Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2001:AB0198

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
23-02-2001
Datum publicatie
19-03-2004
Zaaknummer
C99/166HR
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2001:AB0198
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 153, geldigheid: 2001-02-23
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2001, 151
JWB 2001/65

Conclusie

Rolnr.: C99/166 mr. Wesseling-van Gent

Zitting: 8 december 2000 Conclusie inzake:

W.B. DE GREVE

tegen

MR E.N. MULLER, (voormalig)

curator

in het faillissement van

W.B. de Greve

Edelhoogachtbaar College,

1. Feiten en procesverloop<(1) Zie mijn conclusie in de parallelle zaak R 99/075

>

1.1 Deze zaak is inhoudelijk gelijk is aan de parallelle

rekestprocedure met het nummer R99/075, waarin heden eveneens

wordt geconcludeerd. De feiten en het procesverloop zijn in

beide zaken dezelfde, met dien verstande dat De Greve in de

onderhavige zaak bij dagvaarding van 29 april 1999 zowel tegen

de homologatiebeschikking als tegen de (herstel)beschikking van

5 maart 1999 beroep in cassatie heeft ingesteld.

De voormalig curator heeft onder overlegging van zijn

verweerschrift in de zaak R99/075 geconcludeerd tot verwerping

van het beroep. De Greve heeft het beroep nog schriftelijk doen

toelichten.

2. Ontvankelijkheid van het beroep

2.1 Namens De Greve is één middel van cassatie voorgesteld,

dat is opgebouwd uit drie onderdelen. De onderdelen 1 en 2

komen op tegen de vaststelling van het salaris van de (voor

malig) curator. Onderdeel 3 bestrijdt de herstelbeschikking van

5 maart 1999.

2.2 De bestreden uitspraken betreffen een beslissing waarbij

de rechtbank op de voet van art. 150-153 een akkoord heeft

<

?

>

gehomologeerd. Art. 71 lid 2 F schrijft voor dat de rechtbank

daarbij tevens het salaris van de curator dient vast te

stellen. Hoewel de artikelen 71 lid 2 F en 159 F spreken van

"het vonnis van homologatie" gaat het daarbij om een

beschikking (art. 153 F), zowel waar het de homologatie van het

akkoord als de vaststelling van het salaris betreft<(2) Polak-Wessels, Het akkoord, 1999, blz. 49-50, onder verwijzing naar de

MvT, te kennen uit Kortmann/Faber, Geschiedenis van de Faillissementswet

2-II (heruitgave Van der Feltz), blz. 187-188; Polak-Polak, blz. 202; zie

ook het citaat uit de MvT (Van der Feltz II, blz. 145) in A.D.W. Soedira,

De inhoud van een akkoord, in: De curator, een octopus, 1996, blz. 221.

>. Ook het

herstel van de foutieve datum heeft - terecht - bij beschikking

plaatsgevonden<(3) Zie hierover A-G Bakels in zijn conclusie voor HR 15 mei 1998, NJ 1999,

672 en de noot van H.J. Snijders bij dat arrest.

>. Dit betekent dat het onderhavige cassatieberoep

ten onrechte bij dagvaarding is ingesteld.

2.3 De conclusie op grond van het voorgaande is dan ook dat De

Greve niet-ontvankelijk is in zijn beroep. Het middel behoeft

daarmee verder geen bespreking.

3. Conclusie

Deze strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van De Greve in

zijn beroep in cassatie.

De Procureur-Generaal

bij de

Hoge Raad der

Nederlanden,

A-G