Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2001:AD4299

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
30-10-2001
Datum publicatie
31-10-2001
Zaaknummer
01138/01 U
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2001:AD4299
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Uitleveringswet 31, geldigheid: 2001-10-30
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 592
NJ 2002, 110

Conclusie

Nr. 01138/01 U

Mr. Machielse

Zitting: 18 september 2001

(bij vervroeging)

Conclusie inzake:

[De opgeëiste persoon]

1. Bij haar uitspraak van 22 mei 2001 heeft de arrondissementsrechtbank te Haarlem de uitlevering van [betrokkene A] aan de Bondsrepubliek Duitsland toelaatbaar verklaard. Bij haar herstel proces-verbaal van 17 juli 2001 ter verbetering van een kennelijke vergissing in het dictum van haar uitspraak van 22 mei 2001 heeft de rechtbank bepaald dat haar uitspraak, voorzover inhoudende de toelaatbaarverklaring door de rechtbank van de uitlevering van de hiervoor genoemde genoemde persoon aan de Bondsrepubliek Duitsland, verbeterd dient te worden gelezen in dier voege dat de rechtbank de uitlevering van [de opgeëiste persoon] aan de Bondsrepubliek Duitsland toelaatbaar verklaart.

2. Namens de opgeëiste persoon heeft mr. A.M. Ficq-Kengen, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld. Na toezending mijnerzijds van een kopie van het onder 1 genoemde herstel proces-verbaal heeft mr. Ficq-Kengen mij desgevraagd bij haar schrijven van 19 juli 2001 medegedeeld dat middel van cassatie in te willen trekken. Derhalve resteert thans niet meer een te bespreken middel van cassatie.

3. Ambtshalve verdient het volgende opmerking. De rechtbank heeft bij haar onder 1 genoemde herstel proces-verbaal het dictum in haar onder 1 weergegeven uitspraak willen wijzigen. Het komt mij echter voor dat een uitspraak waarin abusievelijk onjuiste informatie staat vermeld niet bij een herstel proces-verbaal gewijzigd kan worden. Nu de rechtbank van oordeel is dat sprake is van een kennelijke vergissing in haar dictum, welk oordeel ik onderschrijf nu uit de resterende inhoud van de bestreden uitspraak volstrekt helder is op wie zij betrekking heeft, kan de Hoge Raad één en ander na partiële vernietiging van de bestreden uitspraak zelf herstellen.(1)

4. Nu ik ambtshalve geen andere gronden tot cassatie heb aangetroffen dan de evengenoemde, concludeer ik tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voorzover daarin de uitlevering van [betrokkene A] aan de Bondsrepubliek Duitsland toelaatbaar is verklaard, met verwerping van het beroep voor het overige, en dat de Hoge Raad, opnieuw rechtdoende, verstaat dat de gevraagde uitlevering van [de opgeëiste persoon] aan de Bondsrepubliek Duitsland toelaatbaar is.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

1 Vgl. HR NJ 2000, 377 (Eerste Kamer); Vgl. voorts HR NJ 1978, 405 en 1978, 35 in uitleveringszaken.