Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBNAA:1998:BU5152

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
30-10-1998
Datum publicatie
21-11-2011
Zaaknummer
1994-126a
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Solidariteitsbelasting / Belastingjaar 1986

Beroep tegen Solidariteitsbelasting is niet mogelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 30 oktober 1998, nr. 1994-126a

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende in Aruba,

inzake:

belanghebbende

tegen

de Inspecteur der Belastingen

1. Loop van het geding:

1.1 Aan appellant is een aanslag Solidariteitsbelasting 1986 opgelegd, gedagtekend 12 augustus 1991, naar een zuiver inkomen van Aƒ 50.957, zulks in afwijking van de door appellant ingediende aangifte. Tegen deze aanslag heeft appellant bezwaar gemaakt bij bezwaarschrift ingekomen op 23 april 1992.

Bij beschikking van 6 mei 1994, nr. 849, heeft de Inspecteur het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard en de opgelegde aanslag gehandhaafd.

1.2 Appellant heeft tegen de beschikking van de Inspecteur op zijn bezwaarschrift beroep ingesteld bij beroepschrift, ingekomen bij de Raad op 21 juli 1994. Aangezien dit beroepschrift betrekking had op meer dan één aanslag, heeft de Raad appellant in de gelegenheid gesteld het beroepschrift te splitsen. Het gesplitste beroepschrift - waarvan de argumentatie inhoudelijk gelijk is aan die van het eerder ingediende beroepschrift - is bij de Raad ingekomen op 8 december 1997. De Inspecteur heeft vervolgens een vertoogschrift ingediend.

1.3 De zaak is behandeld ter zitting van de Raad te Aruba op 24 april 1998, waar verschenen zijn appellant en de Inspecteur. Beide partijen hebben hun standpunt nader mondeling toegelicht.

2. Overwegingen omtrent het geschil:

In de Landsverordening Solidariteitsbelasting is niet voorzien in de mogelijkheid om tegen beschikkingen van de Inspecteur op een bezwaarschrift beroep in te stellen bij de Raad. Appellant dient derhalve niet ontvankelijk te worden verklaard in zijn beroep.

3. Beslissing:

De Raad verklaart appellant niet ontvankelijk in zijn beroep.

mrs. A.W.M. Bijloos, J.K. Moltmaker en J.W. Ilsink