Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2004:AO4047

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
27-04-2004
Datum publicatie
27-04-2004
Zaaknummer
01724/03
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2004:AO4047
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Het is een feit van algemene bekendheid dat een partij van 25 blanco Duitse rijbewijzen, in het bezit van anderen dan de bevoegde instanties, niet anders dan door misdrijf kan zijn verkregen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2004, 221
NJ 2004, 494
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Griffienr. 01724/03

Mr Wortel

Zitting:17 februari 2004

Conclusie inzake:

[verzoeker=verdachte]

1. Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam waarbij verzoeker wegens (1) "opzetheling", (2) "opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, eerste lid, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod", (4) "in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is" en (5) "opzettelijk het valse geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst" is veroordeeld tot vierentwintig maanden gevangenisstraf, met bijkomende beslissingen ten aanzien van inbeslaggenomen voorwerpen.

2. Namens verzoeker heeft mr. A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.

3. Dit middel keert zich tegen de bewezenverklaring van hetgeen verzoeker als feit 1 is tenlastegelegd met de klacht dat de bewezenverklaring niet volledig door de gebezigde bewijsmiddelen wordt gesteund.

4. Die bewezenverklaring luidt dat verzoeker

"(...) op 21 april 2001 te Rotterdam,

- 43 Duitse paspoorten,

paspoortnummers (...) en

- 25 blanco Duitse rijbewijzen en

- een Duits rijbewijs, nummer 3554/77, en

- een Duits rijbewijs, nummer 3559/99,

voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;"

5. In de toelichting op het middel wordt er terecht op gewezen dat de gebezigde bewijsmiddelen inhouden dat de Duitse paspoorten in 1997 zijn gestolen, maar dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet blijkt dat de rijbewijzen, in de bewezenverklaring genoemd achter het tweede, het derde en het vierde gedachtestreepje door misdrijf zijn verkregen.

6. Voor zover de bewezenverklaring en de bewijsmiddelen melding maken van "blanco Duitse rijbewijzen" zal aangenomen moeten worden dat het gaat om rijbewijzen waarop niet de personalia van de houder zijn vermeld en niet is aangegeven voor welke categorie of categorieën van voertuigen het rijbewijs geldig is.

7. Het is van algemene bekendheid te achten dat dergelijke "blanco rijbewijzen" door de aangewezen instanties voor afgifte gereed worden gehouden, maar uitsluitend worden verstrekt na vermelding van de noodzakelijke gegevens betreffende de houder en de soorten van voertuigen tot het besturen waarvan de houder bevoegdheid is verleend.

8. Ook is van algemene bekendheid te achten dat de tot afgifte bevoegde instanties - met het oog op de betekenis die bij het toezicht op het wegverkeer en bij de vaststelling van de identiteit van de houder aan deze documenten wordt toegekend - zodanige maatregelen treffen om te voorkomen dat dergelijke blanco rijbewijzen buiten de macht van die instanties geraken dat de kans dat een blanco rijbewijs anders dan door misdrijf in het bezit van een onbevoegde komt verwaarloosbaar klein is. Dit geldt a fortiori voor vijfentwintig blanco rijbewijzen.

9. Feiten van algemene bekendheid behoeven in de bewijsmiddelen niet tot uitdrukking te komen, vgl art. 339, tweede lid, Sv. Daarbij voegt zich dat verzoekers wetenschap ten aanzien van de herkomst van de vijfentwintig blanco Duitse rijbewijzen kan worden beoordeeld in verband met de omstandigheid dat hij tevens in het bezit was van drieënveertig Duitse paspoorten, die gestolen bleken te zijn.

10. Naar mijn inzicht is de bewezenverklaring, voor zover inhoudend dat verzoeker ten tijde van het voorhanden krijgen van de vijfentwintig blanco Duitse rijbewijzen wist dat die voor misdrijf waren verkregen, daarom toereikend met redenen omkleed.

11. Nu het Hof geen bewijsmiddelen heeft opgenomen die betrekking hebben op de misdadige herkomst van de twee op naam gestelde Duitse rijbewijzen, meen ik voorts dat aangenomen moet worden dat het Hof door een kennelijk abuis ook die twee rijbewijzen in de bewezenverklaring heeft opgenomen.

12. Derhalve dient de bewezenverklaring naar mijn inzicht verbeterd gelezen te worden, aldus dat de twee op naam gestelde Duitse rijbewijzen van die bewezenverklaring geen deel uitmaken.

Door die verbeterde lezing komt de feitelijke grondslag aan de klacht in zoverre te ontvallen.

13. Het middel komt mij voor vruchteloos te zijn voorgesteld.

14. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,