Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:PHR:1933:1

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum conclusie
23-01-1933
Datum publicatie
05-12-2019
Zaaknummer
1281
Formele relaties
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:1933:361
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Conclusie

N° 1281

De Procureur-Generaal;

Gezien de op 20 December j.l. door de Arrondissements-Rechtbank te Groningen gegeven beschikking, houdende bekrachtiging van die van den Rechter-Commissaris in het faillissement van Guillaume Nivard, koopman aldaar, waarbij is afgewezen het verzoek van den curator in dat faillissement hem machtiging te willen verleenen in rechte op te treden tegen: 1°. de Naamlooze Vennootschap Amsterdamsche Maatschappij van Levensverzekering, gevestigd te Amsterdam, 2°. G.J. Nivard, koopman te Groningen;

Gelet op de tegen eerstgemelde beschikking aangevoerde drie middelen van cassatie;

Overwegende, dat het eerste daarvan ongegrond is;

Overwegende toch, dat artikel 65 der Faillissementswet alleen geldt bij de behandeling van rechtstreeks tot eenige Rechtbank gerichte verzoeken en niet bij die in hooger beroep van beschikkingen van den rechter-commissaris, omdat deze immers alsdan reeds schriftelijk van zijn gevoelen heeft doen blijken;

Overwegende, dat ook het tweede dient te worden afgewezen, daar bij het hooren van getuigen door een rechter-commissaris in een faillissement krachtens artikel 66 der Faillissementswet geen sprake is van een geding, of twistgeding, waarvoor o. a. artikel 1947 van het Burgerlijk Wetboek uitsluitend is geschreven;

Overwegende dat ten slotte het derde al evenmin tot cassatie leiden kan, wijl alleen de feitelijke rechter bevoegd is uit de door hem vastgestelde feiten en omstandigheden ter eigener verantwoording eenige conclusie te trekken, weshalve die der Rechtbank luidende, dat het haar zeer twijfelachtig is voorgekomen, of het voeren van eene procedure, als waartoe in dezen machtiging was verzocht, tot een gunstigen uitslag voor den boedel zou leiden, zoodat zij het verleenen van machtiging daartoe niet verantwoord acht en derhalve de beschikking, waarvan beroep, dient te worden bekrachtigd, in cassatie onaantastbaar is;

Concludeert tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal voornoemd,