Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBNAA:1999:BU9675

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
15-10-1999
Datum publicatie
29-12-2011
Zaaknummer
1998/169
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting / Belastingjaar 1992

De Inspecteur heeft verklaard dat van een onder couvert bezorgd geschrift zowel de enveloppe als het geschrift zelf van een datumstempel wordt voorzien en dat – zo stukken na kantoortijd in de brievenbus van de inspectie zijn gedeponeerd en de bus de volgende dag wordt geleegd – de in die brievenbus aangetroffen stukken worden gestempeld met de datum van de vorige dag. De Inspecteur heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 15 oktober 1999, nr. 1998/169.

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende in Aruba,

inzake:

belanghebbende

tegen

de Inspecteur der Belastingen

1. Procesverloop

1.1. Aan appellant is over het jaar 1992 een op 10 december 1996 gedagtekende aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd naar een belastbaar inkomen van Af. 209.404,=. Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur appellant bij beschikking van 31 juli 1997 wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk in diens bezwaar verklaard en de aanslag ambtshalve verminderd tot één naar een belastbaar inkomen van Af. 177.404,=.

1.2. Van die beschikking is appellant op 29 september 1997, dus tijdig, in beroep gekomen bij de Raad. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.

1.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van de Raad op Aruba op 23 april 1999, alwaar beide partijen zijn verschenen. De Inspecteur heeft een pleitnota voorgedragen en overgelegd.

2. Beoordeling van het beroep.

2.1. Het aanslagbiljet is gedagtekend 10 december 1996. Het bezwaarschrift is gedagtekend 7 februari 1997.

2.2. Ter zitting heeft Z, die de gemachtigde van appellant ter zitting bijstond, verklaard dat het op haar kantoor gebruikelijk is dat bezwaarschriften per bode of koerier worden bezorgd en dat daartoe een bode in dienst is. Voorts heeft zij verklaard dat een ontvangstbewijs alleen op verzoek door de Inspecteur wordt uitgereikt.

2.3. Te dezen ontbreekt een ontvangstbewijs, zodat moet worden aangenomen er geen is uitgereikt.

2.4. De Inspecteur heeft ter zitting verklaard dat de gang van zaken ter inspectie is dat van een onder couvert bezorgd geschrift zowel de enveloppe als het geschrift zelf van een datumstempel wordt voorzien en dat – zo stukken na kantoortijd in de brievenbus van de inspectie zijn gedeponeerd en de bus de volgende dag wordt geleegd – de in die brievenbus aangetroffen stukken worden gestempeld met de datum van de vorige dag.

2.5. Die verklaring is ter zitting niet weersproken en de Raad heeft ook overigens geen reden aan de juistheid ervan te twijfelen.

2.6. Het bezwaarschrift draagt het datumstempel 17 februari 1997.

2.7. Gelet op het voorgaande is de Raad van oordeel dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat het bezwaarschrift tijdig, dat wil zeggen uiterlijk 10 februari 1997, ter inspectie is bezorgd. Mitsdien heeft de Inspecteur het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en is het beroep ongegrond.

3. Beslissing

De Raad verklaart het beroep ongegrond.

mrs. A.W.M. Bijloos, J.W. Ilsink en C.W.M. van Ballegooijen.