Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBNAA:1992:BU4696

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
10-07-1992
Datum publicatie
16-11-2011
Zaaknummer
1991/043
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Loonbelasting / Belastingjaar 1987

De Inspecteur heeft aan inwoners van het Franse deel van Sint Maarten betaalde bedragen als loon aangemerkt omdat sprake is van dienstbetrekking.

Bewijslast voor dienstbetrekking rust op de inspecteur.

De Raad heeft begrip voor de positie van de Inspecteur en onderschrijft in beginsel diens stelling, dat op een aannemer een onderzoeksplicht rust naar de hoedanigheid van degene aan wie hij werk uitbesteedt. Verzaakt de aannemer zijn onderzoeksplicht, dan is de Inspecteur ontslagen van de op hem rustende bewijslast.

De Raad verbindt hieraan de voorwaarde dat de Inspecteur betreffende die onderzoeksplicht duidelijke en hanteerbare beleidsregels formuleert, die een aannemer in staat stellen om op eenvoudige wijze het verlangde onderzoek te verrichten.

De Inspecteur heeft niet eerder enig onderzoek van een aannemer naar de hoedanigheid van zijn onderaannemer heeft geëist. Het staat de Inspecteur vrij die gedragslijn te wijzigen, doch de rechtszekerheid verbiedt dat zulks met terugwerkende kracht geschiedt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking van 10 juli 1992, nr. 1991/043

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende in Sint Maarten,

inzake:

belanghebbende

tegen

de Inspecteur der Belastingen

1. Procesverloop

1.1. Aan NV X is voor het jaar 1987 een aanslag loonbelasting opgelegd ten bedrage van

f. 104.496,=. De enkelvoudige belasting bedroeg f. 83.597,=, de boete f. 20.899,=. Na daartegen door NV X gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur de aanslag bij beschikking van 30 juli 1991 verminderd tot een bedrag van f. 25.878=, waarvan f. 20.702,= aan enkelvoudige belasting en f. 5.176,= aan boete.

1.2. NV X is tegen deze beschikking op 9 september 1991 in beroep gekomen bij de Raad. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.

1.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad in raadkamer ter zitting van de Raad van 15 mei 1992, gehouden te Sint Maarten. Aldaar zijn verschenen M namens NV X, alsmede de Inspecteur bijgestaan door B. Beide parten hebben een pleitnota overgelegd. Namens NV X zijn nog enige stukken in het geding gebracht.

2. Beoordeling van het beroep.

2.1. NV X exploiteerde in het onderhavige jaar een aannemersbedrijf. In dat kader heeft zij loodgieterswerkzaamheden doen uitvoeren door H en P, beiden wonend op het Franse deel van Sint Maarten. Aan hen is voor dat werk in 1987 een bedrag van f. 87.152, betaald.

2.2. De Inspecteur heeft het betaalde bedrag als loon aangemerkt omdat - naar hij stelt - de loodgieters bij NV X in dienstbetrekking waren als bedoeld in artikel 3, lid 1, van de Landsverordening op de Loonbelasting 1976 (hierna: LB). NV X ontkent die stelling. Volgens haar gaat het om zelfstandige onderaannemers die niet onder de loonbelasting vallen.

2.3. In het algemeen brengt een redelijke verdeling van de bewijslast mee dat de Inspecteur feiten en omstandigheden stelt en bij tegenspraak bewijst, op grond waarvan kan worden geoordeeld dat zich een belastbaar feit heeft voorgedaan. Toegespitst op het onderhavige geval zou zulks betekenen dat de Inspecteur dient te bewijzen dat de loodgieters in 1987 in dienstbetrekking waren bij NV X.

2.4. In het betoog van de Inspecteur ligt besloten dat hij deze bewijslast te zwaar acht. Hij wijst immers op de bijzondere situatie op Sint Maarten: er is sprake van een ongecontroleerd verkeer van personen, goederen en diensten tussen het Nederlandse en het Franse deel, alsmede van een niet naar behoren functionerend bestuursapparaat. De Inspecteur stelt dan dat op een aannemer als NV X een onderzoeksplicht rust naar de hoedanigheid van degene aan wie hij werk uitbesteedt.

Verzaakt de aannemer zijn onderzoeksplicht, zo begrijpt de Raad de Inspecteur, dan is de Inspecteur ontslagen van de op hem rustende bewijslast.

2.5. De Raad heeft begrip voor de positie van de Inspecteur en onderschrijft dan ook in beginsel diens stelling, zulks onder de voorwaarde dat de Inspecteur betreffende die onderzoeksplicht duidelijke en hanteerbare beleidsregels formuleert, die een aannemer in staat stellen om op eenvoudige wijze het verlangde onderzoek te verrichten.

2.6. Ter zitting is komen vast te staan dat de Inspecteur tot het jaar 1990 nimmer enig onderzoek van een aannemer naar de hoedanigheid van zijn onderaannemer heeft geëist. Het staat de Inspecteur vrij die gedragslijn te wijzigen, doch de rechtszekerheid verbiedt dat zulks met terugwerkende kracht geschiedt. In zoverre treft het beroep doel.

2.7. Niet in geschil is dat in dat geval de aanslag moet worden verminderd met 10 percent van f. 87.152,= is f. 8.715,= aan enkelvoudige belasting en met 25 percent daarvan is f. 2.179,= aan boete.

3. Beslissing

De Raad vernietigt de bestreden beschikking, vermindert de aanslag met f. 8.715,= aan enkelvoudige belasting en met f. 2.179,= aan boete.

Mrs. E.J. Numann, J. van den Berge en J.W. Ilsink