Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2001:AB3288

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
09-10-2001
Datum publicatie
16-10-2001
Zaaknummer
03123/00
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2001:AB3288
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Conclusie

Nr. 03123/00

Mr. Jörg

Zitting 26 juni 2001

Conclusie inzake:

[Verzoeker=verdachte]

Edelhoogachtbaar College,

1. Verzoeker is bij arrest van 18 februari 2000 door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding primair tenlastegelegde en ter zake van subsidiair "medeplegen van doodslag" veroordeeld tot zes jaren gevangenisstraf.

Deze zaak hangt samen met de zaken 03144/00 ([betrokkene A]), 03125/00 ([betrokkene B]) en 03124/00 ([betrokkene E]) waarin ik heden eveneens concludeer.

2. Namens verzoeker hebben mr. G.P. Hamer en mr. A.M. Kengen, advocaten te Amsterdam, vier middelen van cassatie voorgesteld.

3. Het vierde middel klaagt erover dat zich bij de stukken van het geding niet de volledige pleitnota bevindt die ter zitting van 4 februari 2000 aan het hof is overgelegd. Dit zou tot nietigheid van het onderzoek en de uitspraak moeten leiden.

4. Het proces-verbaal ter terechtzitting in hoger beroep van 4 februari 2000 houdt - met betrekking tot de overgelegde pleitnotities - in:

"De raadsman voert vervolgens aan hetgeen is vervat in de door hem ter terechtzitting overgelegde pleitnotities, welke aan dit proces-verbaal zijn gehecht en waarvan de inhoud geacht wordt hier te zijn herhaald en ingelast."

5. Bij de stukken van het geding bevindt zich het proces-verbaal van de zitting van 4 februari 2000, waaraan twee pleitnotities zijn gehecht. De eerste pleitnotitie is - gelet op de doorlopende paginanummering en de redactie van de tekst - compleet. De tweede pleitnotitie - die woordelijk geenszins overeenstemt met de eerste - daarentegen niet. Gelet op de redactie van de laatste zin van de vierde pagina van deze pleitnotitie moet het ervoor worden gehouden dat deze pleitnotitie uit meer pagina's heeft bestaan dan de vier pagina's die wel zijn aangehecht. Navraag bij het hof leverde de informatie op dat de betreffende ontbrekende pagina's aldaar niet meer zijn aangetroffen en dat opvraging daarvan bij de betreffende raadsman evenmin tot een positief resultaat heeft geleid.

6. Nu de kennelijk ontbrekende pagina's van meergenoemde tweede pleitnotitie niet zijn aangehecht, kan niet volledig worden nagegaan welke verweren door de verdediging zijn gevoerd. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het verzuim onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en van de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt (vgl. HR 23 juni 1992, DD 93.014, HR 29 juni 1993, DD 93.490, HR 1 december 1998, NJ 1999, 470 m.nt.'tH).

7. Het vierde middel is dus terecht voorgesteld.

8. Het vorengaande brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en de overige middelen geen bespreking behoeven.

9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden