Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBNAA:1999:BU9379

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
15-10-1999
Datum publicatie
27-12-2011
Zaaknummer
1998/006
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Premie AOV en AWW / Artikel 39 AOV en 40 AWW / Belastingjaar 1995

In geding zijn feiten en omstandigheden, welke tevens van belang zijn voor de heffing van inkomstenbelasting. Op grond de samenloopregeling heeft de Inspecteur te vroeg uitspraak gedaan (zie uitspraak 29 november 1991, nr. 90/27). De Raad heeft in de zaak 98/005A inmiddels onherroepelijk uitspraak gedaan. De Raad kan de onderhavige zaak berechten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 15 oktober 1999, nr. 1998/006.

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende in Bonaire,

1. Procesverloop

1.1. Appellant heeft bij een ongesplitst beroepschrift, dat op 9 januari 1998 bij de Raad is ingekomen, beroep ingesteld tegen twee beschikkingen op bezwaar, alle gedagtekend 21 november 1997, betreffende hem over het jaar 1995 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting (IB) en de premieheffing AOV/AWW (PH).

1.2. Appellant heeft het beroepschrift gesplitst en vraagt thans het oordeel van de Raad over de hem opgelegde aanslag PH 1995.

1.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van de Raad op Bonaire op 26 april 1999. Beide partijen zijn, deugdelijk vertegenwoordigd, verschenen.

2. Beoordeling van het beroep.

2.1. In geding zijn feiten en omstandigheden, welke tevens van belang zijn voor de heffing van inkomstenbelasting. Artikel 39, lid 2, van de Landsverordening Algemene Ouderdomsverzekering en artikel 40, lid 2, van de Landsverordening Algemene Weduwen en Wezenverzekering behelzen voor een dergelijk geval een samenloopregeling die kort gezegd inhoudt dat de Inspecteur pas uitspraak op het bezwaar betreffende de premieheffing doet, nadat de aanslag inkomstenbelasting onherroepelijk is komen vast te staan (zie RBB 29 november 1991, nr. 90/27).

2.2. Toen de Inspecteur uitspraak deed op het bezwaar inzake de premieheffing, stond de aanslag inkomstenbelasting nog niet onherroepelijk vast; hij deed dus te vroeg uitspraak. De Raad zou dus de beschikking op bezwaar moeten vernietigen, ware het niet dat de aanslag inkomstenbelasting als gevolg van de beschikking van de Raad van heden in de zaak met nummer 98/005A inmiddels wel onherroepelijk is komen vast te staan en de Raad dus zonder enig bezwaar ook de onderhavige zaak kan berechten.

2.3. Nu de Raad inzake nummer 98/005A het beroep ongegrond heeft verklaard, rest hem geen andere beslissing dan hetzelfde te doen in de onderhavige zaak.

3. Beslissing

De Raad verklaart het beroep ongegrond.

mrs. A.W.M. Bijloos, J.W. Ilsink en C.W.M. van Ballegooijen