Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2004:AQ8808

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
12-10-2004
Datum publicatie
12-10-2004
Zaaknummer
02070/03
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2004:AQ8808
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Geldigheid appèldagvaarding en ontvankelijkheid cassatieberoep. De uitreikingsakte houdt in dat de appèldagvaarding in persoon is uitgereikt. Ter zitting van 7-1-02 is verstek verleend. Cassatieberoep is ingesteld op 17-4-03. In cassatie wordt aangevoerd dat de appèldagvaarding niet aan verdachte in persoon is uitgereikt, dat zij niet de akte van uitreiking heeft ondertekend en dat haar identiteitsbewijs (waarvan een kopie is overgelegd) een ander nummer heeft dan vermeld op de akte van uitreiking. HR acht aannemelijk dat de appèldagvaarding niet in persoon is uitgereikt, waardoor deze dagvaarding niet geldig is betekend. Verdachte is ontvankelijk in het cassatieberoep. Het middel dat klaagt over de geldigheid van de appèldagvaarding is terecht voorgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2004, 540
NJ 2004, 644
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 02070/03

Mr Jörg

Zitting 31 augustus 2004

Conclusie inzake:

[verzoekster=verdachte]

1. Verzoekster is door het gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 21 januari 2002 wegens 1. "mishandeling gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd" en 2. subsidiair "bedreiging met zware mishandeling veroordeeld tot één maand gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot een geldboete van € 220,-, subsidiair vier dagen hechtenis, met verbeurdverklaring zoals in het arrest omschreven. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] afgewezen en de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toegewezen tot een bedrag van € 75,- en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd ten belope van hetzelfde bedrag, subsidiair één dag hechtenis

2. Namens verzoekster heeft mr W.H.M. Ummels, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.

3. Ambtshalve vraag ik aandacht voor het volgende. De akte van uitreiking van de voor verzoekster bestemde appèldagvaarding houdt in dat de appèldagvaarding op 22 november 2001 aan verzoekster in persoon is uitgereikt. Het hof heeft arrest gewezen op 21 januari 2002. Eerst op 17 april 2003 is namens verzoekster beroep in cassatie ingesteld.

4. Nu de appèldagvaarding aan verzoekster in persoon is uitgereikt en er niet door of namens haar binnen veertien dagen na de einduitspraak beroep in cassatie is ingesteld, kan verzoekster, gelet op het bepaalde in art. 432 lid 1 sub a Sv, niet in het beroep worden ontvangen.

5. Deze conclusie strekt ertoe dat verzoekster niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG