Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2002:AE9223

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
10-12-2002
Datum publicatie
10-12-2002
Zaaknummer
00432/02 B
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2002:AE9223
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 552a
Wetboek van Strafvordering 552d
Wetboek van Strafvordering 445
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 696
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 00432/02 B

Mr Jörg

Parket, 15 oktober 2002

Conclusie inzake:

[Verzoekster=belanghebbende]

1. Verzoekster heeft op 16 juli 2001 beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank te 's-Gravenhage van 19 maart 2001 waarin het bezwaarschrift van [klager] strekkende tot teruggave van een (omgekatte) automobiel aan hem, gegrond werd verklaard.

2. Blijkens het proces-verbaal dat van de raadkamerzitting van 19 februari 2001 is opgemaakt, is als belanghebbende in die zaak opgetreden Verzekeraar [A], gevestigd te [vestigingsplaats]. Namens de belanghebbende is gehoord [betrokkene 1].

3. De eerste vraag die moet worden beantwoord is of verzoekster gerechtigd is beroep in cassatie in te stellen. Art. 55d, tweede lid, Sv verleent dit recht aan de officier van Justitie en aan de klager. Volgens HR 3 december 1996, NJ 1997, 387 komt dit recht ook toe aan de ander aan wie de officier van Justitie mededeling heeft gedaan van zijn voornemen tot teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp.

4. Het dossier biedt geen inzicht in de gang van zaken die er toe geleid heeft dat [A] als belanghebbende voor de raadkamerbehandeling zal zijn opgeroepen en aldaar is gehoord. In de aangifte van diefstal van een soortgelijk (in Duitsland geregistreerd) automobiel door [betrokkene 2] wordt als verzekeraar genoemd [belanghebbende]. De omstandigheid dat genoemde [betrokkene 1] de Fahrzeugbrief en de aangifte aan de rechtbank heeft overhandigd heeft de rechtbank kennelijk tot het oordeel gebracht dat [A] rechtmatig ter zitting optrad. Rechtens onjuist en onbegrijpelijk is dat niet. Ook de naam geeft voeding aan de gedachte dat [A] namens verzekeringsmaatschappijen vermiste voorwerpen tracht op te sporen. In het verlengde daarvan ligt: het doen terugkeren van die voorwerpen bij de rechthebbende, mede door op te treden in gerechtelijke procedures.

5. Nu [belanghebbende] niet als belanghebbende (als "ander" in bovenbedoelde betekenis) is opgetreden, komt haar het recht niet toe beroep in cassatie in te stellen.

6. Het zou inbreuk op de goede procesorde betekenen indien (rechts)personen die anderen machtigen om voor hen op te treden in strafprocedures, naderhand dat optreden via een rauwelijks beroep in cassatie zouden kunnen desavoueren, wanneer de uitkomst van de gerechtelijke procedures en de nasleep daarvan hen niet bevallen. Onder de bijlagen in de cassatieschriftuur ontbreekt een brief waarin [A] door [belanghebbende] in gebreke wordt gesteld wegens onbevoegde vertegenwoordiging.

7. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het ingestelde cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG