Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBNAA:1993:BU4715

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
16-02-1993
Datum publicatie
16-11-2011
Zaaknummer
1992-001
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Winstbelasting / Belastingjaar 1988

Verwerping van een administratie kan slechts worden gebaseerd op concrete feiten en omstandigheden, welke aannemelijk maken dat de gevoerde administratie niet kon dienen als basis voor een verantwoorde winstberekening. Deze feiten en omstandigheden dienen in de eerste plaats de administratie te betreffen van het jaar waarop het geschil betrekking heeft. Bevindingen welke andere jaren betreffen, kunnen ondersteunend bewijs opleveren, maar vormen op zichzelf, gelet ook op de ingrijpendheid van een dergelijke verwerping, onvoldoende bewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 16-02-1993, nr. 1992-001

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende in Curacao,

inzake:

belanghebbende

tegen

de Inspecteur der Belastingen

1. Procesverloop

1.1 Aan S is voor het jaar 1988 een aanslag in de winstbelasting opgelegd naar een belastbare winst van f.10.000,--. S heeft tegen deze aanslag een bezwaarschrift ingediend. De aanslag is door de inspecteur bij beschikking op dat bezwaarschrift gehandhaafd.

1.2 S is van deze beschikking in beroep gekomen bij de Raad. Het beroep strekt tot vernietiging van de beschikking en tot vermindering van de aanslag tot nihil. De inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend, strekkend tot bevestiging van de beschikking.

S heeft daarna een verweerschrift ingediend.

1.3 De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 10 december 1992, waar zijn verschenen de gemachtigde van S en V als gemachtigde van de inspecteur.

De gemachtigde van S heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en overgelegd. Deze behoort tot de gedingstukken.

2. Vaststaande feiten

2.1 S heeft voor 1988 aangifte gedaan voor de winstbelasting van een verlies van f. 48.015,--. De aangifte steunde op bijgevoegde jaarstukken.

2.2. Vanwege de inspecteur is bij S een boekenonderzoek ingesteld over de jaren 1985 t/m 1987. Een rapport van dat onderzoek is niet overgelegd.

3. Geschil

In geschil is de juistheid van de opgelegde aans4ag.

4. Standpunten van partijen

4.1. Bij het onder 2.2. bedoelde onderzoek is volgens dé inspecteur geconstateerd dat .de administratie van S op een zodanige wijze was gevoerd, dat deze niet op haar juistheid kon worden gecontroleerd.

De inspecteur stelt zich op het standpunt dat, hoewel het onder 2.2. bedoelde onderzoek niet specifiek op 1988 betrekking had, niettemin, gelet op het tijdstip waarop dat onderzoek is verricht, mag worden aangenomen dat ook de over 1988 gevoerde administratie niet kon dienen als basis voor een winstberekening. De inspecteur stelt de door S in 1988 behaalde winst voorzichtigheidshalve op f 10.000,--.

4.2. S heeft ontkend dat haar boekhouding gebrekkig zou zijn. Zij heeft verder aangevoerd dat de verwerping van de over 1988 gevoerde administratie niet kan worden gebaseerd op het over 1985 tot en met 1987 ingesteld boekenonderzoek.

5. Beoordeling van het geschil

5.1 De Raad stelt voorop dat een verwerping van een administratie als door de inspecteur bepleit slechts kan zijn gebaseerd op concrete feiten en omstandigheden, welke aannemelijk maken dat de gevoerde administratie niet kon dienen als basis voor een verantwoorde winstberekening. Deze feiten en omstandigheden dienen in de eerste plaats de administratie te betreffen van het jaar waarop het geschil betrekking heeft. Bevindingen welke andere jaren betreffen, kunnen ondersteunend bewijs opleveren, maar vormen op zichzelf, gelet ook op de ingrijpendheid van een dergelijke verwerping, onvoldoend bewijs.

5.2 De Raad leidt uit de stellingen van de inspecteur af dat de door S over 1988 gevoerde administratie niet is onderzocht, doch slechts die over 1985 tot en met 1987. Zelfs indien zou komen vast te staan dat deze over 1985 tot en met 1987 gevoerde administratie, zoals de inspecteur stelt, niet op haar juistheid kon worden gecontroleerd, dan kan deze omstandigheid -naar uit het onder 5.1. overwogene volgt - op zichzelf niet leiden tot verwerping van de over 1988 gevoerde administratie. Andere - met name op 1988 betrekking hebbende - feiten of omstandigheden welke die conclusie zouden kunnen rechtvaardigen, zijn gesteld noch gebleken.

5.3 Aangezien de inspecteur overigens geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit zou kunnen volgen dat S over 1988 een positief resultaat heeft behaald, dient als volgt te worden beslist.

6. Beslissing

De Raad vernietigt de beschikking van de inspecteur op het bezwaarschrift alsmede de opgelegde aanslag.

mrs. H.Warnink, voorzitter, J.K.Moltmaker en J.W. van den Berge, leden