Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBNAA:1998:BU9376

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
16-11-1998
Datum publicatie
27-12-2011
Zaaknummer
1998-001
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Invoerrechten en accijnzen / Belastingjaar 1997

AVIUD geeft een vrijstelling van invoerrechten voor materialen en benodigdheden, die naar aard en bestemming uitsluitend in ziekenhuizen worden gebezigd. De wetgever met het begrip "bestemming" het feitelijk gebruik op het oog heeft gehad en dat derhalve niet van belang is wie de eigenaar of de exploitant van de apparatuur is. Nu de Raad ter zitting is gebleken, dat partijen niet mening verschillen over het feit, dat de MRI normaliter in een ziekenhuis gebruikt wordt, ook indien de MRI zou worden verplaatst, en dat de MRI ook in feite in het ziekenhuis van appellante wordt gebruikt, is de vrijstelling op de invoer van de MRI van toepassing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 16 november 1998, nr. 1998-001.

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende in Curaçao,

1. Loop van het geding:

1.1 Appellante heeft op 22 oktober 1997 bij Enig Document, model C400c, nr. I35597, door de Inspecteur gedagtekend 24 oktober 1997, ten invoer aangegeven een trailer met ingebouwde Magnetic Resonance Imaging-scan machine (hierna: de MRI). Bij brief van 15 oktober 1997 had appellante de Inspecteur verzocht op deze invoer de vrijstelling van art. 128, eerste lid, onder 6, letter m, van de Algemene Verordening In-, Uit- en Doorvoer 1908 (AVIUD) toe te passen. Bij brief van 11 november 1997, nr. AZ-2062 (97) heeft Inspecteur te kennen gegeven dat de vrijstelling naar zijn mening niet van toepassing is. Appellante heeft daarop gereageerd bij brief van 21 november 1997, ter inspectie ingekomen op 26 november 1997. Deze brief is niet in de procedure overgelegd, maar moet naar de Raad aanneemt overeenkomstig de bedoeling van partijen als een tijdig ingediend bezwaarschrift worden aangemerkt. De Inspecteur heeft bij beschikking van 4 december 1997, nr. AZ-2062 (97) het bezwaarschrift afgewezen.

1.2 Aangezien ingevolge het vonnis in Kort Geding d.d. 22 oktober 1997, nr. KG 527/97, de MRI aan appellante werd afgegeven zonder betaling van invoerrechten, heeft de Inspecteur bij Beschikking van 8 december 1997, nr. AZ-2062a, aan appellante een vordering opgelegd van NAƒ 34.397,04, berekend over een douanewaarde van NAƒ 200.800. De Raad neemt aan, dat naar de bedoeling van partijen het beroep tevens tegen die beschikking is gericht.

1.3 Bij beroepschrift, bij de Raad ingekomen op 2 januari 1998, mitsdien tijdig, heeft appellante beroep ingesteld tegen de afwijzende beschikking van de Inspecteur op haar bezwaarschrift. Het beroepschrift is nader gemotiveerd bij brief, bij de Raad ingekomen op 5 januari 1998. De Inspecteur heeft vervolgens een vertoogschrift ingediend.

1.4 De zaak is behandeld ter zitting van de Raad op Curaçao op 22 april 1998. Verschenen zijn de gemachtigden van appellante, vergezeld van de directeur en de adjunct-directeur van appellante, alsmede de Inspecteur. Beide partijen hebben gepleit overeenkomstig een door hen overgelegde pleitnota.

2. Vaststaande feiten:

Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde is, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door één van hen niet of niet voldoende weersproken, het volgende komen vast te staan.

2.1 Op 1 juli 1997 sloot Y Inc., gevestigd in de USA (Y), met appellante ("Customer") een "equipment rental agreement" met betrekking tot de MRI. In deze overeenkomst wordt onder meer het volgende bepaald:

"4. Management and Operation of Equipment

In order for Customer to operate and promote the use of the Equipment successfully, the unit must be managed and operated by an experienced mobile MRI (Magnetic Resonance Imaging) management company. Y therefore requires Customer, and Customer agrees, to enter into an agreement with Z N.V. (hereinafter Z), a Netherlands Antilles company currently in formation, that has experience in mobile medical equipment operation and management. .....

8. Maintenance

In order tot assure that the Equipment covered by this Agreement is properly serviced and maintained during the rental term, Customer agrees to enter into a Servic Support Agreement with Y for a term that shall run concurrent to the term of this Agreement"

Volgens de overeenkomst betaalt appellante aan Y een rental fee, afhankelijk van het aantal scans.

2.2 Eveneens op 1 juli 1997 sloten Y en appellante een Service Support Agreement met betrekking tot de MRI. In die overeenkomst wordt onder het hoofd "Customer's Responsibilities" het in overweging 2.1 onder punt 4 geciteerde herhaald. Appellante betaalt aan Y een service maintenance fee, afhankelijk van het aantal scans.

2.3 Tussen appellante (X) en Z is, eveneens op 1 juli 1997, een "Management Agreement" gesloten. Daarin wordt onder meer bepaald:

"2. Z will provide all marketing/sales services required to secure clients for the unit in the Antilles and other possible geographic locations, as well as the formulation and execution of mobile MRI service contracts with clients.

3. Z will make appropriate arrangements with health insurance providers and other parties, such that MRI scans performed on the unit are reimbursed.

4. X grants to Z the sole and irrevocable authority to establish and manage, the necessary administrative and operational infrastructure connected with the operation of the mobile MRI unit, in order to maintain a successful mobile MRI service in the Antilles....

6. .....All mobile MRI scanning done on residents of Curaçao, will be performed on the site of the X-Hospital, with the following exception: those specific instances involving the MRI scanning of Curaçao resident patients, referred by a party on Curaçao, in which the party requires these patients to be scanned at another site in Curaçao, for medical or other essential reasons,......"

Z incasseert de vergoedingen en betaalt aan appellante een bepaald bedrag per scan door. Aldus wordt appellante in staat gesteld aan haar verplichtingen jegens Y te voldoen.

3. Geschil:

In geschil is of op de MRI de vrijstelling van invoerrechten van art. 128, eerste lid, onder 6, letter m, AVIUD van toepassing is, en zo nee, of de douanewaarde niet te hoog is vastgesteld.

4. Standpunten van partijen:

4.1 Inspecteur

4.1.1 Voor de uitleg van de vrijstelling van art. 128, eerste lid, onder 6, letter m, AVIUD, die geldt voor materialen en benodigdheden, die naar aard en bestemming uitsluitend in ziekenhuizen worden gebezigd, verwijst de Inspecteur naar de MvT, waarin onder meer wordt gezegd:

"De bestemming "ziekenhuis" moet op het moment van de invoer vaststaan". De Inspecteur leidt daaruit af, dat de vrijstelling slechts van toepassing is, als de belanghebbende kan aantonen, dat de goederen voor een ziekenhuis zijn bestemd. Als ziekenhuis wordt door de Inspectie slechts aangemerkt de als zodanig door de overheid erkende instellingen.

4.1.2 Volgens de Inspecteur is in het onderhavige geval, gelet op de verschillende overeenkomsten, de MRI niet bestemd voor een ziekenhuis maar voor Z, welke geen ziekenhuis is. De rol van appellante is slechts geconstrueerd om de MRI met vrijstelling van invoerrechten te kunnen invoeren. In wezen beschikt, gelet op de management-overeenkomst, niet appellante maar Z over de MRI.

4.1.3 Met betrekking tot de vaststelling van de douanewaarde acht de Inspecteur de Raad niet bevoegd, aangezien art. 73 AVIUD de Commissie van beoordeling daartoe is aanwijst. Tegen de uitspraak van die Commissie zou appellante zich moeten wenden tot het Gerecht in Eerste Aanleg.

4.2 Appellante

4.2.1 Appellante bestrijdt de uitleg van de Inspecteur van de geciteerde passage uit de MvT. Zoals onder meer blijkt uit het in de MvT genoemde voorbeeld van de injectie-naalden, moet onder "bestemming" worden verstaan de plaats waar de machine feitelijk wordt gebruikt. In het onderhavig geval is dat het ziekenhuis. Daaronder dient ook te worden begrepen het terrein van het ziekenhuis, nu gebruik gemaakt wordt van alle faciliteiten van het ziekenhuis (electriciteit, water, enz.). Voor zover het management-contract verplaatsing mogelijk maakt, zal de MRI te allen tijde op het terrein van een ziekenhuis worden geplaatst.

4.2.2 Appellante bestrijdt subsidiair, dat de MRI is bestemd voor Z en niet voor appellante. De uit het lease-contract voortvloeiende rechten en verplichtingen betreffen slechts appellante en Y. Z heeft jegens Y geen verplichtingen.

4.2.3 Appellante heeft op 15 december 1997 een bezwaarschrift ingediend bij de Commissie van beoordeling, bedoeld in art. 73 AVIUD. De Commissie heeft daarop nog niet beslist. Appellante is van mening, dat de Commissie niet kan worden aangemerkt als een onpartijdige rechtsprekende instantie, zodat de Raad als forum specialis bevoegd is van het geschil kennis te nemen.

5. Overwegingen omtrent het geschil:

5.1 Art. 128, eerste lid, onder 6, letter m, AVIUD geeft een vrijstelling van invoerrechten voor materialen en benodigdheden, die naar aard en bestemming uitsluitend in ziekenhuizen worden gebezigd.

5.2 De MvT op de Landsverordening tot wijziging van de AVIUD (P.B. 1949, no. 62, zitting 1970-1971 - 46, blz. 13 zegt:

"sub m. Onder "ziekenhuizen" worden alle verpleeginrichtingen gerangschikt. Onder de vrijstelling vallen die goederen, welke naar aard en constructie normaliter in ziekenhuizen worden gebezigd, zoals operatietafels, meubilair met verstelbaar mechanisme, röntgenapparatuur.

De bestemming "ziekenhuis" moet op het moment van invoer vaststaan. Derhalve komen produkten zoals injectie-naalden door artsen t.b.v. hun huispraktijk ingevoerd, niet voor vrijdom in aanmerking."

5.3 De Raad is, mede gelet op dit citaat en het daarin vermelde voorbeeld van de injectienaalden, met appellante van oordeel, dat de wetgever met het begrip "bestemming" het feitelijk gebruik op het oog heeft gehad en dat derhalve niet van belang is wie de eigenaar of de exploitant van de apparatuur is. Nu de Raad ter zitting is gebleken, dat partijen niet mening verschillen over het feit, dat de MRI normaliter in een ziekenhuis gebruikt wordt, ook indien de MRI zou worden verplaatst, en dat de MRI ook in feite in het ziekenhuis van appellante wordt gebruikt, is de Raad van oordeel, dat de vrijstelling van art. 128, eerste lid, onder 6, letter m, AVIUD op de invoer van de MRI van toepassing is.

6. Beslissing:

De Raad vernietigt de beschikking van de Inspecteur op het bezwaarschrift alsmede diens beschikking van 8 december 1997, nr. AZ-2062a.

mrs. A.W.M. Bijloos, J.K. Moltmaker en J.W. Ilsink