Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBNAA:1995:BU5504

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
31-01-1995
Datum publicatie
23-11-2011
Zaaknummer
1995-087
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Algemene Verordening In-, Uit-, en Doorvoer 1908 / Artikel 128 lid 1 aanhef en ten zesde, onderdeel n / Belastingjaar 1993

Inspecteur heeft vertrouwen gewekt dat motorboot als hulpmiddel ten behoeve van de exploitatie van een hotel aangemerkt zal worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 31 januari 1995, nr. 1995-087

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende in Curacao,

inzake:

belanghebbende

tegen

de Inspecteur der Belastingen

1. Loop van het geding:

1.1. Namens NV X is, op 9 juni 1993 aangifte ten invoer gedaan van 112 kratten inhoudende complete motor voor toeristenboot" ter waarde van NAf 48.908,--.

Het betrof motoren bestemd voor installatie in de boot de Snip welke toebehoort aan NV X. Daarbij werd verzocht de motoren vrij van invoerrechten te mogen invoeren, welk verzoek op of omstreeks 9 juni 1993 werd afgewezen.

1.2. Tegen voormelde afwijzing is NV X op 16 juni 1993 bij de Inspecteur in bezwaar gekomen. Bij beschikking van 11 augustus 1993 , No. az-1188, heeft de Inspecteur het bezwaar afgewezen.

1.3. Tegen deze beschikking heeft NV X bij beroepschrift, bij de Raad ingekomen op 20 augustus 1993, mitsdien tijdig, beroep ingesteld.

1.4. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.

1.5. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad op 27 september 1994, waar zijn verschenen de gemachtigde van NV X, alsmede de Inspecteur. Beide partijen hebben gepleit overeenkomstig de door hen overgelegde pleitnota.

2 Vaststaande feiten:

Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde is, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door één van hen gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende weersproken, het volgende komen vast te staan.

2.1. Bij Landsbesluit van 8 november 1989, no. 7, heeft de Gouverneur van de Nederlandse Antillen verklaard:

"dat (NV X) wat betreft de exploitatie van het hotel, voor een periode van (10) tien jaren, wordt aangemerkt als een onderneming in de zin van artikel 1, eerste lid, onder b van de Landsverordening ter bevordering bedrijfsvestiging en hotelbouw (P.B. 1953, no. 194)."

2.2. Bij datzelfde Landsbesluit heeft de Gouverneur voor zover thans van belang - bepaald dat:

"a. vrijdom wordt verleend van de aldaar in artikel 2, eerste lid van de eerder bedoelde landsverordening opgesomde belastingen.

b. de in artikel 2, eerste lid, onder a bedoelde vrijstelling niet betreft de casino winsten.

c. (......)".

2.3. NV X heeft de motoren kennelijk ingevoerd ter vervanging van de motoren op de motorboot de Snip, welke boot ingezet wordt voor pleziertochten voor de toeristen, zulks in combinatie met andere watersportactiviteiten van het hotel.

2.4. Met dagtekening 4 april 1991 schreef gemachtigde aan de Inspecteur der Invoerrechten en Accijnzen inzake het hotel onder meer: •U kon zich verenigen met onze interpretatie dat lid 2 van artikel 1 (bedoeld is: van de Landsverordening ter bevordering van bedrijfsvestiging en hotelbouw), mede inhoudt dat vervangingsinvesteringen kwalificeren voor de vrijstellingen van invoerrechten, mits de investering op zich voor de bouw en inrichting van het hotel is.

In dit verband heeft u bevestigd dat bouwmaterialen en inventaris ( b.v. stoelen, tafels, bedden, bestek, glazen etc.) in aanmerking komen voor de vrijstelling van invoerrechten krachtens artikel 1.

U bevestigde ook de interpretatie dat de termijn van 2 jaar genoemd in lid 3 van artikel 1 slechts ziet op de initiële investeringen genoemd in artikel 1 lid 1. Daar het hotel reeds meer dan 1 miljoen voor de aankoop van het hotel heeft betaald, kan worden aangenomen dat voor haar geen termijn geldt, waarin de investeringen ten behoeve van de "bouw en eerste inrichting" van het hotel moeten geschieden.

( )

Aan de orde is tevens geweest de invoer van een motorboot (catamaran) door het hotel. Deze boot zal ingezet worden voor pleziertochten voor de toeristen in combinatie met de reeds bestaande watersportactiviteiten van het hotel. Tijdens het gesprek heeft u toegezegd dat de boot vrij van invoerrechten kan worden ingevoerd krachtens artikel 2 lid 1 van de verordening.

Deze vrijstelling geldt ook voor de reeds ingevoerde jetskies, waarvoor u toegezegd heeft ons verzoek om restitutie van invoerrechten positief te zullen beoordelen."

2.5. De Inspecteur beantwoordde voormelde brief bij brief gedagtekend 8 mei 1991 als volgt:

"De interpretatie van de artikelen 1 en 2 van de Landsverordening ter bevordering van bedrijfsvestiging en hotelbouw (PB 1953, no. 194) heeft U op de juiste wijze kunnen verwoorden.

Ik moge u echter attenderen op de omstandigheid dat, bij de beoordeling van de aangiftes de duurzaamheid van de goederen steeds een voorwaarde zal zijn voor een toekenning van vrijstelling bij de invoer van goederen ingevolge de reeds vermelde landsverordening.

De vrijstelling ingevolge' de landsverordening zal steeds geweigerd worden bij een invoer van wegwerp-artikelen.

De invoer van (plastic) wegwerp-artikelen zal niet leiden tot een vrijgesteld invoer.

Het hotel heeft de catamaran reeds onder vrijstelling van rechten kunnen invoeren, terwijl dezerzijds ook positief gereageerd zal worden op uw reeds ingediende verzoek tot restitutie van betaalde rechten bij de destijds ingevoerde jetskies."

3. Geschil:

Het geschil betreft de vraag of de motoren op grond van de aan NV X verleende tax-holiday zonder heffing van invoerrecht kunnen worden ingevoerd. NV X beantwoordt die vraag bevestigend, de Inspecteur ontkennend. Voor het geval voormelde vraag ontkennend beantwoord dient te worden is voorts in geschil of de Inspecteur bij belanghebbende het in rechte te honoreren vertrouwen heeft gewekt dat invoer zonder heffing van invoerrecht zou kunnen plaatsvinden.

4. Standpunten van partijen:

Voor de standpunten van partijen zij verwezen naar de gedingstukken, waartoe de overgelegde pleitnota's behoren. Zakelijk weergegeven luiden de standpunten:

4.1. NV X:

De landsverordening ter bevordering van bedrijfsvestiging en hotelbouw (hierna: LV bedrijfsvestiging en hotelbouw) bepaalt duidelijk in artikel 1, tweede lid, dat onder "bouw en eerste inrichting" mede moet worden begrepen "vernieuwing". Vernieuwing houdt mede in vervanging van hetgeen niet bruikbaar is.

De motorboot de Snip is door de Inspecteur aangemerkt als hulpmiddel in de zin van artikel 128, eerste lid, aanhef ten zesde, letter n, van de Algemene verordening In-, Uit- en Doorvoer 1908 (hierna: AVIUD). De motoren zijn als essentieel onderdeel van de boot derhalve ook hulpmiddelen.

NV X heeft de Inspecteur schriftelijk verzocht deze interpretatie te bevestigen, hetgeen deze heeft gedaan. Zij mocht op grond daarvan het gerechtvaardigde vertrouwen koesteren dat de vrijstelling zou worden toegepast.

4.2. Inspecteur:

Artikel 1, tweede lid, van de LV bedrijfsvestiging en hotelbouw, heeft slechts een aanvullende werking ten opzichte van artikel 1, eerste lid, onder b, van die verordening. Zulks brengt met zich dat de kosten van de bouw en inrichting, uitbreiding, verbetering en/of vernieuwing minstens NAf 1.000.000,-- moeten belopen.

Vervanging kan vallen onder een verbetering en/of vernieuwing van ten minste NAf 1.000.000,- Hiervan is geen sprake, zodat terecht geen vrijstelling van invoerrechten is verleend nu het gaat om een vervanging van twee motoren ter waarde van NAf 48.908,--.

5. Overwegingen omtrent het Geschil:

5.1. De Raad stelt voorop, zoals hij laatstelijk deed in zijn beschikking van 15 augustus 1994, nr.1994/43, dat de heffing - en dus ook de vrijstelling - van invoerrechten op Curaçao geschiedt bij of krachtens de AVIUD en niet bij of krachtens de LV bedrijfsvestiging en hotelbouw. Dat betekent dat het geschil moet worden berecht aan de hand van de desbetreffende vrijstellingsbepaling in de AVIUD, derhalve artikel 128, eerste lid, aanhef en ten zesde, onderdeel n.

5.2. Gelijk de Raad in vorengenoemde beschikking heeft geoordeeld dient - wat betreft de in de vrijstellingsbepaling vermelde zaken - te worden onderscheiden tussen: (1) materialen en goederen ten behoeve van de bouw, uitbreiding en eerste inrichting van bedrijfspanden, en (2) machines, grondstoffen, halffabrikaten en hulpmiddelen.

Daarbij geldt dat zowel de onder (1) als de onder (2) genoemde zaken zijn vrijgesteld van de heffing van invoerrecht indien en voorzover zij zijn bestemd voor krachtens de LV bedrijfsvestiging en hotelbouw vrijgestelde ondernemingen, terwijl deze vrijstelling geldt voor de duur van de krachtens die verordening bepaalde periode.

5.3. Naar de Raad in meervermelde beschikking heeft overwogen, moet het er voor worden gehouden dat de vrijstellingsbepaling in de AVIUD geen onderscheid heeft willen maken tussen industriële bedrijven enerzijds en hotelondernemingen anderzijds. Wel dient het begrip hulpmiddelen beperkt te worden opgevat. De Raad komt dan tot het oordeel dat als hulpmiddelen moeten worden aangemerkt zaken die voor de uitoefening van de onderneming worden gebezigd, met uitzondering van voorwerpen van geringe waarde waarvan de aanschaffings- of voortbrengingskosten gewoonlijk tot de dagelijkse kosten van de onderneming worden gerekend. Het gaat bij hulpmiddelen dan om die bedrijfsmiddelen die nog niet onder machines en bedrijfspanden zijn begrepen.

5.4. Hoewel buiten twijfel is dat de onderhavige motoren hulpmiddelen zijn in evenbedoelde zin, betekent dat nog niet dat zij zonder heffing van invoerrecht kunnen worden ingevoerd. Immers, blijkens het onder 2.1 geciteerde Landsbesluit strekt de tax-holiday zich niet uit tot alle ondernemersactiviteiten van NV X, maar is hij beperkt tot die activiteiten die de exploitatie van het hotel betreffen.

5.5. In het midden kan blijven of de onderhavige motoren, die dienen ter voortstuwing van een door NV X geëxploiteerde motorboot, hulpmiddelen zijn terzake van activiteiten die de exploitatie van het hotel betreffen.

Immers de Inspecteur heeft in zijn brief, geciteerd onder 2.5, naar 's Raads oordeel het standpunt ingenomen dat de motorboot hulpmiddel in voormelde zin is. Rechtstreeks uitvloeisel van dat standpunt is dat de onderhavige motoren eveneens hulpmiddelen in die zin zijn.

NV X kon derhalve aan de uitlatingen van de Inspecteur het in rechte te beschermen vertrouwen ontlenen dat de invoer van de onderhavige motoren onder vrijstelling van invoerrechten zou kunnen plaatsvinden.

Het door de Inspecteur aangevoerde doet aan het vorenoverwogene niet af. Tussen partijen is immers niet in geschil dat NV X een investering van ten minste Naf 1.000.000,-- in het eilandgebied Curaçao heeft gedaan. Alsdan is NV X een bedrijf in de zin van de LV bedrijfsvestiging en hotelbouw en rest slechts de vraag of de litigieuze investering een vrijgesteld hulpmiddel in de zin van de AVIUD betreft. Deze laatste vraag dient, zoals hiervoor is overwogen, op grond van de werking van het vertrouwensbeginsel ten gunste van belanghebbende beslist te worden.

6 Beslissing:

De Raad

- vernietigt de beschikking van de Inspecteur op het bezwaarschrift, en

- wijst toe het verzoek om vrijstelling van invoerrechten ter zake van de invoer van twee motoren ter waarde van NAf 48.908,--.

mrs.H. Warnink, J.K. Moltmaker en Groeneveld