Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBNAA:1994:BU4899

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
15-08-1994
Datum publicatie
17-11-2011
Zaaknummer
1993-091
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Winstbelasting / Artikel 6 LWB / Belastingjaar 1987

Onwaarschijnlijk dat aan directeur/groot-aandeelhouder ook in verliesjaren een bedrag van 100.000,= zou zijn uitgekeerd boven zijn normale salaris. Dat de uitkering van de winst afhankelijk is, volgt ook uit het gebruikte begrip (directie) tantième, dat in het juridische en bedrijfseconomische spraakgebruik een uitkering is uit de winst, d.w.z. dat toekenning slechts mogelijk is indien en voor zover er winst is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 15 augustus 1994, nr. 1993-091

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende in Aruba,

inzake:

belanghebbende

tegen

de Inspecteur der Belastingen

1. Loop van het geding

1.1. Bij beroepsschrift, bij de Raad ingekomen op 2 september 1993, heeft NV X beroep ingesteld tegen de beschikking van de Inspecteur d.d. 17 augustus 1993, waarbij deze het bezwaar van NV X tegen de haar opgelegde aanslag winstbelasting 1987 d.d. 15 december 1992, afwees.

1.2. De Inspecteur heeft een vertoogschrift met 11 bijlagen ingediend, bij de Raad ingekomen op 29 oktober 1993. Daarop heeft de gemachtigde van NV X gereageerd met een verweerschrift met 10 bijlagen, bij de Raad ingekomen op 15 februari 1994. Vervolgens heeft de Inspecteur een repliekschrift ingediend, bij de Raad ingekomen op 5 april 1994.

1.3. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad op 16 mei 1994, alwaar zijn verschenen de Inspecteur, vergezeld van de controlerend ambtenaar B, alsmede de gemachtigde van NV X. Partijen hebben een standpunt nader toegelicht, de gemachtigde van NV X onder overlegging van een pleitnota met bijlage.

2. Vaststaande feiten

Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde is, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door één van hen niet of niet voldoende weersproken, het volgende komen vast te staan.

2.1. De door NV X over het boekjaar 1987 gedane aangifte voor de winstbelasting vermeldt een belastbare winst van 176.844,=. De Inspecteur heeft naar aanleiding van een bij NV X door de Belastingaccountantsbureau ingesteld onderzoek dit bedrag verhoogd met 100.000,= en mitsdien een aanslag opgelegd naar een belastbaar bedrag van 276.800,=.

2.2. Het bedrag van 100.000,= is het bedrag dat bij het opmaken van de jaarstukken betreffende het boekjaar 1987 naar A is overgemaakt. A is directeur/groot-aandeelhouder van NV X.

2.3. Een overmaking als vorenbedoeld geschiedde jaarlijks en bedroeg in 1987 voor het eerst 100.000,=, gesplitst in 50.000,= dividend en 50.000tantième. Over het boekjaar 1984 werd het dividend op nihil gesteld en het tantième op 100.000,. Dit was ook over de boekjaren 1985 en 1986 het geval. Over de boekjaren 1987, 1988 en 1989 bedroeg het tantième telkens 100.000,=, maar werd een dividend uitgekeerd ter grootte van de op de rekening-courant verschuldigde interest.

2.4. Op 24 november 1986 heeft de toenmalige Inspecteur een brief d.d. 6 november 1986 van de toenmalige gemachtigde van NV X voor akkoord getekend. In die brief (hierna: het compromis van 1986) staat vermeld: " Met betrekking tot de definitieve regeling van de aanslagen W.B. 1977 t/m 1984 van N.V. Y stellen wij u namens cliënt het volgende voor:

1. Enz.

2. De aan A uitgekeerde bonussen zullen van 1975 tot en met 1982 worden beschouwd als winstuitdelingen. A zal voor die jaren en voor de betreffende bedragen een reductie op zijn I.B. ontvangen ex. art. 26 landsverordening inkomstenbelasting. Vanaf 1986 zal op de tantième loonbelasting worden ingehouden en afgedragen. Voor de jaren 1983, 1984 en 1985 zal de niet ingehouden loonbelasting via de aanslagen L.B. worden betaald door A. 3. Overigens zullen voor de aanslagen W.B. 1975 t/m 1984 geen andere correcties worden aangebracht".

3. Geschil

Het geschil betreft de vraag of het bedrag van 100.000,= als deel van de arbeidsbeloning van A in aftrek kan worden gebracht van de winst van A, dan wel een niet voor aftrek vatbare winstuitkering aan een bestuurder is in de zin van art. 6, lid 2, letter e, van de Landsverordening winstbelasting.

4. Standpunt van NV X

4.1. NV X stelt dat het een betaling betreft aan het einde van een jaar, welke berust op een traditie uit vroeger jaren, destijds ingegeven door spaarmotieven. De verhoging vanaf 1983 houdt verband met het feit, dat A toen enig directeur werd.

4.2. NV X verwijst naar de wetsgeschiedenis, waaruit blijkt, dat de wetgever in art. 6, lid 2, letter e, Landsverordening winstbelasting slechts van aftrek heeft willen uitsluiten dividenden en tantièmes, alsmede alle andere uitkeringen die op een of andere wijze van de bedrijfsresultaten afhankelijk zijn. Van een winstafhankelijke uitkering is hier volgens NV X geen sprake.

4.3. NV X is van mening, dat nu het op X niet gebruikelijk is, dat in familiebedrijven arbeidsovereenkomsten worden opgemaakt, de Inspecteur moet bewijzen dat het hier niet een arbeidsbeloning, maar een winstafhankelijk tantième betreft.

4.4. NV X verdedigt voorts, dat uit de eerste volzin van punt 2 van het compromis uit 1986 volgt, dat na 1982 de aan A uitgekeerde bonussen niet (meer) als winstuitdelingen in de overige volzinnen van punt 2 is gezegd over de betaling van loonbelasting met betrekking tot de tantièmes voor de jaren 1983, 1984, 1985 en vanaf 1986.

4.5. Volgens NV X wil de Inspecteur een oordeel vellen over de hoogte van de arbeidsbeloning van A, hetgeen in strijd is met de ondernemingsvrijheid van NV X.

5. Standpunt van de Inspecteur

5.1. De Inspecteur betwist dat het een betaling aan het einde van het jaar betreft. De betaling geschiedt bij het opmaken van de jaarstukken (maart/april van het daarop volgende jaar). Volgens de Inspecteur was in 1984 geen sprake van een verhoging in verband met de toegenomen arbeidsprestaties en verantwoordelijkheden van A. Het totale bedrag werd niet verhoogd, maar 50.000,= werd onder een andere titel (tantième in plaats van dividend) uitgekeerd.

5.2. Met betrekking tot de bewijslast stelt de Inspecteur, dat nu het hier gaat om een aftrekpost, de bewijslast op NV X rust. Dit geldt nog temeer, waar naar zijn mening het normaal en gebruikelijk is dat arbeidsbeloningen in een schriftelijke arbeidsovereenkomst danwel anderszins, zoals in de notulen van de aandeelhoudersvergadering, worden vastgelegd.

5.3. Dat in het compromis over inhouding van loonbelasting wordt gesproken, is volgens de Inspecteur niet van belang. Ook een (winstafhankelijk) tantième valt onder het begrip loon voor de loonbelasting, zoals blijkt uit art. 8, lid 2, Landsverordening loonbelasting. Hij merkt nog op, dat het compromis slechts spreekt van "bonussen" en "tantième".

5.4. De Inspecteur is van mening, dat uit de door gemachtigde van NV X ter sprake gebrachte wetsgeschiedenis blijkt, dat tantièmes, uitgekeerd aan personen die bij de algemene en speciaal bij de financiële kwestie van het bedrijf een leidende rol spelen, niet als kosten van de vennootschap mogen worden aangemerkt, ongeacht of deze tantièmes al dan niet van de winst afhankelijk zijn.

6. Overwegingen omtrent het geschil

6.1. Voorop gesteld zij, dat naar het oordeel van de Raad de Inspecteur niet gehouden was reeds op grond van enig door het compromis van 1986 opgewekt vertrouwen voor 1987 en volgende jaren de aftrek van het bedrag van 100.000,= te aanvaarden. Blijkens de aanhef van het compromis heeft het slechts betrekking op de jaren 1977 tot en met 1984. Ten aanzien van de daarin voorkomende regeling van de loonbelasting heeft de Inspecteur terecht gesteld, dat ook - voor de winstbelasting niet aftrekbare, winstafhankelijke - tantièmes onder het begrip loon voor de loonbelasting vallen. Uit de regeling kan derhalve niet worden afgeleid, dat de Inspecteur zich voor onbepaalde tijd na 1984 heeft willen binden aan de opvatting, dat de tantièmes voor de winstbelasting aftrekbaar zouden zijn.

6.2. Met de Inspecteur is de Raad van oordeel, dat het bedrag, dat A over het boekjaar 1984 in totaal van NV X verkreeg niet hoger was dan in de daaraan voorafgaande jaren, doch dat slechts de omschrijving (voor een bedrag van 50.000,=) veranderde.

6.3. In de door de gemachtigde van NV X overgelegde notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders van NV X gehouden op 24 juni 1981, waarin tot de uitkering van 50.000 werd besloten, werd deze uitkering aangeduid als directie tantième. Zoals de Inspecteur opmerkt, wordt in het compromis van 1986 ook slechts gesproken van bonussen en tantièmes, terwijl bovendien in de door de gemachtigde van NV X overgelegde jaarstukken 1983 en 1984 eerst een post "wages and salaries" in aftrek wordt gebracht om te komen tot het "the operating income" en pas daarna een post "bonuses managing directors" in aftrek wordt gebracht om te komen tot de "profit before taxes".

6.4. Hoewel aan de omschrijving van bepaalde posten in de jaarstukken niet zonder meer fiscaalrechtelijke gevolgen kunnen worden verbonden, komt het de Raad, alle omstandigheden in aanmerking genomen, onwaarschijnlijk voor, dat aan A ook in verliesjaren een bedrag van 100.000,= zou zijn uitgekeerd boven zijn normale salaris. Dat de uitkering van de winst afhankelijk is, volgt ook reeds uit het in de processtukken bij herhaling gebruikte begrip (directie) tantième, dat in het juridische en bedrijfseconomische spraakgebruik een uitkering is uit de winst, d.w.z. dat toekenning slechts mogelijk is indien en voor zover er winst is.

6.5. Aangezien derhalve de uitkering van 100.000,= een winstuitkering is als bedoeld in art. 6, tweede lid, onder c, Landsverordening winstbelasting, heeft de Inspecteur terecht dat bedrag niet in aftrek toegelaten, zodat het beroep van NV X moet worden verworpen.

7. Beslissing

De Raad verwerpt het beroep.

mrs. H. Warnink, J.K. Moltmaker en J.W. Ilsink