Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2002:AE1752

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
28-05-2002
Datum publicatie
29-05-2002
Zaaknummer
02501/01 A
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2002:AE1752
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2002, 303
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 02501/01/A

Mr. Fokkens

Zitting 2 april 2002

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is veroordeeld door het Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba. De verdachte heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld c.q. laten instellen, maar voor de dienende dag in cassatie zijn namens hem geen middelen van cassatie voorgesteld. Dit zou betekenen dat hij niet-ontvankelijk is in het door hem ingestelde beroep in cassatie, ware het niet dat de vraag rijst of de aanzegging van de behandeling van het cassatieberoep op de juiste wijze is geschied.

2. Kenmerkend voor deze zaak is dat de verdachte gedetineerd was en is ontvlucht, waardoor uitreiking van de aanzegging van de dag van behandeling van het cassatieberoep niet in persoon kon worden gedaan.

3. Artikel 11 lid 4 van de Cassatieregeling voor de Nederlandse Antillen en Aruba bepaalt dat aanzeggingen en kennisgevingen geschieden op de in de Nederlandse Antillen en Aruba gebruikelijke wijze. De wijze waarop aanzeggingen moeten geschieden is zowel in het Antilliaanse als in het Arubaanse wetboek geregeld in de artikelen 642 tot en met 647. De regelingen zijn identiek. De gevolgen van het niet in acht nemen van de voorschriften voor de uitreiking staan in art. 647 lid 1 luidende:

De betekening is nietig, indien de uitreiking niet heeft plaatsgehad overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 643, 644 en 646 SvNA.

4. In deze zaak kon de aanzegging niet worden uitgereikt aan iemand de verdachte in persoon noch aan iemand die zich bevond in de woon- of verblijfplaats van verdachte omdat daar, blijkens een op de akte gemaakte aantekening van de betreffende deurwaarder voor strafzaken op CuraƧao, niemand werd aangetroffen. Uit de stukken blijkt niet dat vervolgens een afschrift van de aanzegging aan de officier van justitie ter hand is gesteld, zoals art. 643 lid 5 SvNA voorschrijft. Gelet op het bepaalde in art. 647 lid 1 SvNA betekent dit dat de betekening nietig is.

5. Ik concludeer dat de zaak [verdachte] van de rol zal worden gevoerd.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,