Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2001:AB1516

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
08-05-2001
Datum publicatie
16-03-2004
Zaaknummer
01550/99 E
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2001:AB1516
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Besluit identificatie en registratie van dieren
Wet op de Sociaal-Economische Raad 66
Wet op de Sociaal-Economische Raad 93
Wet op de Sociaal-Economische Raad 104
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 322
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Mr Jörg

Nr. 01550/99 E

Zitting 12 december 2000

Conclusie inzake:

[verdachte]

Edelhoogachtbaar College,

1. Aan verzoekster is door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch bij arrest van 21 oktober 1999 een geldboete van ƒ250 voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, opgelegd wegens "overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 93 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, begaan door een rechtspersoon". Het gaat om het niet oormerken van runderen.

2. Namens verzoekster heeft mr J.C.B.C. Geerts, advocaat te Rosmalen, één middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel bevat de klacht dat het - krachtens art. 93 van de Wet op de bedrijfsorganisatie gestelde - verbod in art. 4 van de Verordening identificatie en registratie runderen 1991 van het Landbouwschap (verder te noemen de Verordening) onverbindend is, omdat dit verbod ten onrechte niet is gesteld door de bevoegde autoriteit als bedoeld in art. 2 onder d van richtlijn nr. 92/102/EEG van de Raad van Europese Gemeenschappen van 26 november 1992 met betrekking tot de identificatie en registratie van dieren (PbEG L355)(Verder te noemen de Richtlijn).

4. Art. 2 aanhef en onder d van de Richtlijn luidt:

"In deze richtlijn wordt verstaan onder:

a)...

b)...

c)...

d) bevoegde autoriteit: de centrale autoriteit van een Lid-Staat die bevoegd is om de veterinaire controles uit te voeren, of elke autoriteit waaraan zij deze bevoegdheid heeft overgedragen met het oog op de uitvoering van deze richtlijn.

e)...

5. Deze definitiebepaling spreekt dus niet over een regelgevende autoriteit. Van onverbindendheid van de Verordening wegens het niet voldaan zijn aan art. 2 onder d van de Richtlijn is dan ook geen sprake.

6. In de toelichting op het middel wordt voorts nog gesteld dat de regels slechts gegeven hadden mogen worden krachtens door de Minister gevorderd medebewind en dat van een dergelijke overdracht van regelgevende bevoegdheid aan het Landbouwschap geen sprake is geweest.

7. Daar valt over te twisten, hetgeen ik derhalve bij deze ook doe. In art. 93, tweede lid, Wet op de bedrijfsorganisatie wordt de bevoegdheid tot regeling dan wel nadere regelgeving van een aantal onderwerpen, waar onder meer de registratie en identificatie van runderen onder vallen, aan het bedrijfslichaam, in casu het Landbouwschap, overgedragen. Het Landbouwschap heeft van deze bevoegdheid gebruik gemaakt om de Verordening aan te passen aan de Richtlijn. Dat dit strikt genomen niet geschiedde in medebewind doch in "indirect medebewind" doet aan de verbindendheid van het in de Verordening neergelegde verbod niet af. In het in de toelichting weergegeven citaat van de Minister van Sociale Zaken omtrent het onderscheid "medebewind" en "indirect medebewind" wordt dan ook niet gerept van onbevoegde regelgeving.

8. Het middel faalt derhalve.

9. Ambtshalve wil ik nog de aandacht vestigen op het volgende. De kwalificatie dient mijns inziens als volgt te luiden: "Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 93 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, begaan door een rechtspersoon, veertien maal gepleegd". Uw Raad kan de kwalificatie zelf verbeteren. Vernietiging voor wat betreft de strafoplegging kan achterwege blijven, omdat verzoekster bij zodanige vernietiging duidelijk geen belang heeft (vgl. HR 8 juli 1994, DD 94.422).

10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend ten aanzien van de kwalificatie, met vermelding van de verbeterde kwalificatie, en met verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

AG