Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBNAA:2008:5

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
21-02-2008
Datum publicatie
14-10-2019
Zaaknummer
2006/0585
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vaststelling douanewaarde geïmporteerde auto als in nieuwe staat of in gebruikte staat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 21 februari 2008, nr. 2006/0585

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BET ASIINGZAKEN
zitting houdende op Aruba,

inzake: [belanghebbende],

tegen

[de Inspecteur].

1 Het procesverloop

1.1

Op 29 augustus 2006 heeft de Inspecteur in afwijking van de door belanghebbende aangegeven waarde de douanewaarde vastgesteld. Belanghebbende heeft bij brief van 6 september 2006, die de Inspecteur als bezwaarschrift heeft aangemerkt, verzocht om een nieuwe vaststelling van de waarde. De Inspecteur heeft het bezwaar, bij uitspraak gedagtekend 12 oktober 2006, afgewezen.

1.2

Op 10 november 2006 heeft belanghebbende tegen de uitspraak van de Inspecteur beroep ingesteld.

1.3

De Inspecteur heeft op 3 oktober 2007 een vertoogschrift ingediend.

1.4

Ter zitting van 2 november 2007 te Oranjestad zijn verschenen, namens belanghebbende, [A] en, namens de Inspecteur, [B].

2 Tussen partijen vaststaande feiten

2.1

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting zijn, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de ander niet of niet voldoende weersproken, de volgende feiten vast komen te staan.

2.2

Op 1 februari 2006 heeft belanghebbende bij N.V. 1, een autodealer op Aruba,

een auto in het kader van het zogenaamde 'European Delivery' programma van de fabrikant, besteld en aanbetaald.

2.3

Het 'European Delivery' programma houdt kort gezegd in, dat de auto bij de fabrikant in München `belasting-vrij', dat wil zeggen vrij van omzetbelasting, kan worden opgehaald en dat daarmee enige tijd in Europa kan worden rond gereden.

2.4

Na betaling van de volledige koopprijs ad Afl. 88.450 (inclusief verzekering, vrachtkosten en overige kosten) kon de auto aan belanghebbende worden geleverd.

2.5

Op 8 mei 2006 is de auto in München opgehaald. Op 31 mei 2006 is de auto in Hamburg voor vervoer naar Aruba bezorgd. Op dat moment stond de kilometerteller van de auto op 5.813 km. Door verkeerde lossing van de container is de auto, die op 8 juli 2006 op Aruba werd verwacht, pas eind augustus 2006 in Aruba aangekomen. Op 25 augustus 2006 is aangifte tot invoer gedaan, waarbij, na overleg met een ervaren garagehouder door belanghebbende een waardereductie van 25% in aanmerking is genomen en derhalve een invoerwaarde is aangegeven van Afl. 66.337,50.

2.6

Op 29 augustus 2006 is de waarde van de auto door de Inspecteur vastgesteld op de hogere nieuw-waarde. Op 30 augustus 2006 zijn de invoerrechten betaald.

2.7

Op 6 september 2006 is een verzoek gedaan om de waarde op een lager bedrag vast te stellen (zie onder 1.1). Het verzoek is door de Inspecteur afgewezen.

3 Geschil en standpunten van partijen

3.1

Het geschil betreft de vraag op welke waarde — de zogenoemde `normale prijs' — de auto dient te worden gesteld voor de bepaling van de verschuldigde invoerrechten: de volgens de overeenkomst bedongen en betaalde prijs (Afl. 88.450) of de door belanghebbende aangegeven invoerwaarde (Afl. 66.337,50).

3.2

Belanghebbende is van oordeel dat op grond van artikel 59 van de Landsverordening In-, Uit- en Doorvoer, hierna: de verordening, de waarde niet op de waarde `nieuw' kan worden vastgesteld. De auto was immers op het moment van invoer een gebruikte auto.

3.3

Belanghebbende geeft de Raad in overweging om:

- primair: de waarde van de auto ten tijde van de invoer te verlagen tot de door belanghebbende bij de invoer aangegeven waarde;

- subsidiair: de waarde van de auto ten tijde van de invoer te verlagen tot de waarde welke de Raad in goede justitie geraden voorkomt.

3.4

De Inspecteur stelt zich op het standpunt dat de douaneambtenaar belast met de controle, aan de hand van de overlegde factuur terecht heeft geoordeeld dat de door belanghebbende betaalde koopprijs voor de auto een prijs is die uit een onder vrije mededinging tussen twee van elkaar onafhankelijke partijen tot stand gekomen overeenkomst van koop en verkoop is voortgekomen.

3.5

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, alsmede op hetgeen zij ter zitting hebben bijgebracht.

4 Beoordeling van het geschil

4.1

De Raad oordeelt als volgt. Blijkens artikel 59, eerste lid, van de verordening dient onder waarde te worden verstaan: 'de normale prijs, dat wil zeggen de prijs die geacht wordt op de dag van aangifte voor levering ter plaatse van invoer (...) te kunnen worden bedongen ingevolge een onder vrije mededinging tussen twee van elkaar onafhankelijke partijen tot stand gekomen overeenkomst van koop en verkoop.'

De Raad van oordeel dat op de dag van de aangifte niet een auto in nieuwe staat is ingevoerd, maar een reeds gebruikte auto.

4.3

Ter bepaling van de prijs van een gebruikte auto is belanghebbende te rade gegaan bij een ervaren garagehouder. Na overleg met de garagehouder heeft belanghebbende een waardevermindering van 25% gehanteerd en een invoerwaarde van Afl. 66.337,50 aangegeven. Nu de Inspecteur tegenover deze door belanghebbende onderbouwde waarde alleen heeft aangevoerd dat de waarde van de auto moet worden vastgesteld op de betaalde koopprijs, hetgeen de Raad onvoldoende acht om de door belanghebbende opgevoerde waardereductie te betwisten, staat de door belanghebbende aangegeven waarde vast. Het beroep is gegrond.

5 Beslissing

De Raad:

- verklaart het beroep gegrond,

- vernietigt de uitspraak op bezwaar, en

- stelt de douanewaarde van de auto vast op Afl. 66.337,50.

Aldus gedaan door mrs. J.Th. Drop, Th. Groeneveld en J.A.C.A. Overgaauw in tegenwoordigheid van de secretaris S. Rasmijn.