Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2002:AD7018

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
29-01-2002
Datum publicatie
30-01-2002
Zaaknummer
03857/00
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2002:AD7018
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 588, geldigheid: 2002-01-29
Wetboek van Strafvordering 588, geldigheid: 2002-01-29
Wetboek van Strafvordering 588, geldigheid: 2002-01-29
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NS 2002, 75
JOL 2002, 59

Conclusie

Nr. 03857/00

Mr Wortel

Zitting: 4 december 2001

Conclusie inzake:

[Verzoeker=verdachte]

1. Verzoeker is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch wegens "medeplegen van bedrieglijke bankbreuk", veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden.

2. Namens verzoeker is tijdig en op een bij wet voorziene wijze cassatieberoep ingesteld. Door of namens verzoeker zijn evenwel geen middelen van cassatie voorgesteld.

3. Ambtshalve wijs ik op het volgende.

4. Verzoeker heeft op 19 september 1996 tegen het in eerste aanleg gewezen vonnis hoger beroep ingesteld. In de daarvan opgemaakte akte is als adres van verzoeker vermeld: [a-straat 1], [...] [woonplaats].

Dat is niet het adres dat is vermeld in de inleidende dagvaarding. Evenmin komt dat adres overeen met het adres dat verzoeker blijkens het 'proces-verbaal van mededeling van een niet onherroepelijk vonnis of arrest' heeft opgegeven aan de hoofdagent van politie die verzoeker het vonnis in eerste aanleg heeft medegedeeld.

5. Blijkens een daarvan opgemaakte akte is op 25 juni 1997 gepoogd de dagvaarding voor de terechtzitting in hoger beroep aan verzoeker uit te reiken op het adres [a-straat 1] te [woonplaats]. Dat is niet gelukt omdat er niemand werd aangetroffen. Er is een bericht van aankomst achtergelaten, en de appèldagvaarding is teruggezonden naar de afzender omdat zij niet binnen de in dat bericht gestelde termijn is afgehaald. Op 28 juli 1997 is de appèldagvaarding uitgereikt aan de griffier van de Rechtbank omdat van verzoeker geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was. Aangehecht zijn diverse opgaven die inhouden dat, voor zover viel na te gaan, verzoeker niet in het persoonsregister van de gemeente [woonplaats] was opgenomen of opgenomen was geweest, en dat verzoeker op 21 december 1993 vanuit Hunsel is afgevoerd 'wegens vertrek onbekend waarheen'.

Op de akte van uitreiking is niet aangetekend dat de griffier de appèldagvaarding per gewone post heeft verzonden naar het adres te [woonplaats]. Het moet er dus voor worden gehouden dat dit niet is gebeurd.

6. Ter terechtzitting in hoger beroep van 30 september 1997 is tegen de aldaar niet verschenen verzoeker verstek verleend.

7. Vooropgesteld dient te worden dat de in de art. 588 tot en met 590 Sv neergelegde regeling met betrekking tot de betekening van gerechtelijke mededelingen in strafzaken, waaronder dagvaardingen en oproepingen, ertoe strekt te verzekeren dat degene voor wie zulke mededelingen zijn bestemd daarvan zoveel mogelijk op de hoogte kunnen komen. Het belang daarvan is uiteraard in het bijzonder groot ten aanzien van de verdachte, voor wie de uitoefening van het aanwezigheidsrecht en overige verdedigingsrechten afhankelijk is van kennisneming van de voor hem bestemde oproepingen.

8. In art. 588, derde lid, aanhef en onder c Sv is het geval voorzien dat, na vergeefse aanbieding van een gerechtelijk stuk op het van de geadresseerde bekende adres en terugzending van dat schrijven naar de autoriteit van wie het is uitgegaan, vastgesteld kan worden dat de geadresseerde op de dag van de vergeefse aanbieding en ten minste vijf dagen nadien als ingezetene was ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens. In dat geval dient het gerechtelijk schrijven door de griffier onverwijld als gewone brief naar dat adres verzonden te worden.

9. Er is niet uitdrukkelijk geregeld wat er dient te geschieden indien een gerechtelijk schrijven noch aan de geadresseerde in persoon, noch (bij aanbieding op een adres waarop de geadresseerde is ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens) aan een huisgenoot, noch (op het postkantoor of het politiebureau alwaar het vergeefs aangeboden gerechtelijk schrijven ter beschikking van de geadresseerde werd gehouden) aan diens schriftelijk gemachtigde, uitgereikt kon worden, en ook voorafgaand aan de uitreiking aan de griffier geen inschrijvingsadres van de geadresseerde bekend is geworden, maar de laatste in verband met de behandeling van de strafzaak wel een feitelijke woon- of verblijfplaats heeft opgegeven.

10. Met het oog op het hiervoor, onder 7, aangeduide belang is in HR 3 juli 2001, griffienr 01528/00, beslist dat in een dergelijk geval analoge toepassing gegeven moet worden aan art. 588, derde lid, aanhef en onder c, Sv.

Na vergeefse aanbieding en uitreiking aan de griffier dient het gerechtelijk schrijven derhalve als gewone brief toegezonden te worden aan het adres dat als feitelijke woon- of verblijfplaats van de geadresseerde in Nederland bekend is.

11. Uit de van het instellen van hoger beroep opgemaakte akte had afgeleid dienen te worden dat verzoeker te kennen heeft gegeven dat hij in verband met de behandeling van dat hoger beroep bereikbaar was op het in die akte vermelde adres.

12. Nu niet blijkt dat de voor verzoeker bestemde dagvaarding in hoger beroep door de griffier aan wie die dagvaarding is uitgereikt als gewone brief is verzonden aan het in de appèlakte vermelde adres [a-straat 1] te [woonplaats], is het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel dat de dagvaarding om ter terechtzitting in hoger beroep te verschijnen op juiste wijze is betekend, zonder nadere motivering, welke ontbreekt, onbegrijpelijk.

13. Ik concludeer dat het bestreden vonnis zal worden vernietigd, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de politierechter is vernietigd, en dat de dagvaarding in hoger beroep nietig zal worden verklaard.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,