Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBNAA:1985:BS1085

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
Datum uitspraak
21-01-1985
Datum publicatie
09-09-2011
Zaaknummer
1985-001
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting / 1970 / Aruba

De boekhouding van belanghebbende dient als ondeugdelijk te worden aangemerkt en wordt verworpen.

De Inspecteur heeft op basis van onvoldoende cijfermatige gegevens het inkomen van belanghebbende geschat. De Raad heeft verzocht een zodanig onderzoek in te stellen, dat de Raad aan de hand van de dan gebleken feitelijke gegevens kan nagaan of de aanslag is opgelegd aan de hand van een redelijke schatting van belanghebbende’s inkomen. De Inspecteur heeft, naar de Raad hem begrijpt, uiteindelijk op basis van zijn cijfermatige berekeningen als hiervoor onder de feiten genoemd, het zuiver inkomen van belanghebbende over het onderhavige jaar geschat door vergelijking van een soortgelijk bedrijf als dat van belanghebbende.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP

21 januari 1985

1985-001

Wederom gezien het beroepschrift van S, wonende op Aruba, aan de <>, gericht tegen de beschikking van de Inspecteur der Belastingen op Aruba op het door voormelde S - hierna verder te noemen: belanghebbende - ingediende bezwaarschrift tegen de aan hem over het jaar 1970 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting;

Wederom gezien de stukken, waaronder thans ook de beschikking van de Raad van 29 maart 1984;

Wederom gehoord partijen;

OVERWEGENDE TEN AANZIEN VAN DE FEITEN:

Bij voormelde beschikking - waarvan de overwegingen met betrekking tot de feiten hier overgenomen worden - is de zaak verwezen naar de zitting van 1 oktober 1984 om redenen als weergegeven in die beschikking;

Vervolgens heeft de Inspecteur bij brief van 12 november 1984 aan de Raad overgelegd zijn cijfermatige berekeningen van belanghebbende’s (zuiver) inkomen over het onderwerpelijke jaar.

Daarop heeft belanghebbende gereageerd bij brief van zijn gemachtigde d.d. 3 december 1984, met bijlagen.

Tenslotte heeft de Raad bepaald, dat zo spoedig mogelijk in deze zaak zou worden beslist, waarna de uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGENDE TEN AANZIEN VAN HET RECHT:

De Raad neemt hier over hetgeen daaromtrent bij voormelde beschikking is overwogen.

Met name heeft de Raad in vorenbedoelde beschikking overwogen, dat was komen vast te staan, dat de boekhouding van belanghebbende als ondeugdelijk diende te worden aangemerkt en derhalve diende te worden verworpen.

Daarbij heeft de Raad overwogen, dat de Inspecteur - kort gezegd - op basis van onvoldoende cijfermatige gegevens het onderwerpelijke (zuiver) inkomen van belanghebbende had geschat, waarop zij de Inspecteur alsnog heeft verzocht een zodanig onderzoek in te stellen, dat de Raad aan de hand van de dan gebleken feitelijke gegevens kan nagaan of de onderwerpelijke aanslag is opgelegd aan de hand van een redelijke schatting van belanghebbende’s inkomen over het onderwerpelijke jaar.

De Inspecteur heeft, naar de Raad hem begrijpt, uiteindelijk op basis van zijn cijfermatige berekeningen als hiervoor onder de feiten genoemd, het zuiver inkomen van belanghebbende over het onderhavige jaar geschat op f.78.000,-.

Tot dit resultaat de Inspecteur gekomen, door vergelijking van een soortgelijk bedrijf als dat van belanghebbende en wel aan de hand van gegevens als nader aangegeven in zijn voormelde cijfermatige berekeningen over het onderwerpelijke jaar.

De Raad kan - bij gebreke aan beter - zich met de uitkomst van deze berekeningen verenigen. Belanghebbende heeft van zijn kant een cijfermatige berekening opgesteld - die niet onaanzienlijk lager uitkomt dan die van de Inspecteur - doch de Raad zal aan deze berekeningen voorbijgaan, nu vaststaat, dat de boekhouding van belanghebbende als ondeugdelijk dient te worden verworpen en derhalve exacte gegevens omtrent het juiste resultaat over het onderhavige jaar van belanghebbende‘s onderneming ontbreken.

Uit een en ander volgt, dat de beschikking, waarvan beroep, niet in stand kan blijven.

BESLISSENDE:

Vernietigt de beschikking waarvan beroep. Vermindert de aanslag tot een naar een zuiver inkomen van f. 78.000,-, eventueel te verminderen met de kinderaftrek.

mrs. J.G.A. Molenaar, H. Warnink en A.P.M. Houtman