Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2003:AH9611

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
11-07-2003
Datum publicatie
11-07-2003
Zaaknummer
C03/130HR
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2003:AH9611
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

11 juli 2003 Eerste Kamer Nr. C03/130HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [Verweerder], handelende onder de naam D.K.S. Systems, wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in cassatie...

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 63, geldigheid: 2003-07-11
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 47, geldigheid: 2003-07-11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBPR 2003/70 met annotatie van A.W. Jongbloed
JOL 2003, 401
NJ 2003, 568
RvdW 2003, 132

Conclusie

C03/130

Mr. Keus

Zitting 6 juni 2003

Conclusie inzake

[Eiser]

(hierna: [eiser])

tegen:

[Verweerder]

(hierna: [verweerder])

1. In deze zaak is de cassatiedagvaarding op 3 maart 2003 uitgebracht. Op de eerste rechtsdag (2 mei 2003) is [verweerder] niet verschenen, evenmin als op de zittingen van 16 mei 2003 en heden, waartegen de zaak vervolgens werd aangehouden.

2. De cassatiedagvaarding was bestemd te worden betekend aan het kantoor van mr. A.F. van Dam te Arnhem, die in de vorige instantie als procureur van [verweerder] is opgetreden en bij wie [verweerder] laatstelijk ter zake woonplaats heeft gekozen, een en ander in de zin van art. 63 lid 1 Rv.

3. Bij zijn poging de dagvaarding aan het kantoor van mr. Van Dam te betekenen, heeft de deurwaarder aldaar kennelijk niemand aangetroffen aan wie rechtsgeldig afschrift kon worden gelaten. Daarom heeft de deurwaarder een afschrift van de dagvaarding in een gesloten envelop met daarop de vermelding als wettelijk voorgeschreven aan het kantooradres van mr. Van Dam achtergelaten, een en ander overeenkomstig art. 47 Rv.

4. Art. 47 Rv is toegeschreven op het geval dat de deurwaarder de dagvaarding aan de degene voor wie het exploot bestemd is in persoon of aan diens woonplaats aan een huisgenoot van deze of een andere zich daar bevindende persoon tracht te betekenen (art. 46 lid 1 Rv), maar (volgens art. 47 lid 1 eerste volzin Rv:) "aan geen van de in artikel 46, eerste lid, bedoelde personen afschrift kan laten".

5. Art. 63 Rv laat zich niet uit over de vraag hoe de deurwaarder moet handelen als hij het exploot tracht te doen aan het kantoor van de advocaat, procureur of deurwaarder bij wie degene voor wie het exploot is bestemd, laatstelijk ter zake woonplaats heeft gekozen, maar aldaar niemand aantreft aan wie hij een afschrift van het exploot kan laten (vgl. in dit verband ook de door art. 45 lid 2 onder e Rv voorgeschreven vermelding van degene aan wie afschrift van het exploot is gelaten en van diens hoedanigheid). Een redelijke wetstoepassing brengt naar mijn mening echter met zich, dat ook in dat geval de weg van art. 47 Rv kan worden gevolgd. Mede gelet op het belang dat in de praktijk aan de door art. 63 Rv toegelaten wijze van betekening toekomt, kan naar mijn mening niet worden aanvaard dat die wijze van betekening geblokkeerd zou kunnen blijken, doordat aan het kantoor van de advocaat, procureur of deurwaarder (zoals in casu: op de laatste dag van de beroepstermijn) niemand wordt aangetroffen. Daarbij kan in aanmerking worden genomen dat de kans dat het in een gesloten envelop achtergelaten (of per post toegezonden) afschrift van de dagvaarding betrokkene bereikt, in het geval van achterlating (of toezending) aan het kantooradres van zijn advocaat, procureur of deurwaarder niet kleiner is te achten dan in het geval van achterlating (of toezending) aan de woonplaats van betrokkene.

6. Ik concludeer daarom dat verstek kan worden verleend.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden,

Advocaat-Generaal