Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2003:AF7923

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
17-06-2003
Datum publicatie
28-08-2008
Zaaknummer
01872/02
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2003:AF7923
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Het Hof heeft t.a.v. de bewezenverklaarde oplichting (meermalen gepleegd) de openbaarmaking van de uitspraak gelast op een door het OM te bepalen tijdstip in alle edities van het Noordhollands Dagblad en heeft de kosten van de openbaarmaking geschat op een bedrag van € 1350,-- (inclusief BTW). Het Hof heeft echter verzuimd ex art. 36.3 jo. art. 24c Sr een bevel tot vervangende hechtenis te geven en art. 24c Sr te vermelden als wettelijk voorschrift waarop de strafoplegging mede is gegrond. HR vernietigt in zoverre en beveelt vervangende hechtenis bij gebreke van betaling of verhaal van de door het Hof geschatte kosten van openbaarmaking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 01872/02

Mr Wortel

Zitting: 15 april 2003

Conclusie inzake:

[verdachte]

1. Verzoeker is door het Gerechtshof te Amsterdam wegens 1. "oplichting, meermalen gepleegd", 2."medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en in strijd met de waarheid een opgave doen of enig gegeven verzwijgen, met het oogmerk om aldus voor zichzelf bijstand te behouden, meermalen gepleegd" en 5 "verduistering" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, alsmede ten aanzien van feit 1 tot de bijkomende straf van openbaarmaking van de uitspraak. Daarnaast heeft het Hof de vorderingen van benadeelde partijen toegewezen alsmede schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, een en ander zoals in het arrest omschreven.

2. Namens verzoeker heeft mr. R.J. Wortelboer, advocaat te Alkmaar, één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt erover dat het Hof bij de oplegging van de bijkomende straf van openbaarmaking van zijn uitspraak, heeft verzuimd te bepalen hoeveel dagen vervangende hechtenis ten uitvoer dienen te worden gelegd in geval de veroordeelde de door het Hof geschatte kosten van openbaarmaking niet voldoet.

4. Het Hof heeft in het dictum van de bestreden uitspraak bepaald dat die uitspraak, voor zover betrekking hebbend op het onder 1 bewezenverklaarde feit, op kosten van verzoeker openbaar moet worden gemaakt. Daarbij heeft het Hof, conform het bepaalde in art. 36, tweede lid Sr, een schatting van de met openbaarmaking gemoeide kosten (€ 1.350,=) gemaakt. Het Hof heeft echter niet, zoals art. 36, derde lid in verbinding met artikel 24c Sr voorschrijft, bepaald hoeveel dagen vervangende hechtenis ten uitvoer gelegd kunnen worden in het geval verzoeker de kosten niet betaalt en ook verhaal niet mogelijk is.

5. In het belang van een doeltreffende rechtshandhaving ga ik er aan voorbij dat verzoeker bij de klacht, hoezeer die op zichzelf beschouwd terecht is opgeworpen, geen rechtens te respecteren belang kan hebben. Het verzuim kan de Hoge Raad eenvoudig herstellen, aangezien in art. 24c, derde lid, Sr is vastgelegd wat de maatstaf moet zijn bij het bepalen van het aantal dagen vervangende hechtenis, vgl. HR NJ 1987, 493. Met toepassing van art. 24c, derde lid, Sr - voor elke volle € 25 niet meer dan één dag hechtenis - moet het aantal dagen vervangende hechtenis worden bepaald op 54. Daarbij zal de Hoge Raad voorts kunnen bepalen dat de opgelegde straf mede op deze wettelijke bepaling is gegrond.

6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt ertoe dat de bestreden uitspraak zal worden vernietigd, doch alleen voor zover daarbij is verzuimd art. 24c Sr aan te halen en toe te passen ten aanzien van de bijkomende straf van openbaarmaking van de uitspraak, dat zal worden bepaald dat bij gebreke van betaling en verhaal van de door het Hof vastgestelde kosten van die openbaarmaking 54 dagen vervangende hechtenis ten uitvoer gelegd zullen kunnen worden, en het beroep voor het overige zal worden verworpen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,