Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBNAA:2006:BQ9200

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
13-04-2006
Datum publicatie
24-06-2011
Zaaknummer
2004-0010
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Omzetbelasting / 2000 / Curaçao

Behoren ontvangen bedragen tot de belaste omzet, dan wel is er sprake van kosten voor gemene rekening. Het ontbreken van een tweede feitelijke instantie is vooralsnog geen reden om terug te komen op in het verleden reeds meerdere malen genomen beslissingen omtrent de boete.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP van 13 april 2006, nr. 2004-0010

1. Het procesverloop:

Aan belanghebbende is, gedagtekend 10 april 2003, een naheffingsaanslag in de omzetbelasting voor het jaar 2000 opgelegd met een boete. Belanghebbende heeft op 26 mei 2003 een bezwaarschrift tegen deze aanslag ingediend. Op 20 november 2003 heeft de Inspecteur uitspraak gedaan op het bezwaarschrift. Het beroepschrift tegen de uitspraak op bezwaar is ingediend op 16 januari 2004. De Inspecteur heeft, gedagtekend 2 februari 2006, een vertoogschrift ingediend.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad op 27 maart 2006. Aldaar zijn verschenen de gemachtigde van belanghebbende en de Inspecteur.

2. Tussen partijen vaststaande feiten:

2.1 Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting zijn, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door één van hen gesteld en door de ander niet of niet voldoende weersproken, de volgende feiten vast komen te staan.

2.2 Belanghebbende heeft onder meer een hockeyveld aangelegd. Dit hockeyveld wordt tegen betaling gebruikt door lokale verenigingen.

2.3 De door de Inspecteur overgelegde winst- en verliesrekening over 2000 van belanghebbende laat als enige bate een huuropbrengst zien van Naf. a en als kosten afschrijvingen Naf. b, electra en onderhoud Naf. c en interestlasten Naf. d; het verlies over het boekjaar komt zodoende uit op Naf. e.

3. Geschil:

In geschil is het antwoord op de vraag of de betreffende ontvangen bedragen door de Inspecteur terecht tot de belaste omzet van belanghebbende zijn gerekend, dan wel dat er sprake is van kosten voor gemene rekening in welk geval de naheffingsaanslagen dienen te worden vernietigd. Belanghebbende betwist tevens de opgelegde boete.

4. De overwegingen:

4.1 Nu belanghebbende haar omzet als onbelast wil zien aangemerkt rust op haar de bewijslast feiten aannemelijk te maken op grond waarvan zij met recht een vrijstelling van de heffing van omzetbelasting bepleit.

4.2 Belanghebbende stelt dat er sprake is van kosten voor gemene rekening maar blijft in gebreke om dit aan de hand van schriftelijke vastleggingen of overeenkomsten of anderszins te adstrueren; onduidelijk is of en op welke wijze er sprake is van kosten die over alle gebruikers in gelijke mate via een vooraf vastgelegde verdeelsleutel worden omgeslagen. Evenmin slaagt belanghebbende erin om aannemelijk te maken dat alle gebruikers naar evenredigheid, via genoemde verdeelsleutel het risico van de exploitatiekosten dragen.

4.3 De door de Inspecteur overgelegde winst- en verliesrekening geeft evenmin op enige wijze onderbouwing aan het standpunt van belanghebbende; de Raad kan op geen enkele uit deze cijfers opmaken dat er sprake is van kosten voor gemene rekening, noch is er enig verband te leggen tussen de ontvangen huurbedragen en de als kosten geboekte uitgaven.

4.4 Het gelijk in het geschil rond de vraag of er sprake is van kosten voor gemene rekening is aan de zijde van de Inspecteur; naar het oordeel van de Raad is het aan de grove schuld van belanghebbende te wijten dat er te weinig omzetbelasting is afgedragen en heeft de Inspecteur terecht de in het geding zijnde vergrijpboete opgelegd.

4.6 Belanghebbende bepleit nog het vervallen verklaren van de boete in verband met het ontbreken van een tweede feitelijke instantie. De Raad ziet in dit, gelet op artikel 14 IVBPR, gebrek in de rechtsgang, vooralsnog geen reden om terug te komen op haar in het verleden reeds meerdere malen genomen beslissingen en handhaaft de boete.

5. Beslissing:

De Raad verklaart het beroep ongegrond.

mrs. J.Th. Drop, C.W.M..van Ballegooijen en G.J. van Muijen