Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBNAA:1991:BU4665

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
29-11-1991
Datum publicatie
16-11-2011
Zaaknummer
1990-074
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting / Belastingjaar 1980

Vermogensverliezen voor aandeelhouder door faillissement van N.V. zijn niet aftrekbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Beschikking van 29 november 1991, nr. 1990-074

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende in Curacao,

inzake:

belanghebbende

tegen

de Inspecteur der Belastingen

inkomstenbelasting

Artikel

Belastingjaar

1980

Plaats

Essentie

Vermogensverlies voor aandeelhouder door faillissement van N.V. zijn niet aftrekbaar .

Loop van het geding

1.1 Appellant ontving een definitieve aanslag inkomstenbelasting over het belastingjaar 1980, artikel 65515, ten bedrage van NAf 4.650,=, berekend over een tabelinkomen van NAf 27.149,=.

Na verrekening van een bedrag aan loonbelasting van NAf 2.259,29 resteerde een te betalen bedrag van NAf 2.390,71.

1.2 Op een door appellant ingediend bezwaarschrift heeft de inspecteur afwijzend beschikt bij uitspraak van 7 augustus 1990, nr. D-5. In deze uitspraak heeft de Inspecteur overwogen, dat belanghebbende een resultatenrekening heeft ingediend van de naamloze vennootschap P

(hierna: de N.V.), waaruit blijkt dat deze N.V. gedurende de periode 1 oktober 1979 t/m 31 mei 1980 een verlies had geleden van NAf 13.400,69; dat belanghebbende dit verlies wil compenseren met zijn positieve inkomsten van het belastingjaar 1980, hetgeen de Antilliaanse belastingwetgeving niet toelaat.

1.3 Appellant is tegen de uitspraak van de Inspecteur op zijn bezwaarschrift in beroep gekomen. Het beroepschrift is bij de Raad ingekomen op 4 oktober 1990.

1.4 In zijn beroepschrift stelt appellant, dat het faillissement van de N.V. en de afwikkeling van dat faillissement voor hem een inkomstenderving (verlies) hebben opgeleverd van NAf 30.000,-- wegens een persoonlijke lening, waarvan hij het bedrag heeft aangewend voor het kopen van aandelen in de N.V., terwijl hij voorts in 1990 nog een bedrag van ongeveer NAf 10.000 aan de curator in het faillissement heeft moeten betalen ter voldoening van crediteuren van de N.V.

1.5 Bij brief van 2 oktober 1991 heeft de Inspecteur bericht, dat hij afziet van het indienen van een vertoogschrift.

1.6 Ter zitting van de Raad op 28 november 1991 hebben partijen hun standpunt bepleit aan de hand van door hen ingediende pleitnota’s. Appellant heeft als standpunt verdedigd, dat in verband met zijn verliezen als bovenomschreven, zijn inkomen over 1980 negatief is geweest en dat derhalve de aanslag voor het gehele bedrag van NAf 4.650,-- moet worden vernietigd. De Inspecteur heeft volstaan met een herhaling van zijn standpunt zoals weergegeven in de motivering van zijn uitspraak op het bezwaarschrift.

2 Beoordeling van het geschil

2.1 Niet is gesteld of gebleken, dat appellant een bedrijf of vrij beroep uitoefent in het kader waarvan de vorenomschreven verliezen als bedrijfs- of beroepskosten in de zin van art. 9, lid 1, Landsverordening op de inkomstenbelasting 1943 (LIB 1943) in af trek zouden kunnen worden gebracht.

2.2 De meerbedoelde verliezen kunnen voorts niet worden gerangschikt onder enige andere categorie van de in art. 9, aanhef, LIB 1943 bedoelde kosten tot verwerving, inning en behoud der opbrengst of op de opbrengst rustende lasten.

2.3 Evenmin kunnen deze verliezen worden aangemerkt als persoonlijke lasten in de zin van art. 16 LIB 1943 dan wel als buitengewone lasten in de zin van art. 16A LIB 1943.

2.4 Aangezien derhalve de LIB 1943 geen mogelijkheid kent tot het in aftrek toelaten van deze verliezen, heeft de Inspecteur terecht het bezwaar van appellant afgewezen.

3 Beslissing

DE RAAD, BESCHIKKENDE:

Verwerpt het beroep.

mrs. E.J. Numann, voorzitter, J.K. Moltmaker en J.W. Ilsink, leden