt. Hoewel uit het proces-verbaal niet blijkt dat Taxicentrale DTC dat heeft betwist, heeft de kantonrechter deze omstandigheid niet in zijn beschikking meegenomen. Delftse Taxicentrale Deltax is daartegen in hoger beroep niet opgekomen, noch heeft zij in hoger beroep die stelling herhaald. Het Hof mocht er daarom, zoals het kennelijk heeft gedaan, van uitgaan dat Delftse Taxicentrale Deltax die stelling niet handhaafde.

2.20 Cassatiemiddel 5 is ten slotte gericht tegen r.o. 9 waarin het Hof het door Delftse Taxicentrale Deltax gedane bewijsaanbod niet relevant acht, omdat zij geen feiten heeft gesteld die bewijs behoeven.

2.21 Ook dit middel treft, gelet op het falen van middel 4, geen doel. Het Hof heeft immers hetgeen Delftse Taxicentrale Deltax ten bewijze aanbiedt onvoldoende geacht om te komen tot het oordeel dat Delftse Taxicentrale Deltax reeds voor 19 maart 2001 de handelsnaam DTC zodanig gebruikte dat deze in voldoende mate tot het publiek is doorgedrongen, zodat bewijsvoering niet (meer) aan de orde is. Overigens wordt daarmee, anders dan Delftse Taxicentrale Deltax lijkt te menen, geen oordeel over de bewijslastverdeling gegeven.

3. Conclusie

De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G

1 r.o. 1.1 t/m 1.4 van de beschikking van de Rechtbank, sector kanton locatie Delft d.d. 5 juni 2003

2 Het verzoekschrift in cassatie is op 12 januari 2004 ter griffie van de Hoge Raad der Nederlanden ingekomen

3 Zie Prof. mr. W.D.H. Asser, Bewijslastverdeling (1992), blz. 14

4 Wichers-Hoeth, Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht, achtste druk, blz. 284-285; Van Empel/Geerts, Bescherming van de intellectuele eigendom (1999) blz. 101