Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:ORBBACM:2015:4

Instantie
Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak
30-01-2015
Datum publicatie
23-04-2015
Zaaknummer
2011/50535, 62263 en 62264
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bh had vanaf 1994 voor 10 jaar recht op vrijstelling van winstbelasting op grond van de Landsverordening ter bevordering van grondontwikkeling. In 1998 werd het tarief van de winstbelasting in de verordening gesteld op 2%. Op verzoek van bh werd in 2004 de tax holiday verlengd met verwijzing naar “de Landsverordening ter bevordering van grondontwikkeling (P.B. 1964,no. 77) ,zoals gewijzigd”. De Raad oordeelt dat die toevoeging alleen kan zien op de wijziging van het tarief van de winstbelasting. Bh heeft vanaf 2005 geen recht meer op vrijstelling van winstbelasting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking d.d. 30 januari 2015, nrs. 2011/50535, 62263 en 62264.

DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN

zitting houdende in Curaçao,

inzake:

X N.V. te Curaçao, belanghebbende,

gemachtigden mr. A en B

tegen

de Inspecteur der Belastingen.

1 Het procesverloop

1.1

Aan belanghebbende zijn de volgende aanslagen met boeten opgelegd:

Jaar

Aanslag

Bezwaar

Uitspraak

Beroep

2005

10-12-2010

20-1-2011

21-7-2011

5-8-2011

2006

5-4-2011

4-5-2011

21-7-2011

5-8-2011

2007

5-4-2011

4-5-2011

21-7-2011

5-8-2011

1.2

Belanghebbende is op bovengenoemde data in bezwaar gekomen tegen de aanslagen. In de uitspraken op bezwaar heeft de Inspecteur de aanslagen gehandhaafd.

1.3

Belanghebbende is op bovengenoemde data tijdig in beroep gekomen tegen deze uitspraken op bezwaar.

1.4

De Inspecteur heeft vertoogschriften ingediend.

1.5

Ter zitting van 11 november 2014 te Willemstad zijn verschenen de gemachtigden en namens de Inspecteur Mr. C.

1.6

Belanghebbende heeft een pleitnota voorgedragen en overgelegd.

2 De tussen partijen vaststaande feiten

2.1

Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door één van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken.

2.2

Bij Landsbesluit nr. 30 van 25 november 1993 zijn op Y N.V. voor een periode van 10 jaar vanaf 1 augustus 1994, de bepalingen van de Landsverordening ter bevordering van grondontwikkeling (PB 1964 no 77) van toepassing verklaard. Bij Landsbesluit van 30 september 1994 is belanghebbende in de plaats gesteld van Y N.V.

2.3

De Landsverordening ter bevordering van grondontwikkeling voorzag in 1993 voor de aangewezen vennootschappen in een vrijstelling van winstbelasting. Met ingang van 15 januari 1998 is dat veranderd en is het tarief voor de winstbelasting gesteld op 2%.

2.4

Belanghebbende heeft op 24 maart 2004 verzocht om verlenging van de tax holiday tot 31 december 2009. Het bestuurscollege van Curaçao heeft bij brief van 25 januari 2005 geadviseerd om positief te reageren op het verzoek.

2.5

Bij Landsbesluit van 3 mei 2005, no. 16, heeft de Gouverneur van de Nederlandse Antillen het verzoek ingewilligd. In het Besluit staat het volgende:

“Overwegende:

Dat door verlenging van de periode in voormeld landsbesluit meergenoemde vennootschap het door haar reeds aangevangen project op het landgoed Rif Sint Marie in zijn geheel zal afronden,

Gelet op:

de Landsverordening ter bevordering van grondontwikkeling (P.B. 1964,no. 77) ,zoals gewijzigd;

HEEFT GOEDGEVONDEN

ARTIKEL 1

De periode genoemd in het landsbesluit van de 25 november 1993, no.30 wordt verlengd met drie jaar.”

2.6.

De naheffingsaanslagen zijn opgelegd uitgaande van een winstbelastingtarief van 2%.

3 Geschil

Tussen partijen is in geschil of belanghebbende recht heeft op (voortzetting van de) vrijstelling van winstbelasting of dat zij winstbelasting verschuldigd is naar een tarief van 2%.

De Inspecteur heeft in het vertoogschrift toegezegd de boete geheel te verminderen. Derhalve zijn de boeten niet meer in geschil.

4 De standpunten van partijen

4.1

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, alsmede op hetgeen zij ter zitting hebben bijgebracht.

4.2

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de oorspronkelijke belastingfaciliteiten met drie jaar zijn verlengd zodat de vrijstelling van winstbelasting van toepassing is gebleven. Volgens belanghebbende was dat ook de bedoeling van de Ministers van Financiën en Economische Zaken en is de toevoeging “zoals gewijzigd” een standaardzinsnede zonder werkelijke betekenis. Belanghebbende acht de tariefverhoging in strijd met doel en strekking van de verlenging en met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het vertrouwensbeginsel. Belanghebbende verwijst daarbij naar en BAB-rapport dat is uitgebracht voor de winstbelasting voor de jaren 2000 tot en met 2003 waarin voortzetting van de vrijstelling is geaccepteerd ondanks de tariefwijziging per 15 januari 1998.

4.3

De Inspecteur stelt dat de tekst van het Besluit van 3 mei 2005 duidelijk is en dat de toevoeging “zoals gewijzigd” er toe leidt dat de op die datum geldende tekst van toepassing is, inclusief het tarief van 2%. Volgens de Inspecteur bleef gedurende de periode van 10 jaar waarin de oorspronkelijke beschikking van toepassing was, de vrijstelling van winstbelasting gelden omdat belanghebbende er op mocht vertrouwen dat zij voor die jaren van winstbelasting was vrijgesteld. Van opgewekt vertrouwen door het BAB-onderzoek is volgens de Inspecteur geen sprake nu dat onderzoek betrekking had op jaren die vielen binnen de oorspronkelijke periode van 10 jaar.

5 Beoordeling van het geschil

5.1

Naar het oordeel van de Raad kan in het Besluit van 3 mei 2005 niet worden gelezen dat belanghebbende gedurende de verlengingsperiode recht hield op de vrijstelling van winstbelasting die tot 15 januari 1998 was opgenomen in de Landsverordening ter bevordering van grondontwikkeling. Vaststaat immers dat reeds in 1998 de vrijstelling van winstbelasting in die Landsverordening was vervangen door een tarief van 2%. De toevoeging “zoals gewijzigd” kan dan alleen maar daar op slaan. De Raad heeft geen reden om aan te nemen dat die toevoeging geen betekenis heeft, zoals belanghebbende stelt.

5.2

Voor het standpunt van belanghebbende pleit dat zij expliciet heeft gevraagd om verlenging van de tax holiday en dat het bestuurscollege van Curaçao ook heeft geadviseerd de tax holiday te verlengen. Noch het verzoek, noch dat advies zijn echter beslissend voor de fiscale gevolgen van de verlenging van de tienjaarstermijn, gegeven de duidelijke tekst van het landsbesluit waarmee verlenging wordt verleend. Om die reden kan ook niet worden gezegd dat bij belanghebbende door de tekst van dat advies het in rechte te honoreren vertrouwen is gewekt dat de belastingvrijstelling van toepassing zou blijven.

5.3

Ook het beroep van belanghebbende op het vertrouwen dat zou zijn gewekt door het BAB-onderzoek wordt verworpen. Weliswaar is in het BAB-rapport van 1 juni 2005 expliciet vermeld dat belanghebbende in 1994 vrijstelling heeft gekregen voor de winstbelasting en heeft de controleur blijkbaar voor de jaren 2000 tot en met 2003 geen gevolgen verbonden aan het vervallen van de winstbelastingvrijstelling in de Landsverordening in 1998, maar er blijkt ook uit dat de controleur geen standpunt heeft ingenomen over de situatie na verlenging van de 10-jaarstermijn. In het rapport staat daarover alleen dat belanghebbende de controleur heeft geïnformeerd over het verzoek tot verlenging van de regeling maar niet dat de controleur zich over de gevolgen daarvan heeft uitgelaten.

5.4

De Inspecteur heeft toegezegd dat de boeten geheel worden verminderd. De Raad zal aldus beslissen.

5.5

Uit het hiervoor overwogene volgt dat het beroep ongegrond is voor zover het de naheffingsaanslagen winstbelasting betreft en gegrond voor zover het de boetebeschikkingen betreft.

6 Beslissing

De Raad verklaart het beroep ongegrond voor zover het de naheffingsaanslagen winstbelasting betreft en gegrond voor zover het de boeten betreft, vernietigt de uitspraken die betrekking hebben op de boetebeschikkingen en vernietigt de boeten.

Aldus gedaan in raadkamer door mrs. S. Verheijen, voorzitter, T. Groeneveld en A. Beukers-van Dooren, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris mr. B. Jussen en uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2015.