Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2001:AB0264

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
27-02-2001
Datum publicatie
16-08-2001
Zaaknummer
01978/99 P
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2001:AB0264
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 435, geldigheid: 2001-02-27
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 168
NJ 2001, 323

Conclusie

Mr Fokkens

Nr. 01978/99 P

Zitting 23 januari 2001

Conclusie inzake:

[Verzoeker=de betrokkene]

Edelhoogachtbaar College,

1. De verzoeker is door het Hof te Amsterdam veroordeeld tot betaling aan de Staat van een bedrag van f 18.650 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 maanden hechtenis zoals in het arrest overwogen.

2. De dagaanzegging is niet juist uitgereikt. De akte van uitreiking houdt in dat de aanzegging op 3 augustus 2000 is aangeboden op een adres in [plaats A] waar verzoeker volgens mededeling van degene die zich op dat adres bevond, niet woont of verblijft. Vervolgens is via de gemeente [plaats A] op 23 augustus 2000 een adres op Curaçao bekend geworden. Op dezelfde dag is de aanzegging volgens de akte van uitreiking als gewone brief verzonden naar het aan ommezijde vermelde adres van de geadresseerde in het buitenland omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is. Aangezien "aan ommezijde" alleen het achterhaalde adres in [plaats A] vermeld staat, is niet duidelijk naar welk adres de dagaanzegging is verzonden. Nu op geen enkele andere wijze blijkt dat verzoeker de dagaanzegging heeft ontvangen, kan de slotsom geen andere zijn dan dat onvoldoende vaststaat dat deze aan de verzoeker is uitgereikt. De zaak moet derhalve van de rol worden gevoerd.

3. Daarmee rijst de vraag op welke wijze de aanzegging ex art. 435 Sv in deze zaak dient te worden betekend. De verzoeker in de onderhavige zaak is woonachtig op Curaçao. Zijn adres aldaar is ook bekend. De regeling van betekening zoals die in art. 588 Sv is neergelegd, is niet direct van toepassing op Curaçao: de regeling in art. 588 lid 1 jo. lid 3 Sv ziet op betekeningen in Nederland en niet in de overige landen van het Koninkrijk der Nederlanden, terwijl art. 588 lid 2 niet van toepassing is, omdat Curaçao als deel van het Koninkrijk der Nederlanden geen 'buitenland' is.

4. Pelser besteedt in T&C Sv aandacht aan dit probleem. Zij komt, na te hebben geconstateerd dat art. 588 lid 2 slechts toepassing vindt, indien het gaat om een woon- of verblijfplaats buiten het Koninkrijk der Nederlanden, tot de conclusie dat de regeling van de betekening een hiaat bevat, voor zover het betreft de Nederlandse Antillen en Aruba. Zij stelt voor art. 588 lid 2 Sv naar analogie toe te passen op de NA en Aruba.(1)

5. Met Pelser meen ik dat er ten onrechte geen wettelijke voorziening is getroffen voor betekening van stukken in Curaçao. Vermoedelijk is dit een gevolg van de omstandigheid dat er tot nu toe geen regeling voor interregionale rechtshulp binnen het Koninkrijk tot stand is gekomen.(2) Dat neemt echter niet weg dat er wel aanknopingspunten zijn voor het beantwoorden van de vraag hoe de dagaanzegging aan een verdachte/veroordeelde die op de Nederlandse Antillen woont, kan worden uitgereikt. Art. 36 Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden houdt namelijk in 'Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba verlenen elkander hulp en bijstand.'

6. Deze plicht tot het verlenen van hulp en bijstand is voor de Nederlandse Antillen en Aruba onder andere nader uitgewerkt in art. 35 van de Eenvormige Landsverordening op de Rechterlijke Organisatie van de Nederlandse Antillen en Aruba, luidende:

'1. Het Hof van Justitie, de gerechten in eerste aanleg en het openbaar ministerie zijn onderling verplicht gevolg te geven aan verzoeken om rechtshulp, ook wanneer zij zijn gedaan door rechterlijke colleges of het openbaar ministerie in Nederland. Dezelfde verplichting bestaat over en weer tussen de leden van het openbaar ministerie van de Nederlandse Antillen en van Aruba.

2. Zij voldoen aan soortgelijke verzoeken van vreemde colleges of ambtenaren. Zij zijn bevoegd die ook tot hen te richten.'

7. Nu deze bepaling stamt uit de tijd dat het Parket bij de Hoge Raad nog deel uitmaakte van het openbaar ministerie, vallen ook verzoeken van de Procureur -Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden onder de in lid 1 bedoelde verzoeken om rechtshulp. Dit zou betekenen dat in zaken als de onderhavige de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad de aanzegging door tussenkomst van de Procureur-Generaal bij het Hof van Justitie op Curaçao aan de geadresseerde kan toezenden.

8. Op deze wijze wordt naar analogie gehandeld met het bepaalde in art. 588 lid 2 Sv waarin onder meer is bepaald dat de uitreiking aan de geadresseerde van wie de woon- of verblijfplaats in het buitenland bekend is, geschiedt door toezending van de mededeling door het openbaar ministerie door tussenkomst van de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie.

Ik concludeer dat de zaak [de betrokkene] van de rol zal worden gevoerd en dat de aanzegging zal worden gezonden aan de Procureur-Generaal bij het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba met het verzoek deze aan de verzoeker te betekenen.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

1 T&C Sv, aant. 8b op art. 588, Kluwer, 1999.

2 Zie E.J. Hofstee en T.M. Schalken, Strafrecht binnen het Koninkrijk, Gouda Quint, 1991, onder meer op p. 17-19.