Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBNAA:1997:BU5561

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
28-04-1997
Datum publicatie
23-11-2011
Zaaknummer
1996-090
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Winstbelasting / Belastingjaar 1992

Uit het Landsbesluit blijkt dat de Gouverneur heeft overwogen dat belanghebbende zich zal toeleggen op aquatische activiteiten ten behoeve van voornamelijk toeristen. Dit is de exploitatie van een watersportbedrijf. Hieronder valt niet de exploitatie van een bar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 28 april 1997, nr. 1996-090

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende in Bonaire,

inzake:

belanghebbende

tegen

de Inspecteur der Belastingen

1. Loop van het geding:

1.1. Aan NV X is over het jaar 1992 een aanslag in de winstbelasting opgelegd, gedagtekend 31 mei 1995, nr. 742, naar een winst van Naf. 262.200,.

1.2. Het tijdig ingediende bezwaarschrift heeft de Inspecteur afgewezen bij beschikking van 13 mei 1996.

1.3. Bij beroepschrift, bij de Raad ingekomen op 31 mei 1996, mitsdien tijdig, heeft NV X beroep ingesteld tegen de beschikking van de Inspecteur op het bezwaarschrift. NV X heeft het beroepschrift nader gemotiveerd bij brief bij de Raad ingekomen op 9 juli 1996.

1.4. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend, waarop de gemachtigde van NV X heeft gereageerd met een verweerschrift, waarna de Inspecteur nog een conclusie van dupliek heeft ingediend.

1.5. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad op 8 november 1996. Verschenen zijn de gemachtigde van NV X, bijgestaan door B en de directeur van NV X, de heer V, alsmede de Inspecteur. Het standpunt van NV X is door de gemachtigde nader mondeling toegelicht, waarbij hij zonder bezwaar van de zijde van de tegenpartij nog een aantal kranteknipsels heeft overgelegd. De Inspecteur heeft gepleit overeenkomstig een door hem overgelegde pleitnota.

2. Vaststaande feiten:

Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde is, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door één van hen niet of niet voldoende weersproken, het volgende komen vast te staan.

2.1. NV X is opgericht op 11 maart 1987. In artikel 2 van de statuten wordt het doel van NV X omschreven als de exploitatie van een bar en van faciliteiten voor de beoefening van de watersport, alsmede het verrichten van al hetgeen daarmee in de ruimste zin verband houdt.

2.2. Op het verzoek van NV X haar aan te merken als een bedrijf in de zin van de Landsverordening ter bevordering Bedrijfsvestiging en Hotelbouw 1953, P.B. 1953, no. 194 (hierna: LBBH) heeft de Gouverneur van de Nederlandse Antillen bij Landsbesluit van 19 februari 1987, nr. 12 (hierna: het Landsbesluit) verklaard, dat NV X voor de duur van zeven jaren als een zodanig bedrijf wordt aangemerkt. In het Landsbesluit wordt daartoe in de considerans overwogen:

"dat de naamloze vennootschap N.V. X zich zal toeleggen op aquatische activiteiten, zoals snelle boten, glassbottomboat e.d. ten behoeve van voornamelijk toeristen;

dat de door deze onderneming te ontplooien activiteiten ongetwijfeld zullen bijdragen tot verbreding van de economische basis van de Nederlandse Antillen,

terwijl zij voor het overige voldoet aan de in artikel 1, eerste lid sub a van voornoemde landsverordening gestelde wettelijke vereisten;"

2.3. Vanwege de Inspecteur is bij NV X een boekenonderzoek winstbelasting ingesteld met betrekking tot het jaar 1992. Uit het rapport blijkt dat NV X in de beginfase bedrijfsmiddelen heeft aangeschaft die bestemd waren voor watersportactiviteiten (een jacht, jet-ski, glassbottomboat, speedboten), maar dat die activiteiten in de loop van 1989 zijn gestaakt. Een aantal van deze bedrijfsmiddelen (jacht en jet-ski) heeft NV X inmiddels verkocht en de resterende (glassbottomboat en speedboten) liggen sindsdien ongebruikt op de wal en zouden moeten worden gerepareerd. Vanaf 1990 bestaat de omzet van de onderneming slechts uit de baromzet.

2.4. In voormeld rapport heeft de controlerend ambtenaar een omzetcorrectie voor 1992 toegepast van Naf. 137.761,, welke door de Inspecteur bij de aanslagregeling over 1992 is overgenomen.

3. Geschil:

In geschil is in de eerste plaats de vraag of de winst van NV X in 1992 al dan niet van winstbelasting is vrijgesteld op grond van de verleende tax-holiday en in de tweede plaats of de inspecteur de voormelde omzetcorrectie terecht heeft toegepast.

4. Standpunten van partijen:

4.1. De inspecteur is van mening, dat het niet de bedoeling van de verleende tax-holiday, zoals deze tot uitdrukking is gebracht in de onder punt 2.2 geciteerde overweging in het Landsbesluit en in de Memorie van Toelichting op de LBBH, kan zijn geweest om winsten uit een café-restaurantbedrijf van belasting vrij te stellen, zeker niet als - zoals in het onderhavige geval - die winst uitsluitend daaruit voortkomt.

4.2. Ter verdediging van de omzetcorrectie voert de Inspecteur aan:

a. Het kasboek werd niet regelmatig afgesloten en er vond geen kascontrole plaats;

b. In de jaren 1990 tot en met 1992 werden telkens bedragen per voorafgaande journaalpost als omzet bijgeboekt; voor 1992 bedroeg dit Naf. 122.950. Aan deze bijboekingen liggen geen stukken ten grondslag.

c. Zonder de onder b bedoelde bijboekingen zou het brutowinstpercentage 49,1% van de waarde van de inkoop bedragen, na die bijboekingen 80,9%. Dit laatste percentage is voor een cafe-restaurantbedrijf onwaarschijnlijk laag. Aan de hand van de door de directeur van NV X verstrekte gegevens (uit schenkgegevens en prijs per glas) heeft de controlerend ambtenaar een nauwkeurige omzetberekening gemaakt, welke uitgaande van de inkopen volgens de jaarstukken uitkomt op een brutowinstpercentage van 116%. Volgens de door de gemachtigde van NV X verstrekte gegevens van het CBS zou een brutowinstpercentage in deze branche van 55% van de omzet (122,2% van de inkoop) normaal zijn. Het aangegeven bedrag is derhalve significant lager.

d. De geboekte bedragen in de kasadministratie zijn door de controlerend ambtenaar verwerkt in het chikwadraattoetsprogramma (een computerprogramma dat een wiskundige beschouwing geeft over de waarschijnlijkheid dat bepaalde bedragen zijn gefingeerd, uitgaande van de voorkeur die ieder mens bewust of onbewust voor bepaalde getallen heeft). De inspecteur verwijst naar de uitkomst van deze toetsing.

4.3. Volgens NV X vormt het verstrekken van spijs en drank een onderdeel van haar doelstelling op basis waarvan de tax-holiday is verleend. Het café restaurantbedrijf is vanaf het begin steeds een belangrijk onderdeel van haar activiteiten geweest. Het is geen nieuwe activiteit. De tax-holiday beschikking is tot op heden niet ingetrokken en moet dus worden toegepast. De watersportactiviteiten en met name die betreffende de waterscooters zijn gestaakt onder druk van de publieke opinie, ten bewijze waarvan een aantal kranteknipsels wordt overgelegd. Ook de huidige activiteiten in hun beperkter vorm zijn voor de bevordering van het toerisme op Bonaire van groot belang.

4.4. Met betrekking tot de winstcorrectie is NV X van oordeel, dat haar boekhouding niet zodanige gebreken vertoont, dat zij zou moeten worden verworpen.

Dat de bruto-winstpercentages een onregelmatig verloop vertonen, is op zichzelf niet voldoende. Het bruto-winstpercentage over 1992 week niet significant af van de percentages van de daaraan voorafgaande jaren, die door de inspecteur niet zijn gecorrigeerd.

Voorts ging NV X er in 1992 van uit, dat voor haar de verleende tax-holiday gold. Zij had er dus geen enkel belang bij lagere omzetten dan de werkelijke te boeken, integendeel, zij had belang bij een zo hoog mogelijke winst, aangezien zij in 1992 in de veronderstelling verkeerde, dat de winst belastingvrij kon worden uitgekeerd.

5. Overwegingen omtrent het geschil:

5.1. Uitgangspunt bij de heffing - en dus ook bij de vrijstelling - van winstbelasting op de Nederlandse Antillen is hetgeen is bepaald bij of krachtens de Landsverordening op de Winstbelasting 1940 (hierna: LWB). Dat betekent, dat het geschil moet worden berecht aan de hand van de desbetreffende vrijstellingsbepaling in de LWB, dat is artikel 15, lid 5.

Wil een bedrijf - in een geval als het onderhavige - met succes een beroep op deze vrijstellingsbepaling kunnen doen, dan moet de Gouverneur van de Nederlandse Antillen op verzoek van het bedrijf bij landsbesluit hebben verklaard dat dit bedrijf moet worden aangemerkt als een bedrijf in de zin van de LBBH. Onder meer uit het bepaalde in de artikelen 2 en 3 LBBH kan worden afgeleid dat de Gouverneur daarbij de bevoegdheid heeft de reikwijdte van de vrijstelling te beperken.

5.2. Uit het onder 2.2 bedoelde Landsbesluit blijkt dat de Gouverneur te dezen van even bedoelde bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. Nu dit besluit formele rechtskracht heeft, moet de Raad van de inhoud ervan uitgaan. Dat neemt overigens niet weg dat - gelijk te dezen het geval is - zich bij de toepassing van het besluit interpretatiegeschillen kunnen voordoen, zodat de Raad genoodzaakt is de inhoud ervan uit te leggen.

5.3. Allicht zijn bij die uitlegging - naast het verzoekschrift van NV X, waarvan partijen evenwel niet een afschrift konden produceren - van groot belang de overwegingen die de Gouverneur ertoe hebben gebracht zijn besluit te nemen.

In de considerans van het Landsbesluit heeft de Gouverneur overwogen dat NV X "zich zal toeleggen op aquatische activiteiten, zoals snelle boten, glassbottomboat e.d. ten behoeve van voornamelijk toeristen", dus op de exploitatie van een watersportbedrijf. Over de exploitatie van een bar wordt in het Landsbesluit met geen woord gerept. Het is ook niet vanzelfsprekend dat een watersportbedrijf zich met de exploitatie van een bar bezighoudt.

Aangenomen moet dus worden dat het Landsbesluit alleen betrekking heeft op het watersportbedrijf van NV X en niet op haar bar. De winst behaald met de exploitatie van de bar valt dus niet onder de tax-holiday. Nu de omzet in 1992, zoals de Inspecteur onweersproken heeft gesteld, uitsluitend is behaald met de barexploitatie, is in 1992 behaalde winst niet van winstbelasting vrijgesteld.

5.4. De Raad neemt met NV X aan, dat zij geen belang had bij het boeken van een te lage omzet en winst en haar dus geen kwade trouw kan worden verweten. Er is dan ook terecht geen boete opgelegd. Dit neemt evenwel niet weg, dat de argumenten die de inspecteur voor de omzetcorrectie heeft aangevoerd er bepaald niet op wijzen, dat NV X ook werkelijk heeft gestreefd naar het zo hoog mogelijk opvoeren van de winst. Naar het oordeel van de Raad heeft de Inspecteur op grond van deze argumenten de boekhouding terecht niet aanvaardbaar geacht als grondslag voor de winstberekening. De uitkomsten van het onderzoek zijn voor het overige naar het oordeel van de Raad door NV X onvoldoende bestreden.

6. Beslissing:

De Raad verwerpt het beroep.

A.W.M. Bijloos, J.K. Moltmaker en J.W., Ilsink