Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2003:AF0225

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
10-01-2003
Datum publicatie
10-01-2003
Zaaknummer
R02/080HR
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2003:AF0225
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 407
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 426a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2003, 10
JWB 2003/6
JBPR 2003/27 met annotatie van mr. drs. M.L. Hendrikse
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Rek.nr. R02/080HR

Mr. L. Strikwerda

Parket 1 nov. 2002

Conclusie inzake

[Verzoeker]

Edelhoogachtbaar College,

1. Uit de brief d.d. 28 augustus 2002 met bijlagen waarmee verzoeker van cassatie (hierna: [verzoeker]) zich tot de Hoge Raad heeft gewend, blijkt het volgende. [Verzoeker] is als procespartij betrokken geweest in een civiele procedure voor een kantonrechter. Naar aanleiding van de beslissing van deze kantonrechter heeft [verzoeker] zich bij (ongedateerde) brief tot de Rechtbank te Amsterdam gewend. De Rechtbank heeft blijkens een brief van 23 juli 2001, afkomstig van de waarnemend griffier van de Rechtbank, geweigerd het hoger beroep te behandelen op de grond dat [verzoeker] niet door een procureur vertegenwoordigd werd. [Verzoeker] stelt dat hij hierop hoger beroep heeft aangetekend bij het Gerechtshof te Amsterdam en dat dit Hof de zaak heeft teruggewezen naar de Rechtbank. Volgens [verzoeker] heeft de Rechtbank vervolgens opnieuw geweigerd de zaak in behandeling te nemen.

2. Bij voormelde brief d.d. 28 augustus 2002 heeft [verzoeker] de Hoge Raad verzocht de beslissing van de kantonrechter te vernietigen.

3. [Verzoeker] kan in zijn cassatieberoep niet worden ontvangen. Uit de overgelegde stukken blijkt niet waarop het onderhavige geschil betrekking heeft, tegen welke uitspraak van welke kantonrechter het cassatieberoep is gericht, en of de bestreden beslissing van de kantonrechter een dagvaardingsprocedure betreft dan wel is gegeven op rekest. De bestreden uitspraak is niet overgelegd. Indien aangenomen moet worden dat de bij de kantonrechter gevoerde procedure een dagvaardingsprocedure is, had het cassatieberoep ingevolge het bepaalde in art. 407 lid 1 Rv bij dagvaarding moeten worden ingesteld. De voormelde brief d.d. 28 augustus 2002 is geen dagvaarding. Indien aangenomen moet worden dat de bestreden beslissing van de kantonrechter is gegeven op rekest, had het verzoekschrift ingevolge het bepaalde in art. 426a lid 1 Rv getekend moeten worden door een advocaat bij de Hoge Raad. De voormelde brief d.d. 28 augustus 2002 is niet getekend door een advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,