Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2001:ZD2843

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
19-06-2001
Datum publicatie
15-11-2001
Zaaknummer
02844/00
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2001:ZD2843
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 359
Wetboek van Strafvordering 359
Wetboek van Strafvordering 359
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2001, 521
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr. 02844/00

Mr Fokkens

Zitting: 8 mei 2001

Conclusie inzake:

[verdachte]

Edelhoogachtbaar College,

1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage wegens het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid hennep veroordeeld tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte voor de duur van 100 uur ter vervanging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en een geldboete van f 2.500,-- subsidiair 35 dagen hechtenis.

2. Tegen deze uitspraak heeft verdachte cassatieberoep doen instellen. Namens verdachte heeft mr Tj.E. van der Spoel, advocaat te Rotterdam, een middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel klaagt erover dat het Hof verdachte ten onrechte niet heeft vrijgesproken van het hem tenlastegelegde.

4. In de toelichting op het middel wordt erop gewezen dat de tenlastelegging als pleegplaats Rotterdam vermeldt, terwijl uit het proces-verbaal van politie blijkt dat het pand aan de [a-straat 1] waarin verdachte, zoals ook door hem is toegegeven, een hennepkwekerij hield, waarin zich in de tenlastegelegde periode 540 (delen van) hennepplanten bevonden, niet is gelegen te Rotterdam maar te Vlaardingen.

5. Het is inderdaad zo dat er een discrepantie bestaat tussen de tenlastegelegde pleegplaats en de uit de stukken blijkende feitelijke pleegplaats. Het pleit niet voor de nauwkeurigheid waarmee raadsman, politierechter en officier van justitie, hof en advocaat-generaal het dossier hebben bestudeerd, dat dit thans in cassatie pas wordt geconstateerd. De vraag is op welke wijze deze fout gevolgen heeft voor de motivering van de bewezenverklaring.

6. Uit het ambtsedig proces-verbaal blijkt dat verdachte een hennepkwekerij had aan de [a-straat 1] te Vlaardingen. Het proces-verbaal van het aantreffen van die hennepkwekerij is door het Hof tot het bewijs gebezigd, maar in het tot het bewijs gebezigde gedeelte staat dat een onderzoek is ingesteld in het pand [a-straat 1], maar niet in welke plaats die [a-straat] was gelegen. Uit het proces-verbaal blijkt overigens onmiskenbaar dat het om de [a-straat] te Vlaardingen gaat. Ik voeg daar nog aan toe dat als feit van algemene bekendheid kan worden vastgesteld dat Rotterdam geen [a-straat] kent , maar Vlaardingen wel. In die omstandigheden kan het aantreffen van een kwekerij in de [a-straat 1] zonder nadere motivering niet redengevend zijn voor het bewezenverklaarde in Rotterdam voorhanden hebben van 540 hennepplanten.

7. Als (enig) bewijsmiddel van de pleegplaats heeft het Hof de door verdachte tegenover de Politierechter afgelegde verklaring gebruikt die, zakelijk weergegeven, inhoudt dat hij in de tenlastegelegde periode te Rotterdam een hennepkwekerij met ongeveer 540 planten had. Ik houd het er op dat de weergave van verdachtes bekennende verklaring in eerste aanleg op een vergissing berust. Vermoedelijk heeft de Politierechter zoals te doen gebruikelijk de verdachte na het voordragen van de tenlastelegging iets heeft gevraagd in de trant van "Klopt dat?" en heeft verdachte - zich al dan niet bewust van de fout in de dagvaarding - daarop bevestigend geantwoord.

8. Het voorgaande betekent dat de bewezenverklaring niet behoorlijk gemotiveerd is. Het middel treft doel.

9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden