Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2003:AE6117

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
02-12-2003
Datum publicatie
02-12-2003
Zaaknummer
02300/00 H
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2003:AE6117
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Herzieningsaanvraag wordt onderbouwd met ontlastende verklaring van ene B. Bij op verzoek van de HR ingesteld onderzoek kan de woon- of verblijfplaats van B niet worden achterhaald. Nu de aanvrager geen gegevens heeft verstrekt over de woon- of verblijfplaats van B teneinde hem te kunnen horen over de juistheid van zijn verklaring, kan die verklaring niet het ernstig vermoeden wekken dat de overtreding niet is begaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 02300/00 H

Mr Jörg

Parket, 2 juli 2002

Conclusie inzake:

[aanvrager]

1. Aanvrager van herziening is bij vonnis van de kantonrechter te Rotterdam van 25 oktober 1999 wegens overtreding van de maximumsnelheid met meer dan 30 km/u veroordeeld tot een geldboete van Fl. 510,00 subsidiair 10 dagen hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 4 maanden

2. De herzieningsaanvrage is door verzoeker ingediend.

3. De aanvrage steunt op de stelling dat een ander dan verzoeker de snelheidsovertreding heeft begaan. Ter staving van deze stelling is bij de aanvrage een verklaring gevoegd, gedateerd 19 januari 2000, van [betrokkene 1], inhoudende dat deze op 11 september 1998, de bewezenverklaarde pleegdatum, van 15.00 tot 17.00 uur voor een proefrit gebruik heeft gemaakt van de auto van verzoeker.

4. Een complicatie in deze zaak is de omstandigheid dat het onderliggende strafdossier niet meer te traceren valt. Ik beschik derhalve enkel over een aantekening mondeling vonnis. Hierin wordt - gebruikelijkerwijs - niet het tijdstip van de geconstateerde overtreding vermeld. Dit tijdstip is cruciaal voor de vraag of de verklaring van [betrokkene 1] het ernstige vermoeden doet ontstaan, dat de kantonrechter verzoeker zou hebben vrijgesproken, ware hij van deze verklaring op de hoogte geweest.

5. In het licht van het ontbrekende dossier moet worden aangenomen dat door de overgelegde verklaring die betrekking heeft op de bewezenverklaarde pleegdatum een novum wordt gepresenteerd dat het ernstige vermoeden doet ontstaan, dat de kantonrechter verzoeker zou hebben vrijgesproken, indien hij van deze verklaring op de hoogte was geweest.

6. Ik concludeer dan ook dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewijsde zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage opdat de zaak op de voet van art. 467 Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG