Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBNAA:2009:13

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
22-06-2009
Datum publicatie
15-10-2019
Zaaknummer
2007/0324, 2007/0325 en 2007/0326
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Omzetcorrecties, grove schuld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 22 juni 2009, nrs. 2007/0324, 2007/0325 en 2007/0326

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Aruba,

inzake: [belanghebbende],

tegen

[de Inspecteur].

1.Het procesverloop

1.1

Aan belanghebbende zijn over de jaren 2000 tot en met 2004, op 6 november 2006

naheffingsaanslagen in de loonbelasting en premies AOV/AWW met boetes en over de jaren 2001 tot en met 2004 naheffingsaanslagen in de premie AZV met boetes opgelegd.

1.2

Belanghebbende is op 5 januari 2007 in bezwaar gekomen tegen de aanslagen. Bij uitspraken van 31 augustus 2007 heeft de Inspecteur de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard en de aanslagen gehandhaafd. Op 3 september 2007 zijn de bezwaren alsnog ontvankelijk verklaard.

1.3

Belanghebbende is op 31 oktober 2007 tegen deze uitspraken in beroep gekomen.

1.4

Ter zitting van 6 november te Oranjestad zijn verschenen [A] als gemachtigde

en [B] als inspecteur.

1.5

Gemachtigde heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en overgelegd.

2 De tussen partijen vaststaande feiten

Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door een van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.

2.1

Belanghebbende exploiteert een beveiligingsbedrijf. De activiteiten omvatten onder andere alle diensten betreffende beveiliging en bewaking, waaronder de beveiliging en bewaking van geld- en goederentransporten, en het doen van recherchewerk en het schaduwen van personen.

2.2

In de onderhavige jaren waren bij belanghebbende 133 werknemers in dienst.

2.3

Tot de gedingstukken behoort een rapport van een boekenonderzoek gedateerd 19 juni 2006. Het onderzoek had betrekking op de aanvaardbaarheid van de aangiftes loonbelasting, premie AOV/AWW en premie AZV over de onderhavige jaren. De controle heeft zich beperkt tot de elementen privégebruik auto, privégebruik telefoon, gratis maaltijden en losse hulpen. Verder is een controle uitgevoerd op de aansluitingen tussen de verzamelloonstaten en de afdrachten.

2.4

Op basis van het boekenonderzoek hebben de volgende correcties plaatsgevonden.

2.4.1

Met betrekking tot het jaar 2001 zijn verschillen geconstateerd tussen de verzamelloonstaat en de afdrachten. Deze verschillen bedragen Afl 429 voor de loonbelasting en Afl 139 voor de premie AZV. Deze verschillen zijn nageheven. Tegelijkertijd is een boete opgelegd van 25% van de nageheven belasting.

2.4.2

Ter zake van twee werknemers die op de verzamelloonstaten voorkomen is over de jaren 2000 tot en met 2002 loonbelasting nageheven. Tegelijkertijd is een boete opgelegd van 25% van de nageheven belasting.

2.4.3

Een aantal werknemers wordt door een surveillanceauto van de zaak thuis opgehaald en weer naar huis gebracht. De Inspecteur heeft hiervoor als besparing in verband met woon-werkverkeer in aanmerking genomen een bedrag van Afl 3,50 per werkdag. Daarbij is aannemelijk geacht dat 40 werknemers gedurende 273 werkdagen een besparing hadden, zodat de totale besparing is gesteld op Alf 38.200 per jaar. Dit bedrag is nageheven. Tegelijkertijd is een boete opgelegd van 25% van de nageheven belasting.

2.4.4

Met betrekking tot een viertal werknemers heeft een correctie plaatsgevonden in verband met privégebruik van een door belanghebbende ter beschikking gestelde mobiele telefoon. Met betrekking tot een van deze werknemers heeft ook een correctie plaatsgevonden ter zake van de vergoeding van zijn privételefoonrekening. Op basis van de Fringe Benefit regeling heeft een bijtelling plaatsgevonden van Afl 480 per telefoon per jaar. Ter zake van deze bijtelling is een boete opgelegd van 50%.

2.4.5

Belanghebbende verstrekt in voorkomende gevallen overwerkmaaltijden aan haar werknemers. Ter zake van die verstrekking, die door de Inspecteur als besparing in aanmerking is genomen, is een bedrag van Afl 3,20 (2000 tot en met 2003) respectievelijk Afl 5 (2004) per maaltijd als loon aangemerkt volgens de Fringe Benefit regeling 1982 respectievelijk 2004. Ter zake hiervan is een boete opgelegd van 25%.

3 Geschil

Tussen partijen is in geschil of de hiervoor genoemde correcties terecht en tot juiste bedragen zijn opgelegd. Belanghebbende betwist daarnaast de rechtmatigheid van de opgelegde boetes.

4 De standpunten van partijen

4.1.1 Belanghebbende is van mening dat de hiervoor in 2.4.1 genoemde boete moet komen te vervallen nu de verschillen absoluut en relatief lage bedragen betreffen, zodat van grove schuld aan de zijde van belanghebbende geen sprake is. Belanghebbende betwist de correctie zelf niet.

4.1.2 Belanghebbende betoogt dat ook de hiervoor in 2.4.2 genoemde boete moet worden verminderd naar nihil. Van grove schuld is geen sprake omdat de inhouding van loonbelasting achterwege is gebleven als gevolg van een niet aan belanghebbende te verwijten computercrash. Ten aanzien van de correctie over 2002 betoogt belanghebbende dat terecht geen loonbelasting is ingehouden. Belanghebbende legt daarvoor een loonbelastingkaart over.

4.1.3 Ten aanzien van de correcties genoemd in 2.4.3 hiervoor betoogt belanghebbende dat de bijtelling per werknemer per jaar ruim binnen de toegestane belastingvrije autokostenvergoeding van Afl 2400 per jaar blijft. Belanghebbende betoogt tevens dat de besparing lager is dan Afl 3,50 per dag. Die besparing is berekend op basis van de prijs van het openbaar vervoer. De werknemers van belanghebbende zullen indien zij geen lift krijgen van een collega, mede gelet op het lage salaris, geen gebruik maken van de bus, maar veelal te voet, liftend of op de fiets naar hun werk gaan. Belanghebbende stelt tevens dat het aantal werkdagen moet worden gesteld op 260 in plaats van 273 en dat de Inspecteur onvoldoende aannemelijk maakt dat en welke werknemers een besparing hebben. Met betrekking tot de boete stelt belanghebbende dat zij een pleitbaar standpunt heeft.

4.1.4 Ten aanzien van de correctie genoemd in 2.4.4 hiervoor betoogt belanghebbende dat zij geen mobiele telefoons ter beschikking heeft gesteld aan haar werknemers. De vergoeding voor de privételefoon betreft een vergoeding voor het zakelijke gebruik daarvan. De boete moet op grond hiervan komen te vervallen.

4.1.5 Ten aanzien van de correctie genoemd in 2.4.5 hiervoor betoogt belanghebbende uitsluitend ten aanzien van het jaar 2004, dat het bedrag van Afl 5 per maaltijd dat als besparing in aanmerking is genomen, gelet op het salaris van de werknemers te hoog is. Ten aanzien van alle jaren is niet duidelijk gemaakt aan hoeveel en welke werknemers een maaltijd zou zijn verstrekt, zodat de correctie niet geïndividualiseerd kan worden. De boete moet worden verminderd nu van grove schuld aan de zijde van belanghebbende geen sprake is.

5 Beoordeling van het geschil

5.1.1 De tijdens het boekenonderzoek geconstateerde afdrachtverschillen zijn in absolute en relatieve zin klein. Belanghebbende had ze echter zelf eenvoudig kunnen constateren en op een suppletieaangifte alsnog kunnen afdragen. Zij heeft dat nagelaten. Aldus treft belanghebbende grove schuld op het niet afdragen van ingehouden loonbelasting. De door de Inspecteur opgelegde boete van 25% van de nageheven belasting is daarvoor passend en geboden.

5.1.2 Ten aanzien van een van de twee werknemers die in de naheffing is betrokken is geen loonbelasting ingehouden. Ten aanzien van de andere werknemer stelt belanghebbende dat het zuiver loon zo laag was dat inhouding niet hoefde plaats te vinden. Dat laatste wordt door de Inspecteur gemotiveerd bestreden, het brutoloon volgens de verzamelloonstaat bedraagt Afl 20.839 en inhouding van loonbelasting heeft niet plaatsgevonden. De Raad acht het gestelde door de Inspecteur, dat in de pleitnota niet wordt weersproken, aannemelijk.

Belanghebbende stelt in dat verband voorts dat het verzuim om in te houden op het uitbetaalde loon is toe te schrijven aan computercrashes in 2000 en 2001.

Nu de Inspecteur deze gestelde gebeurtenissen gemotiveerd bestrijdt en belanghebbende ze niet aannemelijk maakt, gaat de Raad daaraan voorbij. Naheffing en boeteoplegging hebben terecht plaatsgevonden tot de door de Inspecteur gehanteerde bedragen en boetepercentages.

5.1.3 Bij het ophalen van werknemers thuis door een surveillanceauto van de zaak is het van belang of hier sprake is van woon-werkverkeer. Woon-werkverkeer is het reizen tussen de woning of verblijfplaats en de plaats of plaatsen van werkzaamheden. Vaststaat dat werknemers van belanghebbende thuis worden opgehaald met een surveillanceauto. Belanghebbende stelt dat daarmede hun werk een aanvang heeft genomen, zodat van woon-werkverkeer in de hiervoor aangegeven zin geen sprake is.

De Raad merkt in dit verband als werkzaamheden van de werknemers van belanghebbende aan het surveilleren en beveiligen van objecten waarvoor belanghebbende opdracht heeft gekregen. Om die werkzaamheden te verrichten zullen de werknemers zich naar die objecten moeten begeven. De reis van huis of verblijfplaats naar het eerste object tijdens de surveillance is dan woon-werk-verkeer, zomede de retourreis vanaf het laatste object. Indien deze reizen geschieden in de surveillanceauto van de werkgever vindt in zoverre vervoer vanwege de werkgever plaats. Dat levert een niet in geld verkregen loonbestanddeel op dat moet worden gewaardeerd op de voor de betreffende werknemer optredende besparing, zulks te beoordelen naar de persoonlijke omstandigheden waarin die werknemer verkeert. Het lag op de weg van belanghebbende om per werknemer het aldus verkregen loon in natura in aanmerking te nemen. Nu dat niet is gebeurd, heeft de Inspecteur juist en redelijk gehandeld door bij werknemers die aan autosurveillance deelnemen, als loonbestanddeel aan te merken de prijs van het goedkoopste retourbiljet met het openbaar vervoer. Daarbij heeft de Inspecteur terecht het aantal feitelijk gewerkte dagen gehanteerd ter berekening van de correctie. Dat de per werknemer in aanmerking genomen bijtelling valt binnen het als belastingvrije autokostenvergoeding toegestane bedrag van Afl 2400, doet aan het vorenoverwogene niet af, nu immers geen sprake is van zodanige vergoeding.

Ter zitting heeft de Inspecteur de bij de correctie toegepaste verhoging van 25% laten vervallen, hetgeen naar het oordeel van de Raad terecht is.

5.1.4 De Inspecteur heeft gemotiveerd gesteld dat de heer [C], werknemer van belanghebbende, te kennen heeft gegeven dat hem een mobiele telefoon ter beschikking werd gesteld en tevens dat van een viertal andere werknemers de mobiele telefoonrekening werd betaald. De Raad acht een en ander aannemelijk. De betreffende correctie is dan ook terecht en tot het juiste bedrag aangebracht. De bij deze correctie opgelegde boete is met 50% niet naar een te hoog percentage opgelegd, nu de Inspecteur niet weersproken heeft gesteld dat bij een vorig boekenonderzoek soortgelijke correcties werden aangebracht, zodat sprake is van (voorwaardelijk) opzet.

5.1.5 Vast staat tussen partijen dat belanghebbende aan haar werknemers een gratis maaltijd verschafte bij overwerk. Het verstrekken van maaltijden aan werknemers brengt in de regel mee dat ten bedrage van de door de werknemer behaalde besparing op zijn privé uitgaven loon in aanmerking wordt genomen. Deze regel lijdt uitzondering indien de maaltijd wordt verschaft in het kader van incidenteel overwerk.

Gegeven het personeelsbestand van belanghebbende - 133 werknemers - en het door de controlerend ambtenaar over 2004 in aanmerking genomen aantal maaltijden - afgerond 1469 - acht de Raad aannemelijk dat sprake is van verstrekking van maaltijden in het kader van incidenteel overwerk.

Uit het vorenoverwogene volgt dat de correctie dient te vervallen.

6 Beslissing

De Raad vernietigt de beschikkingen Waarvan beroep en vermindert de aanslagen telkens met de correctie wegens verstrekte overwerkmaaltijden en de daarop betrekking hebbende boete, alsmede met de boete van 25% op de correctie wegens de besparing op het woon-werkverkeer.

AIdus gedaan in raadkamer door mrs. J.th. Drop, Th. Groeneveld en G.J. van Muijen in tegenwoordigheid van secretaris S.J. Rasmijn en uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2009.