Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBNAA:2005:BT2930

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
25-04-2005
Datum publicatie
28-09-2011
Zaaknummer
2004-0318
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Invoerrechten en Accijnzen / 2003 / Curacao

Boete wegens onjuiste aangifte bij invoer 300%.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP van 25 april 2005, nr. 2004-0318

1. Procesverloop

1.1. Aan belanghebbende is op 8 oktober 2003 een beschikking navordering invoerrechten en omzetbelasting alsmede een boete van in totaal Naf 25.392,64 opgelegd.

Belanghebbende heeft op 17 oktober 2003 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.

Gedagtekend 1 maart 2004 heeft de Inspecteur uitspraak gedaan waarbij het bezwaar is afgewezen.

1.2. Op 13 april 2004 is bij de Raad het beroepschrift van belanghebbende binnengekomen, dit beroepschrift is derhalve tijdig ingediend.

De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend, binnengekomen bij de Raad op 31 januari 2005.

1.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden ter zitting van de Raad van 11 april 2005. Beide partijen zijn verschenen; belanghebbende heeft een pleitnota voorgedragen, welke pleitnota tot de stukken van het geding wordt gerekend.

2. Feiten

2.1. Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting zijn, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door één van hen gesteld en door de ander niet of niet voldoende weersproken, de volgende feiten vast komen te staan.

2.2. Op 20 ferbuari 2003 is door belanghebbende bij Brickel Motors te Miami, Florida een auto Hummer H 2 Marron (hierna: de auto) aangeschaft. De koopsom bedroeg US $ 55.000,-.

2.3. Bij invoer van de auto is aan de douaneautoriteiten een factuur overhandigd waarop een koopsom van $ 44.100,- werd vermeld.

2.4. Na onderzoek door de douaneautoriteiten heeft Brickel Motors een factuur met de juiste koopsom doen toekomen aan de douane.

Belanghebbende heeft verklaard dat hij een aangifte met een te lage aankoopprijs heeft laten indienen om minder belasting bij invoer te betalen.

2.5. Vervolgens heeft de Inspecteur de ontdoken invoerrechten en omzetbelasting nagevorderd. Op grond van het bepaalde in artikel 122, vierde lid van de Algemene Verordening I.U.& D. 1908 heeft de Inspecteur een boete opgelegd van driemaal de ontdoken rechten.

3. Geschil

Tussen partijen is uitsluitend in geschil de opgelegde boete.

4. De overwegingen

4.1. Vaststaat dat belanghebbende zich opzettelijk van een valselijk opgemaakte factuur heeft bediend teneinde minder belasting bij invoer te betalen.

4.2. Op grond van de onder 2.5 genoemde bepaling is de Inspecteur gerechtigd om een boete van maximaal vier maal de ontdoken belastingen op te leggen. De inspecteur heeft een boete opgelegd van driemaal de ontdoken belastingen.

4.3. Naar het oordeel van de Raad heeft de Inspecteur door niet de maximale boete van viermaal de ontdoken belasting op te leggen maar een boete van driemaal de ontdoken belasting op te leggen in voldoende mate rekening gehouden met de door belanghebbende aangevoerde omstandigheden. Ook overigens acht de Raad de boete passend en geboden.

5. De beslissing

De Raad verklaart het beroep ongegrond.

mrs. J.Th. Drop als voorzitter en de leden C.W.M. van Ballegooijen en G.J. van Muijen