Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBACM:2015:45

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
26-06-2015
Datum publicatie
04-10-2019
Zaaknummer
2008/50851/0215, 2008/50852/0219, 2008/50853/0216
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ontvankelijkheid, verjaring navorderingsaanslagen, ondeugdelijke kasadministratie, winstuitdeling wegens geldopname uit kassa voor lening aan kinderen, verzwegen omzet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 26 juni 2015, nrs.2008/50851/0215, 2008/50852/0219, 2008/50853/0216

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN
zitting houdende in Curaçao,

inzake: [belanghebbende],
gemachtigde [A],

tegen

[de Inspecteur].

1 Het procesverloop

1.1

Aan belanghebbende zijn de volgende navorderingsaanslagen opgelegd:

Aanslag Datum Bezwaar Uitspraak op bezwaar Beroep

Inkomstenbelasting 01-2008 16-01-2008 23-05-2008 05-06-2008

Premie AOV/AWW 01-2008 16-01-2008 23-05-2008 11-06-2008

Premie AVBZ 01-2008 16-01-2008 23-05-2008 05-06-2008

1.2

Belanghebbende is op bovengenoemde data in bezwaar gekomen tegen de aanslagen. De Inspecteur heeft de aanslagen gehandhaafd.

1.3

Belanghebbende is op bovengenoemde data tijdig in beroep gekomen tegen deze uitspraken op bezwaar.

1.4

De Inspecteur heeft vertoogschriften ingediend.

1.5

Ter zitting van 11 november 2014 te Willemstad zijn verschenen de gemachtigde vergezeld van [B] en de Inspecteur.

1.6

De gemachtigde heeft een pleitnotitie voorgedragen en overgelegd, waarvan de inhoud tot de gedingstukken wordt gerekend.

2 De tussen partijen vaststaande feiten

2.1

Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door een van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.

2.2

Belanghebbende was in het onderhavige jaar directeur en enige aandeelhouder van [N.V. 1] (hierna: de N.V.), welke vennootschap een detailhandel (hierna: het bedrijf) in de [wijk] in Willemstad exploiteerde.

2.3

In 2005/2006 werd een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar de N.V. wegens vermoedens van belastingontduiking. Blijkens het overzichtsproces-verbaal dat tot de gedingstukken behoort, werd tijdens het onderzoek onder meer bevonden dat de kasadministratie van de N.V. niet sluitend was en het kassaldo einde 2003 volgens de boekhouding Naf 404.882 bedroeg, terwijl belanghebbende verklaarde nimmer meer dan Naf 15.000 in kas te houden. Belanghebbende heeft tijdens voormeld onderzoek onder meer verklaard dat hij in de jaren vanaf 1997/8 tot en met 2003 bedragen uit de kas van de vennootschap heeft opgenomen teneinde die uit te lenen aan zijn kinderen. De opnames werden niet in de kasadministratie verwerkt. In totaal heeft belanghebbende naar zijn verklaring Naf 390.000 uit de kas van de vennootschap opgenomen en uitgeleend aan zijn kinderen. Einde 2004 zijn de kinderen begonnen met het aflossen van de geleende gelden.

2.4

De N.V. noch belanghebbende is strafrechtelijk vervolgd. De Inspecteur heeft naar aanleiding van het ingestelde onderzoek de omzet van de N.V. over de onderzochte jaren herrekend, uitgaande van een gewogen brutowinstpercentage van 100% van de kostprijs inkopen.

2.5

Aan belanghebbende was voor het jaar 2002 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd naar een belastbaar inkomen van Naf 51.261. De Inspecteur heeft naar aanleiding van het ingestelde onderzoek navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie AVBZ aan belanghebbende opgelegd naar een belastbaar/premie inkomen van Naf 161.124, waarbij een boete van 50% van de nagevorderde inkomstenbelasting is opgelegd.

Voor de premie AOV/AWW is zowel bij de aanslag als bij de navorderingsaanslag het maximale premie inkomen in acht genomen.

3 Geschil

Tussen partijen is in geschil of het bezwaar en beroep ontvankelijk zijn en, indien voormelde vragen bevestigend moeten worden beantwoord, of de navorderingsaanslagen terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd.

4 De standpunten van partijen

4.1

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, alsmede op hetgeen zij ter zitting hebben bijgebracht

4.2

Belanghebbende stelt dat hij zijn bezwaar en beroep niet adequaat kon motiveren omdat de navorderingsaanslagen zonder motivering werden opgelegd.

4.3

De Inspecteur stelt dat belanghebbende het bezwaar en beroep had kunnen motiveren aan de hand van de hem ter beschikking staande processen-verbaa1 van het tegen de N.V. ingestelde strafrechtelijke onderzoek. De gemaakte bezwaren en ingestelde beroepen zijn dus niet ontvankelijk.

4.4

Belanghebbende stelt met betrekking tot de opgelegde aanslag en boete dat de zaak te lang heeft geduurd waardoor de aanslag en de daarbij opgelegde boete dienen te vervallen. Voorts stelt belanghebbende dat de Inspecteur de toegepaste correcties niet kan staven met het door haar geproduceerde rapport van het ‘TIO-team' en de daarin opgenomen verklaringen en bevindingen.

4.5

De Inspecteur stelt met betrekking tot de opgelegde aanslag en boete het volgende. In het bedrijf werden de meeste verkopen contant betaald. Een goede kasadministratie en het bewaren van de kassabescheiden zijn derhalve van essentieel belang. De N.V. heeft in 2002 geen goede kasadministratie gevoerd en de daarop betrekking hebbende bescheiden niet volledig bewaard. De kasafslagen van het dagtotaal (de zogenoemde Z-afslagen) zijn slechts aanwezig van de maand januari 2002 en dan van maar een van de twee aanwezige kassa's. Vijf Z-afslagen ontbreken. Onverklaarbaar is dat bij een van de twee kassa's dagelijks een Z-afslag werd gemaakt rond 16.00 uur, terwijl het bedrijf op niet-koopavonden geopend was tot 18.00 uur en, volgens verklaringen van de caissières, bij beide kassa's aan het einde van de dag een Z-afslag werd gemaakt. Het kassaldo op de eindbalans voor zover dat het feitelijk aanwezige kasgeld van maximaal Naf 15.000 overtreft, is als uitdeling aan belanghebbende aangemerkt. Daarbij is het deel van dat saldo dat in een eerder jaar als uitdeling werd aangemerkt in het latere jaar afgetrokken van de uitkomst van voormelde berekening. Voor 2002 werd een correctie op het aangegeven belastbare inkomen aangebracht van Naf 109.863. Dat had moeten zijn: Naf 63.518 (winstuitdeling wegens geldopname uit kassa voor lening aan kinderen) plus Naf 432.248 (winstuitdeling wegens verzwegen omzet van de N.V., waarbij de omzet werd herrekend met een gewogen brutowinstpercentage van 100). Het belastbare inkomen volgens de aangifte had derhalve moeten worden verhoogd met Naf 495.766. De opgelegde boete is vernietigd gezien de feiten en omstandigheden van het geval. Op de winstuitdeling van Naf 109.863 is het tarief van 32,5% toegepast in plaats van het progressieve tarief.

5 Beoordeling van het geschil

5.1

De Inspecteur stelt dat belanghebbende niet dient te worden ontvangen in het door hem ingestelde beroep omdat hij dat niet (tijdig) heeft gemotiveerd. De Raad wijst het gestelde af. Aangezien de Inspecteur de navorderingsaanslagen noch de uitspraken op bezwaar van een motivering heeft voorzien, kan belanghebbende niet worden tegen geworpen dat hij zijn beroepschriften zonder motivering heeft ingediend. Dat belanghebbende op grond van het tegen de N.V. ingestelde strafrechtelijke onderzoek wellicht kon bevroeden welke feiten en omstandigheden aanleiding hebben gegeven tot de navorderingsaanslagen en het afwijzen van het daartegen gerichte bezwaren, doet aan voormeld oordeel niet af.

5.2

Belanghebbende stelt, naar de Raad begrijpt en verstaat, dat de navorderingsaanslagen zijn verjaard. Aangezien belanghebbende in rechte tegen de navorderingsaanslagen opkomt en daarmee het bestaan van de belastingschulden erkent, kan van een dergelijke verjaring geen sprake zijn (artikel 13, leden 1 en 2, Landsverordening op de invordering van directe belastingen 1943).

5.3

De Inspecteur heeft bij de bestreden navorderingsaanslagen in het (premie)inkomen van belanghebbende begrepen twee uitdelingen door de N.V. aan hem gedaan. In de eerste plaats gaat hem om een onttrekking door belanghebbende aan de kas van de N.V. teneinde het aldus aan de N.V. onttrokken geld aan zijn kinderen uit te lenen. In zoverre belanghebbende deze uitdeling heeft bestreden, als zodanig vat de Raad diens betoog op dat de terugbetalingen door de kinderen aan de N.V. ten goede zullen komen, verwerpt de Raad het door hem gestelde. De N.V. heeft belanghebbende in staat gesteld geld aan haar te onttrekken teneinde zijn privébelang te dienen, tw. het verstrekken van leningen aan zijn kinderen. Kennelijk heeft de N.V. zo gehandeld om belanghebbende in zijn kwaliteit van aandeelhouder te gerieven. De onttrokken gelden zijn niet als geldleningen door de N.V. aan belanghebbende of de kinderen geadministreerd. Het is dan ook niet aannemelijk dat feitelijk van geldleningen door de N.V. aan belanghebbende of de kinderen sprake is geweest. De Inspecteur heeft in het onderhavige jaar naar het oordeel van de Raad terecht een uitdeling in aanmerking genomen en deze correct berekend.

De tweede uitdeling betreft een correctie wegens verzwegen omzet die de Inspecteur bij de N.V. heeft toegepast en die zij vervolgens als uitdeling bij belanghebbende in aanmerking heeft genomen. De Inspecteur heeft gesteld dat de kasadministratie van de N.V. ondeugdelijk was. In dit verband wijst zij er op dat slechts de kasadministratie van de maand januari 2002 bij de N.V. aanwezig was en dat uit die administratie bleek dat vijf keer geen dagtotaal was afgeslagen. Voorts wijst zij er op dat bij een van de twee in het bedrijf van de N.V. aanwezige kassa's dagelijks omstreeks 16.00 uur een dagtotaal werd afgeslagen, terwijl de winkel tot 18.00 geopend was en op de andere kassa rond die laatste tijd een dagtotaal werd afgeslagen. De Raad is van oordeel dat het door de Inspecteur gestelde als voormeld om een deugdelijke uitleg vraagt van belanghebbende, als directeur/aandeelhouder van de N.V., zulks mede in het licht van zijn onttrekkingen aan de kas ten behoeve van zijn kinderen als eerder aan de orde. Belanghebbende heeft geen deugdelijke uitleg verstrekt. Nu de administratie van de kas het hart is van de ontvangstverantwoording van een bedrijf als dat van de N.V., is met de ondeugdelijkheid van die administratie tevens de ondeugdelijkheid van de gehele administratie gegeven. De Raad is dan ook van oordeel dat de administratie van de N.V. geen grondslag voor de berekening van de door haar behaalde winst vormt. De Inspecteur stond geen andere weg open dan die winst schattenderwijs te bepalen, onder gebruikmaking van haar ter beschikking staande algemene gegevens. Tot die gegevens behoren ongewogen brutowinstmarges variërend van 25,6% tot 158,8%. Tevens heeft de Inspecteur zich beroepen op branchegegevens, waaruit naar haar stelling blijkt dat vergelijkbare bedrijven in [wijk] een gewogen brutowinstmarge, uitgedrukt in een percentage van de kostprijs, behalen van 112%. Belanghebbende stelt dat uit door zijn gemachtigde ingesteld onderzoek een veel lagere brutowinstmarge blijkt en dat ten hoogste een percentage van 50 kan worden gehanteerd. Mede in ogenschouw genomen de opmerking van [B] van het TIO-team' dat het door hem berekende brutowinstpercentage van 102 kan worden beschouwd als een maximumpositie en het door de N.V. over 2005 verantwoorde brutowinstpercentage van 52 als een minimumpositie, houdt de Raad het er voor dat een redelijke schatting van de door de N.V. behaalde winst kan worden gebaseerd op een gewogen brutowinstpercentage van 75 (zie voor de opmerking van [B] het p-v van ambtshandeling, dossiernr. 200.600.809, codenr. AH/08). De Raad is van oordeel dat de aldus berekende meerwinst moet worden aangemerkt als uitdeling door de N.V. aan belanghebbende, haar aandeelhouder, omdat aannemelijk is geworden dat de N.V. omzet heeft verzwegen teneinde de daarmee verkregen opbrengsten aan haar aandeelhouder ten goede te laten komen.

5.4

De Inspecteur heeft gesteld dat het inkomen waarover is nagevorderd abusievelijk veel te laag is vastgesteld; zoveel te laag dat ook bij een gewogen brutowinstpercentage van 75 de aanslag eerder tot een te laag dan tot een te hoog bedrag is vastgesteld. De Raad acht het gestelde als voormeld aannemelijk. Dat betekent dat de navorderingsaanslag dient te worden gehandhaafd. Opmerking verdient daarbij dat in zoverre de boete nog niet is vervallen, dat alsnog dient te geschieden in verband met de toezegging dienaangaande door de Inspecteur. Uit het voorgaande volgt dat de navorderingsaanslag AVBZ eveneens dient te worden gehandhaafd. Uit de tot de gedingstukken behorende schermprint blijkt dat de navordering premie AVBZ zonder boete is opgelegd. Uit voormelde schermprint blijkt voorts dat geen premie AOV is nagevorderd omdat bij de primitieve aanslag al het maximale premie-inkomen in aanmerking werd genomen. Uit het voorgaande volgt dat de beroepen ongegrond zijn.

6 Beslissing

De Raad verklaart de beroepen ongegrond en verstaat bij deze oordelen dat de Inspecteur de opgelegde boete(n) ambtshalve heeft verminderd tot nihil.

Aldus gedaan in raadkamer door mrs. S. Verheijen, Th. Groeneveld en A. Beukers-van Dooren in tegenwoordigheid van de secretaris mr. B. Jussen en uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2015.