Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBNAA:1995:BU4910

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
19-05-1995
Datum publicatie
17-11-2011
Zaaknummer
1993-168
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting / Artikel 16A LIB / Belastingjaar 1989

De drempel voor de buitengewone lasten moet naar de bedoeling van de wetgever worden gerekend over het gezamenlijke inkomen van man en vrouw.

De Raad acht het niet aannemelijk dat de belastingdienst bij de redactie van het aangiftebiljet voor 1989 daarover een andere opvatting zou hebben gehuldigd.

De volgorde van het aangiftebiljet kan gemakkelijk aanleiding geven tot het misverstand, dat de drempel uitsluitend moet worden berekend over het inkomen van de man. Die volgorde kan niet op één lijn worden gesteld met een toezegging of goedkeuring, dan wel een gedragslijn van de Inspecteur, waaraan X vertrouwen mocht ontlenen.

Belastingplichtige heeft geen schade geleden doordat hij, afgaande op de gewraakte volgorde, enige handeling heeft verricht of nagelaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Beschikking van 19 mei 1995, nr. 1993-168

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende in Aruba,

inzake:

belanghebbende

tegen

de Inspecteur der Belastingen

1. Loop van het geding:

1.1. Aan X is een aanslag inkomstenbelasting 1989 opgelegd, gedagtekend 16 juli 1993, naar een zuiver inkomen van 64.449,.

1.2. Bij beschikking op bezwaarschrift van 18 november 1993 is de aanslag verminderd tot een bedrag berekend naar een zuiver inkomen van 64.291,.

1.3. Van deze beschikking is X, tezamen met zijn echtgenote, bij beroepsschrift ingekomen bij de Raad op 24 november 1993, mitsdien tijdig, in beroep gekomen. Het beroepsschrift is nog aangevuld bij brief, bij de Raad ingekomen op 7 januari 1994.

1.4. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend, waarop X heeft gereageerd met een verweerschrift.

1.5. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad op 22 februari 1995, waar zijn verschenen X en zijn echtgenote, alsmede de Inspecteur. Partijen hebben hun standpunt nader toegelicht, de Inspecteur overeenkomstig een door haar overgelegde pleitnota.

2. Vaststaande feiten:

Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde is, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door één van hen niet of niet voldoende weersproken, het volgorde komen vast te staan.

2.1. X heeft voor het jaar 1989 aangegeven:

eigen inkomen 21.718,92

inkomen echtgenote 42.730,74

totaal 64.449,66

buitengewone lasten 3.381,05

af: drempel 5% van 21.718,92 1.085,95

Saldo 2.295,10

zuiver inkomen 62.154,56

2.2. Bij het regelen van de definitieve aanslag is geen aftrek wegens buitengewone lasten toegepast, enerzijds omdat bewijsstukken inzake betaling grotendeels ontbraken, anderzijds omdat de Inspecteur zich op het standpunt heeft gesteld, dat de drempel van 5% niet uitsluitend moet worden berekend over het inkomen van de man maar over de inkomens van man en vrouw tezamen, d.w.z. dat de drempel in het onderhavige geval 5% van 64.449,of 3.222,45 bedraagt.

2.3. Nadat alsnog bewijsstukken met betrekking tot de buitengewone lasten waren overgelegd, heeft de Inspecteur bij beschikking op bezwaarschrift het zuiver inkomen als volgt vastgesteld:

aangegeven inkomen van beide echtgenoten 64.449,66

buitengewone lasten 3.381,05

af: drempel 5% van 21.718,92 3.222,45

Saldo 158,60

zuiver inkomen 64.291,06

3. Geschil:

In geschil is de vraag of de drempel voor de aftrek van buitengewone lasten moet worden berekend over het inkomen van X van 21.718,92 dan wel over het gezamenlijke inkomen van X en zijn echtgenote van 64.449,66.

4. Standpunten van partijen:

4.1. X verwijst naar de inrichting van het aangiftebiljet. Daarin wordt na punt 16 gevraagd naar het saldo van het inkomen verminderd met de persoonlijke lasten. Vervolgens wordt in punt 17 onder het hoofd "Buitengewone lasten" gezegd: "Met welk bedrag moet het hierboven aangegeven inkomen worden verminderd wegens: .... enz." Pas daarna wordt onder punt 19 van het aangiftebiljet gevraagd naar het zuiver inkomen van de echtgenote.

4.2. Uit deze duidelijke volgorde van het aangiftebiljet leidt X af, dat de belastingdienst zich op het standpunt stelt, dat de drempel moet worden berekend over het na punt 16 aangegeven inkomen, d.w.z. het inkomen van X. X vindt voor deze stelling steun in het feit, dat de toelichting op de aangiftebiljetten voor de jaren 1990 e.v. is gewijzigd.

Naar de Raad begrijpt, beroept X zich tevens op het feit, dat - daargelaten de interpretatie door de belastingdienst van de wettelijke bepalingen - de wijze waarop het aangiftebiljet is ingericht, alsmede de daarop gegeven toelichting, het vertrouwen heeft gewekt, dat de drempel uitsluitend over zijn inkomen en niet over het gezamenlijk inkomen moest worden berekend.

4.3. De Inspecteur heeft uitvoerig uiteengezet waarom er naar de bedoeling van de wetgever en de strekking van de wettelijke bepalingen geen twijfel aan kan bestaan, dat de drempel moet worden berekend over het gezamenlijk inkomen van man en vrouw. De Inspecteur geeft toe, dat het aangiftebiljet op dit punt niet geheel duidelijk is, maar is van mening, dat mede gelet op de toelichting bij het aangiftebiljet de volgorde van het aangiftebiljet geen vertrouwen door X bedoeld heeft kunnen opwekken. Zo komen in de toelichting op het aangiftebiljet de woorden "hierboven aangegeven" niet voor. Gezegd wordt daar: "Buitengewone lasten worden in aanmerking genomen, voorzover zij meer bedragen dan:

a. 5% van het inkomen na aftrek van de persoonlijke lasten....".

Bovendien kan volgens de Inspecteur aan een onduidelijkheid in de toe lichting geen vertrouwen worden ontleend. Dit is immers zelfs niet het geval bij een daarin voorkomende fout.

5. Overwegingen omtrent het geschil:

5.1. De Raad is met de Inspecteur van oordeel, dat naar de bedoeling van de wetgever de voor de drempel moet worden gerekend over het gezamenlijke inkomen van man en vrouw. Dat de belastingdienst bij de redactie van het aangiftebiljet voor 1989 daarover een andere opvatting zou hebben gehuldigd, acht de Raad niet aannemelijk.

5.2. Hoewel aan X moet worden toegegeven, dat de volgorde van de punten 16 tot en met 19 van het aangiftebiljet gemakkelijk aanleiding kan geven tot het misverstand, dat de drempel uitsluitend moet worden berekend over het inkomen van de man, kan die volgorde naar het oordeel van de Raad niet op één lijn worden gesteld met een toezegging of goedkeuring, dan wel een gedragslijn van de Inspecteur, waaraan X het vertrouwen mocht ontlenen dat te zijnen aanzien de wet zou worden toegepast in strijd met het gestelde onder 5.1. Ook kan niet worden gezegd dat X schade heeft geleden doordat hij, afgaande op de gewraakte volgorde, enige handeling heeft verricht of nagelaten. Het beroep kan derhalve niet slagen.

6. Beslissing:

De Raad verwerpt het beroep.

mrs. Warnink, Moltmaker, Ilsink