Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:2000:AA7402

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
10-10-2000
Datum publicatie
16-08-2001
Zaaknummer
00290/00
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2000:AA7402
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 300
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOL 2000, 489
NJ 2000, 656
Verrijkte uitspraak

Conclusie

Nr.00290/00

Mr Fokkens

Zitting 13 juni 2000

Conclusie inzake: [Verdachte]

Edelhoogachtbaar College,

1. Het Gerechtshof te ’s-Gravenhage heeft verdachte vrijgesproken van de hem

tenlastegelegde feiten onder 1, 2, 3, 4 en 5, te weten mishandeling van zijn

echtgenote (feit 1) en mishandeling van zijn kinderen (2 t/m 5) meermalen

gepleegd.

2. Tegen dit arrest heeft de procureur-generaal beroep in cassatie ingesteld Het

beroep is namens verdachte tegengesproken in een door een onbekende persoon

- mogelijk mr M.W. Stoet - ingediende schriftuur, waarvan Uw Raad geen kennis

kan nemen nu niet blijkt dat de indiener tot het indienen daarvan door verdachte

gemachtigd was.

3. De tijdig ingediende schriftuur bevat één middel van cassatie, dat betrekking

heeft op de vrijspraak van het onder 2 t/m 5 tenlastegelegde. Nu het

cassatieberoep onbeperkt is ingesteld, is het in ieder geval niet-ontvankelijk voor

zover het tegen de beslissing ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde is

gericht. Ten aanzien van de overige feiten rijst de vraag of er sprake is van een

onzuivere vrijspraak.

4. Het middel behelst de klacht dat de omstandigheid dat er volgens het hof (kort

gezegd) slechts sprake was van een correctionele tik, het hof ten onrechte tot een

vrijspraak heeft doen beslissen.

5. In de onderhavige zaak is aan verdachte onder 2 t/m 5 telkens tenlastegelegd

dat hij één van zijn kinderen opzettelijk de arm op de rug heeft gedraaid en /of

tegen de rug, de billen en de benen heeft geslagen en/of tegen de benen heeft

geschopt en/of de keel heeft dichtgeknepen.

6. Het hof heeft onder het kopje “vrijspraak” in het arrest het volgende overwogen:

“Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan

de verdachte onder 1(…) 2,3,4 en 5 is tenlastegelegd. De verdachte moet hiervan

worden vrijgesproken.Met betrekking tot het onder 2 tot met 5 tenlastegelegde

overweegt het hof met name dat, hoewel aannemelijk is geworden dat verdachte

op bepaalde momenten hardhandig is opgetreden tegenover de in die onderdelen

van de tenlastelegging genoemde partijen, niet bewezen is dat hij daarbij de

grenzen van het ouderlijk tuchtrecht heeft overschreden en zijn optreden strafbare

feiten als tenlastegelegd heeft opgeleverd.”

7. In HR DD 97.004 stond de vraag centraal hoe een beroep op het ouderlijk

tuchtrecht straf(proces)rechtelijk moet worden geduid. In die zaak was, evenals

onder meer in de onderhavige, het opzettelijk tegen het gezicht slaan door een

ouder tenlastegelegd en werd een beroep gedaan op het ouderlijk tuchtrecht. In de

rijk gedocumenteerde conclusie van de A-G Van Dorst valt te lezen dat in oudere

rechtspraak het beroep op het recht van kastijding werd beschouwd als een

bewijsverweer, te weten een ontkenning van het opzet dat tot mishandeling vereist

is. Die opvatting is volgens hem verlaten. Thans moet een beroep op het ouderlijk

tuchtrecht worden beschouwd als een kwalificatieverweer: het bewezenverklaarde

opzettelijk slaan etc. levert, indien het binnen de grenzen van het ouderlijk

tuchtrecht valt, geen mishandeling op. Aldus oordeeIde ook Uw Raad in die zaak.

8. Het hof heeft een opvoedkundig karakter aan de handelingen van verdachte

toegekend en heeft om die reden, zo leid ik af uit de motivering, kennelijk

geoordeeld dat ook voor de gevallen waarin het opzettelijk slaan en/of schoppen

etc. van het betreffende kind op zich wel vaststond, van het tenlastegelegde

vrijgesproken. Daarmee is het hof, zoals ook in het middel wordt betoogd,

uitgegaan van een verkeerde rechtsopvatting.

9. Ik heb mijzelf nog wel afgevraagd of niet verdedigbaar is dat het hof de

tenlastelegging aldus heeft gelezen dat daarin tot uitdrukking is gebracht dat

verdachte de hem verweten gedragingen, slaan en/of schoppen en/of (..), op een

zodanige gewelddadige wijze heeft verricht dat dit niet meer binnen het ouderlijk

tuchtrecht valt en dat de vrijspraak niet meer inhoudt dan dat een zodanig

gewelddadig handelen niet bewezen is. Uiteindelijk meen ik dat die uitleg van ’s

hofs overweging niet voor de hand ligt. Of bijv. het geven van een klap binnen het

ouderlijk tuchtrecht valt, is immers niet alleen afhankelijk van de wijze waarop is

geslagen, maar ook van de omstandigheden waaronder de klap is uitgedeeld.

10 Derhalve heeft het hof een te ruime uitleg aan het tenlastegelegde “opzettelijk

tegen de rug, de billen etc. slaan en/of ..” gegeven. Dat maakt dat de vrijspraak

niet onder de bescherming van artikel 430 Sv valt en dat de procureur-generaal

kan worden ontvangen in zijn cassatieberoep (HR NJ 1961, 417, vaste

rechtspraak).

11. De bestreden uitspraak is om bovengenoemde redenen onjuist en kan niet in

stand blijven. Ik concludeer dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal

vernietigen en de zaak zal verwijzen naar een aangrenzend gerechtshof teneinde

op het bestaande hoger beroep te worden berecht en afgedaan.

Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,