Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBNAA:1993:BU4757

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
21-10-1993
Datum publicatie
16-11-2011
Zaaknummer
1992-009
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Winstbelasting / Artikel 33 LWB / Belastingjaar 1989

Bij belastingplichtige is het vertrouwen gewekt, dat de tweede aanslag de definitieve aanslag was.

Voor zover het vertrouwen is opgewekt doordat de Ontvanger daarvoor een biljet heeft gebruikt met een onjuist opschrift, is dit een omstandigheid die voor rekening komt van de belastingdienst, waarvan zowel de Inspecteur als de Ontvanger deel uitmaken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 21 oktober 1993, nr. 1992-009

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende in Curacao,

inzake:

belanghebbende

tegen

de Inspecteur der Belastingen

1. Procesverloop:

1.1. Nadat aan NV X een voorlopige aanslag winstbelasting 1989 met onbekende dagtekening, met een te betalen bedrag van 692.300 was opgelegd, werd haar een tweede aanslag winstbelasting 1989 opgelegd, gedagtekend 26 maart 1991, met een na verrekening van de voorlopige aanslag te betalen bedrag van 127.348,70 (hierna: de tweede aanslag).

Vervolgens werd haar nog een derde aanslag voor dat belastingjaar opgelegd, gedagtekend 20 december 1991, met een na verrekening van de vorige aanslagen nog te betalen bedrag van 28.699 (hierna: de derde aanslag).

1.2. Bij beroepsschrift, bij de Raad ingekomen op 12 februari 1992, aangevuld bij geschrift bij de Raad ingekomen op 17 juni 1992, heeft NV X beroep ingesteld tegen de derde aanslag. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend, bij de Raad ingekomen op 27 augustus 1992. NV X heeft een verweerschrift ingediend, bij de Raad ingekomen op 16 november 1992, waarop de Inspecteur heeft gereageerd bij repliek schrift, bij de Raad ingekomen op 22 maart 1993.

1.3. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht ter zitting van de Raad op 12 mei 1993, voor wat NV X betreft aan de hand van een pleitnota, waarvan de inhoud geacht wordt in deze beschikking te zijn ingevoerd.

1.4. Door de Inspecteur is nog overgelegd een kopie van het desbetreffende kohier, zoals dat bij de Ontvanger berust. In dit kohier is de tweede aanslag aangeduid als nadere voorlopige aanslag en de derde aanslag als definitieve aanslag. Tevens heeft de Inspecteur overgelegd een op 12 mei 1993 door de Ontvanger afgegeven duplicaat-aanslagbiljet betreffende de derde aanslag. Dit duplicaat-aanslagbiljet vermeldt kennelijk abusievelijk als dagtekening 20-12-1990 in plaats van 20-12-1991.

Door NV X zijn nog overgelegd een aantal kwitanties en andere bescheiden betreffende de door haar als bedrijfskosten in aftrek gebrachte donaties.

2. Vaststaande feiten:

2.1. Tussen partijen staan de volgende feiten als niet of onvoldoende weersproken vast.

2.2. Omdat NV X ter zake van de tweede aanslag geen aanslagbiljet had ontvangen, kwam zij van het bestaan van die aanslag pas op de hoogte doordat zij op 8 juni 1991 van de Ontvanger een aanmaning ter zake van die aanslag ontving. Zij verzocht de Ontvanger om een duplicaat-aanslagbiljet.

2.3. Bij brief van 19 juli 1991 heeft de Inspecteur overlegging van bepaalde stukken verzocht en nadere inlichtingen gevraagd.

2.4. De gemachtigde van NV X heeft een aan de Inspecteur gerichte brief d.d. 29 oktober 1991 overgelegd, waarin hij melding maakt van diverse aan NV X opgelegde aanslagen winstbelasting (o.a. definitieve aanslag 1989 en voorlopige aanslag 1990) welke aanslagen NV X nooit heeft ontvangen, in verband waarmee hij de Inspecteur verzoekt alle correspondentie aan het door hem opgegeven adres van NV X te zenden.

2.5. Op haar verzoek als bedoeld onder 2.2 werd aan NV X op 2 december 1991 een duplicaat-aanslagbiljet betreffende de tweede aanslag uitgereikt. Daaruit blijkt dat deze aanslag was gedagtekend 26 maart 1991. In het hoofd van dit aanslagbiljet staat vermeld "Definitieve aanslag Winstbelasting". Het daarin vermelde belastbare bedrag van 2.125.706 stemt overeen met de door NV X ingediende aangifte.

2.6. Na 2 december 1991 ontving NV X een brief van de Inspecteur d.d. 27 november 1991, waarbij deze aan NV X mededeelde, dat hij de aangegeven belastbare winst zou verhogen tot een bedrag van 2.199.124 in verband met correcties "donaties" en "afschrijvingen rollend materiaal". Aan het slot van deze brief staat vermeld: " N.B.: Bezwaar kunt u pas maken na ontvangst van de definitieve aanslag".

2.7. Bij telefonische informatie naar aanleiding van de correctie brief, vermeld onder 2.6, vernam NV X dat te dier zake de derde aanslag was opgelegd, met als dagtekening 20 december 1991. Een aanslagbiljet had NV X tot op de dag van de zitting van de Raad echter nog niet ontvangen.

2.8. In de opvatting dat de tweede aanslag de definitieve aanslag was en de derde aanslag derhalve een navorderingsaanslag, heeft NV X tegen die derde aanslag rechtstreeks beroep bij de Raad op 12 februari 1992, waarbij zij de aanslag aanduidt als navorderingsaanslag.

2.9. Eerst bij een bespreking op 13 mei 1992 verkreeg de gemachtigde van NV X voldoende duidelijkheid over de gang van zaken en heeft vervolgens bij brief, ingekomen op 17 juni 1992, het beroep nader gemotiveerd.

3. Geschil:

Het geschil betreft in de eerste plaats de vraag of de derde aanslag een definitieve aanslag is dan wel een navorderingsaanslag en in de tweede plaats of de Inspecteur voor wat de aftrekbare bedrijfskosten betreft terecht is afgeweken van de aangifte.

4. Standpunten van partijen:

4.1. De Inspecteur stelt zich op het standpunt dat gelet op de onder 2.3 en 2.6 vermelde feiten het NV X duidelijk had moeten zijn, dat de aanduiding "Definitieve aanslag" op de tweede aanslag op een kennelijke vergissing berustte en dat NV X had moeten beseffen, dat de derde aanslag niet een navorderingsaanslag maar de definitieve aanslag was. Nu NV X daarvan rechtstreeks bij de Raad in beroep is gegaan, is dat beroep volgens de Inspecteur niet ontvankelijk. Indien evenwel de derde aanslag als een navorderingsaanslag zou moeten worden aangemerkt, is de Inspecteur van mening, dat die aanslag is gebaseerd op gegevens die de Inspecteur redelijkerwijs niet bekend waren ten tijde van het opleggen van de tweede (alsdan als definitieve aanslag te beschouwen) aanslag.

Voor wat het materiƫle geschilpunt betreft, is hij van mening, dat de derde aanslag terecht in afwijking van de aangifte is opgelegd.

4.2. NV X meent dat zij in de gegeven omstandigheden, in het bijzonder gelet op het vermelde onder 2.2, 2.4, 2.5, 2.6 en 2.7 redelijkerwijs mocht aannemen, dat de tweede aanslag de definitieve aanslag was, zodat de derde aanslag als een navorderingsaanslag moet worden aangemerkt.

NV X stelt voorts dat de gegevens, waarop de correcties betrekking hebben, de Inspecteur ten tijde van het opleggen van de tweede aanslag (26 maart 1991) reeds bekend waren of althans bekend konden zijn uit de op 21 februari 1991 ingediende aangifte. Naar haar mening is daarom geen sprake van "later bekend geworden gegevens" als bedoeld in artikel 33, eerste lid, Landsverordening op de Winstbelasting 1940. Voor zoveel nodig bestrijdt NV X de juistheid van de door de Inspecteur toegepaste correcties.

5. Beoordeling van het geschil:

5.1. Naar het oordeel van de Raad is bij NV X in de gegeven omstandigheden het vertrouwen gewekt, dat de tweede aanslag de definitieve aanslag was. In juni 1991 werd haar telefonisch medegedeeld, dat de aanmaning betrekking had op de definitieve aanslag 1989 (zoals zij ook aangeeft in haar brief d.d. 29 oktober 1991, vermeld onder 2.4), hetgeen nog werd bevestigd door de vermelding in het hoofd van het op 2 december 1991 verstrekte duplicaat aanslagbiljet: Definitieve aanslag Winstbelasting. De onder 2.3 genoemde inlichtingen brief vormde op zichzelf geen aanleiding voor NV X aan het voorgaande te twijfelen, terwijl zij de correctie brief van 27 november 1991 eerst na 2 december 1991 ontving. Voor zover het bij NV X bestaande vertrouwen is opgewekt doordat de Ontvanger daarvoor een biljet heeft gebruikt met een onjuist opschrift, is dit een omstandigheid die voor rekening komt van de belastingdienst, waarvan zowel de Inspecteur als de Ontvanger deel uitmaken. NV X is derhalve ontvankelijk in haar beroep.

5.2. Ervan uitgaande, dat de tweede aanslag als definitieve aanslag heeft te gelden, moet worden geconstateerd, dat deze aanslag is opgelegd op basis van de cijfers van de ingediende aangifte, d.w.z. dat die aangifte de Inspecteur op dat moment bekend was. In de aangifte zijn de donaties als bedrijfskosten opgevoerd evenals de afschrijvingen, welke de Inspecteur later gecorrigeerd heeft op grond van een controlerapport van 4 januari 1988 betreffende de boekjaren 1980 tot en met 1984, welk rapport de Inspecteur bij het opleggen van de tweede aanslag dus eveneens bekend was. De als navorderingsaanslag aan te merken derde-beslag is derhalve niet opgelegd op basis van later bekend geworden gegevens in de zin van artikel 33 Landsverordening op de Winstbelasting 1940.

6. De beslissing:

De Raad vernietigt de aan NV X opgelegde aanslag winstbelasting 1989, gedagtekend 20 december 1991, ten bedrage van 28.699,40.

mrs. H. Warnink, J.K. Moltmaker en J.W. Ilsink